Home

Orkest Phion heeft een nieuwe chef-dirigent: Alexei Ogrintchouk. ‘Als dirigent moet je goed kunnen ademen’

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Interview Alexei Ogrintchouk, de eerste hoboïst van het Concertgebouworkest, wordt per september voor minimaal drie jaar chef-dirigent van Phion, het orkest van Gelderland en Overijssel. Hij zal vier programma’s per seizoen dirigeren, goed voor acht weken. Het wordt zijn allereerste chef-schap.

Dat zal niet iedereen hebben zien aankomen: Alexei Ogrintchouk, eerste hoboïst van het Concertgebouworkest en een van de sterhoboïsten van de wereld, wordt de nieuwe chef-dirigent van Phion. Het orkest van Gelderland en Overijssel en Ogrintchouk maken dat vandaag bekend. Vanaf september staat hij voor minimaal drie jaar voor het orkest, met vier programma’s per jaar. De facto betekent dat acht weken per jaar, omdat Phion programma’s relatief vaak speelt om de hele regio te kunnen bedienen.

„Ik ben ontzéttend opgewonden”, zegt Ogrintchouk (44) ontzettend opgewonden in een café in zijn woonplaats Amstelveen op donderdagochtend, een paar dagen voor de musici van het orkest het nieuws zullen horen. „Ik voel me heel warm, heel goed. We hebben al een paar projecten gedaan, het eerste was in 2020, en ik heb me steeds heel erg thuis gevoeld bij Phion. Ze hebben de geest, de open houding, en ze zijn heel gretig om nieuwe dingen te proberen.”

Ogrintchouk studeerde hobo in zijn geboortestad Moskou en in Parijs en werd op zijn twintigste eerste hoboïst van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Zeven jaar later, in 2005, stapte hij over naar het Concertgebouworkest, waar hij tot vandaag zit en ook gewoon zal blijven. Dirigeren is er naast het hobo spelen in geslopen, via kamerorkesten die hij in hobo soloconcerten al spelend leidde, naar serieuzere gastdirecties mét dirigeerstokje. Hij stond onder andere voor het Mariinsky Orkest, de Brussels Philharmonic en het Concertgebouw Kamerorkest. Met het Zweeds Kamerorkest en fagottist Bram van Sambeek maakte hij in 2020 een prachtig album. Maar chef is hij nog nergens geweest: Phion wordt zijn chefsdebuut.

En dat zonder ooit een dirigeeropleiding te hebben gevolgd. „Ik heb het grote geluk dat ik al 24 jaar de beste dirigenten van de wereld vlak voor me mag zien. In die jaren heb ik mezelf vaak in tweeën gespleten. De ene helft speelde nog steeds zo goed als ik kon hobo, maar de andere helft ging steeds scherper letten op degene die voor ons stond. Hoe brengt deze dirigent ons samen, met welke woorden, en hoe gebruikt hij of zij de tijd?” En van wie keek hij dan het liefst af? „Ik heb veel goede dirigenten gehad, maar er zijn er maar een paar waarvan ik, pats, de concerten direct weer kan vóélen. Valery Gergjev, Mariss Jansons, Bernard Haitink, Iván Fischer en Kurt Masur bijvoorbeeld. En nu ook Klaus Mäkelä. Ze hebben iets gemeen: de gave om eerst te luisteren naar wat een orkest al biedt, en daarna met díé aangereikte ingrediënten naar eigen smaak een gerecht te koken.” Zo hoopt Ogrintchouk het ook te doen. En hij mag dan wel geen dirigentenopleiding hebben gevolgd, er zijn over de jaren wel enkele ‘betrouwbare adviseurs’ geweest. „Mariss Jansons zelf heeft me heel waardevolle en directe tips gegeven.”

Veel grote dirigenten zijn musici van wie hun instrument door hun dirigentensucces verstofte. Chef-schap bij een regio-orkest kan een ideaal oefenveld zijn voor een musicus met grote dirigeeraspiraties. Wil Ogrintchouk zijn hobo ook ooit in de wilgen hangen, mocht zijn dirigentschap een vlucht nemen? Op die vraag kan hij niet antwoorden. „Omdat de combinatie van hobospelen en dirigeren, twee dingen die voor mij heel complementair zijn, me nu zo gelukkig maakt. Er is een belangrijke overlap tussen de twee: de adem. Adem bij de hobo kun je je wel voorstellen, maar ook voor een dirigent is adem van vitaal belang. Je kunt bewegen en praten wat je wilt, maar echt contact met iedereen van de voorste tot de achterste rij heb je pas als je samen ademt. Dat geloof ik heel sterk. En ik heb het grote geluk dat ademen door mijn hobo in mijn dna is gaan zitten.”

