Op de terrassen naast het treinstation van Aswan hangt een kruidige koffiewalm, die zich vermengt met de ietwat aangebrande lucht van kebab. De restaurantuitbaters draaien overuren: tot laat in de avond hebben ze klandizie. Normaal gesproken zien ze hier vooral toeristen, die naar de stad in het zuiden van Egypte komen voor een tocht op de Nijl en een bezoek aan oude tempels. Nu spuugt een schijnbaar eindeloze hoeveelheid minibusjes drommen Soedanese vluchtelingen uit, die zichtbaar vermoeid en gedesoriënteerd op de granieten tegels van het plein stappen.
Nadat de koffers, tassen met dekens en dozen met pannen van de daken van de bussen zijn gehaald, verdwijnt de menigte, die vooral uit vrouwen en kinderen bestaat, meteen het treinstation in. De meesten staan al gauw weer met hun hele hebben en houden buiten, hun handen houden ze omhoog tegen de ondergaande zon. ‘We hebben een kaartje voor de trein naar Caïro van middernacht’, zegt de 15-jarige Hala Said, terwijl ze haar stoffige bril op haar neus duwt. Ze is moe, maar kijkt scherp uit haar ogen. Dan vertrekt haar gezicht: ‘Alle eerdere treinen zitten al vol.’
Joost Bastmeijer is correspondent Afrika voor de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.
Met haar zes vrouwelijke familieleden en vader zijgt Hala neer op het terras van het Palestine Cafe, ze gooien hun koffers en tassen op een hoop. Ze zitten nog maar net, of de vrouwen storten al in, hun bloeddoorlopen ogen staren naar de plek waar nog altijd landgenoten uit auto’s en busjes stappen. Hala en haar drie jaar oudere zus kruipen tegen hun vader aan. Het is voor het eerst in dagen dat ze even rust hebben: ze zijn meteen van de grens naar Aswan gekomen. Eindelijk, verzucht Hala, is het einde van hun ‘helse tocht’ in zicht.
Toen op 15 april de gevechten in Soedan uitbraken, bleef het gezin van Hala Said in eerste instantie, net als veel andere inwoners van de hoofdstad Khartoem, schuilen in huis. Ze hoorden hoe er elders in de stad hard werd gevochten. Ondanks meerdere aangekondigde wapenbestanden hielden de meedogenloze gevechten aan. Water en eten raakten op, de familie moest gaan nadenken over de volgende stap. Die werd duidelijk toen de gevechten hun straat bereikten en de muren van het huis van hun buren werden doorzeefd met kogels. Hun thuis was te onveilig geworden.
De familie Said zat ingeklemd tussen twee vechtende legers. Het Soedanese leger, onder leiding van generaal Abdel Fattah al-Burhan, strijdt tegen de Rapid Support Forces (RSF). Dat tweede leger, dat wordt aangevoerd door generaal Mohamed Hamdan Dagalo (die ook wel ‘Hemeti’ wordt genoemd), bestaat uit 100 duizend ervaren paramilitairen.
Zijn strijdkracht is ooit ontstaan uit de milities die voor ex-dictator Bashir streden in de opstandige Darfurregio en groeide dankzij lucratieve deals met onder meer Golfstaten uit tot een leger dat kan wedijveren met het eerste leger van Soedan. Een poging om de twee te fuseren mislukte, de twee generaals konden het niet eens worden over de machtsdeling. De bloedige strijd die daarna ontstond, houdt Soedan al drie weken in zijn greep.
‘De situatie in Khartoem is verschrikkelijk’, zegt Osama Said, de vader van Hala, bedroefd. De gezette man heeft net gebeden in de uitpuilende moskee van het treinstation – aan het voorhoofd van zijn vriendelijke gezicht plakken nog stukjes stof en zand. Het moment dat hij tegen zijn familie moest zeggen dat ze nu toch echt moesten vertrekken, omschrijft hij als een van de moeilijkste uit zijn leven. ‘Overal in de straten waren soldaten van de RSF’, legt hij uit. ‘Ze jagen mensen hun huizen uit, helemaal als die huizen op strategische plekken staan. Niemand weet waar de scherpschutters zitten.’
Osama Said besloot daarom met zijn zwager en broer dat zij als mannen het voortouw moesten nemen. Als zij niet beschoten werden, konden de vrouwen ook in actie komen. ‘We hebben lijken in de straten zien liggen’, zegt Said, ‘het stonk. Ik kan nog niet vertellen wat dat met me doet. Het besef over wat er gebeurd is moet denk ik nog komen.’ Acht zenuwslopende uren lang bewogen ze van straat naar straat, tot ze het busstation van de westelijke wijk Omdurman bereikten. Daar vond de familie een bus die hen naar Egypte kon brengen.
