Home

‘De rechten van baby’s worden verdedigd in de rechtszaal, die van demente ouderen ook. Waarom die van dieren niet?’

Filosoof Martha Nussbaum (75) verlegt al decennialang de grenzen van het denken over rechtvaardigheid. Nu is het tijd voor misschien wel de laatste groep die altijd over het hoofd is gezien: dieren.

Het is een wending in de wereldgeschiedenis zoals geen romanschrijver die kan bedenken: tussen de wrede Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar en een rechtvaardigere wereld bestaat een direct oorzakelijk verband.

Want, schrijft filosoof Martha Nussbaum op de een na laatste pagina van haar nieuwste boek: in de discussie over wat te doen met de nazaten van de vier nijlpaarden die Escobar eind jaren zeventig naar zijn landgoed haalde – begin april werd er nog een doodgereden op de snelweg – erkende een Amerikaanse rechtbank de dieren onlangs als rechtspersonen.

Dat voorbeeld verdient wereldwijd navolging, betoogt de hoogleraar rechtsfilosofie en ethiek aan de Universiteit van Chicago. Om toegang te krijgen tot de rechtspraak, is het niet noodzakelijk om wilsbekwaam te zijn, benadrukt Nussbaum. ‘De rechten van pasgeborenen worden verdedigd in de rechtszaal, die van ouderen met dementie ook. Waarom die van dieren niet?’

Over de auteur
Fleur Damen is economieverslaggever van de Volkskrant en schrijft over landbouw en het stikstofdossier.

De 75-jarige denker heeft een uur uitgetrokken voor een videogesprek over haar nieuwste publicatie, Gerechtigheid voor dieren: onze collectieve verantwoordelijkheid (Querido Facto), maar zit op hete kolen. ‘Ik moet iets schrijven, en dat heeft een deadline.’

Deadlines, die heeft de ongekend productieve Nussbaum altijd. En met effect. Al decennialang verpulveren Nussbaums ideeën andere onwrikbaar geachte bouwstenen van de westerse filosofie, te beginnen met het dédain voor emoties. Zagen vakgenoten gevoelens als een wegversperring op het rechte pad van de rede, Nussbaum zette ze centraal in het denken over rechtvaardigheid: zonder de juiste emotionele stemming zien we de wereld niet scherp, en kunnen we niet moreel juist handelen, betoogde ze. Tijdschrift The New Yorker gaf haar de bijnaam ‘de filosoof van de gevoelens’.

Haar vuistdikke nieuwste boek, een combinatie van compact, theoretisch taalgebruik en vol verwondering opgetekende anekdotes over dierenlevens, droeg ze op aan haar overleden dochter, die dierenrechtenadvocaat was. Vraag haar daarnaar, en de gehaastheid maakt plaats voor een gloedvol betoog, dat het uur ruimschoots overschrijdt.

‘Het onderwerp bestond toen, begin jaren zeventig, nog niet. Toegepaste ethiek was niet echt filosofie, vond men. Maar mijn eerste boek ging over een werk van Aristoteles, over de fysieke beweging van dieren. Dat gaf me wat vrijheid. Alles waar Aristoteles over had geschreven, daar kon ik ook over schrijven – hij was immers een ‘echte’ filosoof. Zijn werk erkent hoe intelligent dieren zijn, en dat hun bewegingen niet puur mechanisch zijn, maar worden bepaald door hun perceptie, hun onderscheidingsvermogen en hun wensen. Ergens tussen Aristoteles en ons is die kennis verloren gegaan.’

In de eeuwen na Aristoteles dachten mensen dat dieren – of, in Nussbaums bewoordingen, ‘niet-menselijke dieren’ – slechts functioneerden als gevoelloze radertjes in de machine van de natuur, zonder verlangens en pijn. Bogen ze zich wél over de morele kanten van onze omgang met dieren, dan leverde dat ontoereikende ideeën op, vindt Nussbaum.