Ogrintchouk kiest niet het makkelijkste orkest om mee te beginnen. Phion bestaat nog maar sinds 2019 als zodanig, als fusie van Het Gelders Orkest (Gelderland) en het Orkest van het Oosten (Overijssel). Pas sinds dit seizoen opereren ze volgens directeur Joris Nassenstein ook daadwerkelijk als één orkest. De eerste chef-dirigent, Otto Tausk, heeft Phion aan het einde van vorig seizoen met stille trom als chef laten gaan. Aan Ogrintchouk de taak om de twee orkesten verder tot één te smeden, en het een eigen unieke klank te geven. Een chef die maar acht weken per jaar voor diens orkest staat, is tegenwoordig eerder regel dan uitzondering, maar is vier programma’s niet wat weinig voor het betere smeedwerk? Ogrintchouk wiebelt wat op zijn stoel en zegt langzaam: „Het is een goed begín.” En dan zekerder: „Phion werkt anders dan het Concertgebouworkest: daar geven we na een korte repetitieperiode een paar concerten alles, steeds in hetzelfde gebouw, en dan beginnen we alweer aan het volgende programma. Phion is een regio-orkest dat een programma vaker, op veel verschillende plekken moet spelen. Dat is een voordeel, want daardoor heb je veel tijd om aan één muziekstuk te schaven, en kun je heel detaillistisch werken. En dat dat steeds moet in een andere zaal, die steeds een beetje anders klinkt, houdt de musici scherp. En musici die scherp zijn, spelen goed!”

Operabegeleidingen bij de Nederlandse Reisopera die Phion veel doet, daar verwacht Ogrintchouk voorlopig nog niet aan toe te komen. Komend seizoen verheugt hij zich vooral op de Vijfde symfonie van Mahler, en hij kijkt uit naar „heel gezonde symfonische muziek van Mozart, Haydn en Schubert. Die vergen optimale helderheid en balans tussen de instrumentgroepen, beregezond voor élk orkest om aan te werken.” Werken aan balans, dat zal de komende tijd ook voor zijn eigen leven gelden, want naast een chef-schap op topniveau de eerste hoboïst van het Concertgebouworkest blijven, dat zal veel van hem vragen. „Op een gegeven moment zal ik voor mezelf moeten evalueren hoe dat gaat.”

En nee, met de lach die hij het hele gesprek al nauwelijks kan onderdrukken belooft hij het plechtig: „De hoboïsten van Phion hoeven niet bang te zijn dat ik extra op ze ga letten.”

Joris Nassenstein, artistiek leider van Phion:

„We zijn heel erg gelukkig met Ogrintchouk. Het gevoel dat hij en Phion bij elkaar passen is de vier keer dat hij de afgelopen drie jaar bij ons te gast is geweest steeds sterker gegroeid. Als je begint met een chef zoeken is de wereld je zoekgebied, maar ineens bleek de gewenste chef een stuk dichter bij huis te wonen dan we dachten. Toen ik in december voorzichtig peilde of hij daar zin in had, brak bij hem de zon door. Je kunt wel zeggen dat ons met Ogrintchouk een enorme lading inspiratie en muzikaal inzicht in de schoot is geworpen.”

Bij Phion wordt de chef niet aangewezen door directe stemming van musici, zoals bij het Concertgebouworkest. Een artistieke commissie bestaande uit verkozen musici, stelde met de directie een profiel op van de gewenste chef, en bracht unaniem positief advies uit over het directievoornemen om Ogrintchouk tot chef te benoemen. De andere musici weten sinds zondag van zijn benoeming.

Nassenstein: „Drie jaar is een goede termijn, waarin je veel kunt doen, maar waarin je ook kunt evalueren of je samen door wilt. Acht weken per jaar is genoeg om samen iets op te bouwen, maar houdt ruimte om gastdirigenten te vragen, zodat het orkest geïnspireerd blijft en niet hangt aan de visie van één persoon.”

NieuwsbriefNRC Cultuurgids

Wat moet je deze week zien, horen of luisteren? Onze redacteuren recenseren en tippen

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next