Home

Mijn dochter gaf geen krimp. ‘Dan gaan we maar niet’, zei ze, omdat ze wist dat we toch wel zouden gaan

Wanneer vertel je een kind dat je iets leuks hebt gepland? Niet te lang van tevoren, want je wilt de periode en frequentie van het ‘wanneer gaan we dan?’ zo veel mogelijk beperken. Maar ook niet te kort van tevoren, omdat je het uitje wilt kunnen inzetten als pressiemiddel. In het geval van de meet-and-greet met Marshall vertelde ik het een week van tevoren (overigens niet John Marshall, de drummer van Soft Machine, maar Marshall van Paw Patrol, de favoriete serie van mijn jongste dochter).

Het evenement werd georganiseerd door de ondernemers van het vernieuwde winkelcentrum in de buurt. Behalve op de foto gaan met Marshall konden kinderen glittertatoeages laten zetten, was er een springkussen en werden er suikerspinnen uitgedeeld. In de aanloop ernaartoe bracht ik Marshall regelmatig ter sprake, meestal als ik iets gedaan wilde krijgen. Ruim je spullen op. Anders gaan we niet naar Marshall. Niet zo onaardig doen tegen je zus, anders gaan we niet naar Marshall. Eet je bord leeg, anders laat ik Marshall inslapen. Mijn dochter gaf geen krimp. ‘Dan gaan we maar niet’, zei ze, omdat ze wist dat we toch wel zouden gaan.

Ze vond het ‘een beetje’ spannend, hoorde ik haar tegen haar zus zeggen, toen we op de fiets zaten. In haar hand een klein brandweerwagentje met daarin een nog kleinere Marshall. We zetten de fiets op slot en ik zag meteen dat het nog erger was dan ik me had voorgesteld. Er stond een lange rij voor Marshall, die groter dan een groot mens bleek. Er stond een lange rij voor het springkussen, dat minuscuul bleek. Er stond een lange rij voor de suikerspinnen, die gratis bleken. Mijn dochter zei niets, maar haar stille, uitdrukkingsloze gezicht schreeuwde teleurstelling.

Met Marshall op de foto hoefde ze niet meer. Er was ook weinig lieflijks aan de enorme mens-dalmatiër met die gebeitelde grijns en gigantische levenloze ogen. Ergens in dat pak zat een mens en misschien was dat mens zelf ook ooit gek geweest op Paw Patrol en was het zijn of haar grootste droom om ooit zelf Marshall te worden. Maar niet op deze manier. In een snikheet pak, dat het geluid van krijsende kinderen en terreurtechno misschien wel iets dempte, maar niet voldoende om er niet gek van te worden, midden op een sfeerloos winkelplein met tegels zo grijs als het eigen gemoed.

We lieten de krioelende, schetterende massa achter ons. Een paar minuten later stonden we voor de sigarenboer op de hoek van onze straat en keken we naar de ijsjeskaart achter het raam. Mijn jongste dochter wees op een ijsje met de naam Bum Bum, een glanzend rode schijf op een blauw stokje dat van kauwgom was gemaakt. Haar ogen lichtten op. ‘Die!’ Marshall was vergeten, de dag was weer goed.

Binnen bleek dat Bum Bum uitverkocht was.

Source: Volkskrant

Previous

Next