Home

Het zou wat zijn als de Europese federale gedachte opeens de wind mee krijgt door een combinatie van incompetentie en provincialisme

Een Volt-lid deelde deze week een interessant kaartje van Europa op sociale media. Op de kaart waren de nationale landsgrenzen vervangen door nieuwe grenzen van kleinere deelstaten die allemaal behoren tot een nieuwe Europese Federatie, een grote blauwe vlek met Wenen als hoofdstad, strekkend van IJsland tot Donetsk. De bedenker van deze nieuwe grenzen had duidelijk maling aan de recente geschiedenis; zo zou ik deze column, als het aan haar ligt niet vanuit het land Kroatië, maar vanuit de deelstaat Bosnië tikken.

Een provocatie natuurlijk, maar toch ook een interessante denkoefening. Om maar even in Dalmatië te blijven; de mensen hier hebben vaak warme herinneringen aan het leven in een federatie. Volgens velen was het leven in federaal Joegoslavië beter; de economie draaide prima, er waren goede collectieve voorzieningen, en religie en etniciteit speelden nauwelijks een rol. Over de door corruptie en tribalisme geteisterde nationale overheden die voor Joegoslavië in de plaats kwamen, hoor je geen woord.

De onvrede over de nationale politiek geldt niet alleen Zuid-Europa. Na weer een week van wanstaltig populisme – onze politieke Ma Flodder reed haar trekker muurvast in de Russische modder – is het ook in Nederland onmogelijk je niet te schamen voor het niveau. Het lijkt alsof stompzinnigheid, opportunisme en een totaal gebrek aan ideeën voorwaarden zijn geworden voor electoraal succes; ik krijg steeds meer te doen met de consciëntieuze politici die er gelukkig ook (nog) zijn.

In West-Europa zitten de vergrijsde en decadente democratieën in een neerwaartse spiraal, waarin nihilistische populisten inspelen op de angst van mensen te moeten inleveren, terwijl de progressieve partijen op twee gedachten hinken, gevoelig als men is voor het verwijt ‘de gewone man’ kwijt te zijn geraakt. Het maakt dat progressievelingen het een niveautje hogerop gaan zoeken. Als men op het nationale niveau niet met inspirerende leiders en ideeën komt, dan worden we wel fan van Zelensky of Sanna Marin.

Volt heeft met haar pan-Europese benadering dus iets te pakken. Hoewel Europa notoir moeilijk is om van te houden, lijkt in Brussel de vertegenwoordigende democratie in elk geval nog te functioneren. Daar moet je immers eerst door flink wat brandende hoepels springen om op een machtspositie te komen. In Nederland kun je tegenwoordig in vier jaar van een anoniem marketingkantoortje in Deventer naar het Torentje gaan, simpelweg omdat je dezelfde kleurspoeling en mening hebt als de buurvrouw.

Het idee dat ‘Europa’ beter is dan het nationale parlement is wijdverspreid en niet geheel onterecht. Zo was er een paar weken geleden nog die iconische foto van een mevrouw die in Georgië met de EU-vlag tegen een waterkanon stond te zwaaien, als protest tegen haar regering. Een beeld dat ons, verwende navelstaarders, eraan zou moeten herinneren waar de Europese Unie in veel landen voor staat: vrijheid, mensenrechten en economische vooruitgang. Maar ja, de EU is als een nachtclub waarvoor iedereen zenuwachtig in de rij staat, maar eenmaal binnen tegen elkaar verzucht dat de muziek te hard staat.

Om Europa, of zelfs een federaal Europa, populair te maken, zullen de regio en de natiestaat tegenover elkaar uitgespeeld moeten worden. Europa is historisch gezien altijd al een lappendeken van regio’s met een sterke culturele identiteit, en die historische tegenstellingen zijn hardnekkiger dan gedacht, nu de relatief moderne natiestaten hun glans verliezen. Het zou wat zijn; dat door een combinatie van incompetentie en volatiliteit op nationaal niveau en het door populisten aangejaagde provincialisme de Europese federale gedachte opeens de wind mee krijgt.

Source: Volkskrant

Previous

Next