De afgelopen weken zijn bijna 450 duizend burgers voor het geweld in Soedan op de vlucht geslagen. Volgens de VN zijn 115 duizend van hen de grens over gereisd naar buurlanden, bijna de helft van dat aantal is de grens met Egypte overgekomen. Toch zitten de meeste Soedanezen vast in hun land: velen hebben niet genoeg geld om de prijzige reis noordwaarts te maken.
‘De prijs voor een buskaartje is vervijfvoudigd’, zegt vrouwenrechtenactivist Neimat Abas. Vanuit een stoel met goudgeverfde leuningen in een klein flatje in Aswan houdt ze met één oog de tv in de gaten, waarop nieuwszender Al-Arabiya livebeelden van een brandend Khartoem toont. ‘De buskaartjes blijven maar duurder worden’, zegt Abbas hoofdschuddend, waardoor de loszittende goud-blauwe hoofddoek van haar haar glijdt. ‘Wij hebben geluk’, gaat ze verder, ‘want de meeste Soedanezen kunnen niet bij hun geld. Als je geen sieraden of dollars hebt, kom je de stad niet uit.’ Twaalf dagen geleden reisde ze met haar man, broer, bejaarde moeder en twee kinderen van Khartoem naar de grens. Alleen voor haar baby hoefde ze geen busstoel te betalen, alle andere plekken kostten 500 dollar per stuk.
De tocht naar het noorden was lang en oncomfortabel, zegt zowel Neimat Abas als Osama Said. Beiden deden er vijf dagen over om de grenspost bij Halfa te bereiken. Alsof de vlucht uit Khartoem en de uitputtende busreis nog niet erg genoeg waren, bleek de situatie aan de grens ook nog eens erg chaotisch. ‘Er waren bijna geen toiletten’, zegt Abas. ‘Overal zaten mensen. Het is duidelijk dat de grensovergang niet is voorbereid op zulke grote groepen vluchtelingen.’ Hoewel er aan de Egyptische kant van de grens langzaamaan humanitaire hulp op gang komt, blijft die aan de Soedanese kant grotendeels uit. In het woestijngebied kostte een gebrek aan schaduw, voedsel en water al meerdere mensen het leven.
Om de groepen vluchtende Soedanezen tegemoet te komen heeft de Egyptische overheid de inreisbeperkingen versoepeld. Vrouwen en kinderen mogen nu zonder visum de grens over, mannen die ouder zijn dan 17 en jonger dan 51 moeten wel een visum aanvragen – niemand weet hoe lang die procedure op dit moment duurt.
Na een etmaal wachten in de woestijn kreeg Abas te horen dat zij met haar moeder en twee kinderen de grens over mocht, maar dat haar broer en man moesten achterblijven. ‘Het is een onmenselijke situatie’, zegt Abas. ‘Het is ongelooflijk zwaar om vaarwel te zeggen zonder te weten wanneer je elkaar weer zult zien.’ Vast in Aswan wacht Abas nu al bijna twee weken op haar man en broer.
Een onbekend aantal mannen verblijft nog aan de Soedanese kant van de grens, in afwachting van een visum. Nu die groep alleen maar blijft groeien, is de vraag hoelang die situatie houdbaar is. De VN en de Egyptische autoriteiten hebben al gezegd zich zorgen te maken over een nog veel grotere groep armere vluchtelingen die naar verwachting naar de Egyptische grens zal komen.
Zaterdag werd bekend dat de strijdende partijen in de Saoedi-Arabische stad Jeddah ‘verkennende gesprekken’ hebben gevoerd, onder leiding van de Saoedi’s en Amerikanen. De kans dat die gesprekken op korte termijn zullen leiden tot een einde van het conflict is klein, waardoor de toeloop van Soedanezen naar de Egyptische grens voorlopig niet zal ophouden.
Waar Abas op haar mannelijke familieleden wacht, heeft de familie Said besloten door te reizen. Met zijn 55 jaar mocht Osama Said wel de grens over, maar zijn jongere zwager en broer moesten bij de grens achterblijven. ‘Zij zitten daar nog steeds in de woestijn’, zegt hij verongelijkt. ‘Dat kan toch niet? Allah weet wanneer zij de grens over zullen komen, er wordt al gezegd dat de Egyptenaren de grens tijdelijk hebben gesloten.’
Boos neemt hij een grote slok koffie, zijn dochter Hala legt een hand op zijn arm. ‘We zijn ontzettend moe’, zegt ze verontschuldigend, ‘onze emoties lopen door elkaar. Het ene moment zijn we blij en ontzettend opgelucht, want we zijn nu op een veilige plek. Maar dan denken we aan ons huis, onze stad en de dierbaren die we hebben achtergelaten. Dan huilen we samen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar Volkskrant