Dieren kun je niet rechtvaardig of onrechtvaardig behandelen, vond bijvoorbeeld de grondlegger van het hedendaagse westerse denken over rechtvaardigheid, de Amerikaan John Rawls (1921-2002). Hoe meer dieren op mensen lijken, hoe meer moreel belang we ze moeten toekennen, betogen vele anderen.

Het zijn ideeën die de waardigheid van dieren niet erkennen, vindt Nussbaum, en waar dieren in de praktijk weinig aan hebben. Om dierenwelzijn echt te bevorderen, is een stevigere theorie nodig, vindt ze.

‘Het basisidee is dat alle dieren met een bewustzijn – menselijk of niet – recht hebben op de voor hen kenmerkende levensvorm, met de levensactiviteiten die daarbij horen. Zo kunnen walvissen hun natuurlijke activiteiten, bijvoorbeeld eet- en voortplantingsgedrag, niet vertonen als ze worden verstoord door militaire sonargeluiden. Ze sterven, en spoelen aan. Voor elke diersoort moeten we erachter komen wat de centrale levensactiviteiten zijn en bedenken hoe we die beschermen. Doen we dat niet – opzettelijk, of door verwijtbare nalatigheid – dan is dat een kwestie van onrecht.’

Nussbaums pleidooi bouwt voort op de invloedrijke mensenrechtenbenadering die ze in de jaren negentig ontwikkelde. Om de welvaart van een land te beoordelen, zijn papieren werkelijkheden ontoereikend. Het vergelijken van de hoogte van inkomens of op papier dezelfde rechten hebben: het zegt te weinig over de levenskwaliteit van een individu, over of iemand in het dagelijks leven kan floreren en z’n doelen kan nastreven.

Of dat kan, hangt af van de daadwerkelijke keuzemogelijkheden die iemand heeft en de omstandigheden waarin iemand verkeert. Kan iemand zich vrij door de wereld bewegen, niet gehinderd door (seksueel) geweld? Heeft hij controle over zijn omgeving, bijvoorbeeld door politieke inspraak? Haar aanpak vormde de basis voor de meetlat waarmee de Verenigde Naties vaststellen hoe het met de ontwikkeling van een land staat.

Het welzijn van dieren moet ook zo worden bekeken, vindt Nussbaum, want ook zij willen floreren. Zo waardeert een olifant het leven in zijn gemeenschap, spel, bewegingsvrijheid. Ontbreken de mogelijkheden daartoe, dan is dat niet alleen wreed, maar ook onrechtvaardig, en moet het dier toegang krijgen tot het rechtssysteem, met behulp van een menselijke pleitbezorger.

‘Nee. Mijn theorie gaat alleen op voor dieren met bewustzijn: een eigen, subjectieve blik op de wereld. Veel wetenschappers omschrijven het als ‘er is iemand thuis daarbinnen’.’

Bewustzijn is een ingewikkeld begrip, erkent Nussbaum. Waar het op neerkomt is dat dieren met bewustzijn kunnen handelen met intentie – een hond kan een bal wel of niet terugbrengen naar de gooier – en niet slechts als radertjes in het klokwerk van de natuur, zoals mieren in een kolonie. Dieren met bewustzijn zijn, kortom, individuen, met het gevoelsleven dat daarbij hoort.

‘Het voelen van pijn staat centraal in wetenschappelijk onderzoek naar bewustzijn bij dieren, omdat dat nu eenmaal het makkelijkst te onderzoeken is. Van octopussen, inktvissen en beenvissen is bijvoorbeeld duidelijk dat ze pijn beleven. Over sommige soorten bestaat twijfel. Zo zijn er haaien die hun eigen lichaamsdelen opeten. Dat suggereert dat ze geen pijn voelen. Ook denken de meeste wetenschappers dat bijen geen gevoelsleven hebben, net als andere insecten.’

‘Inderdaad. Ik zeg niet dat we bijen dan maar aan hun lot moeten overlaten. Ze zijn heel belangrijk om andere redenen, zoals het ecosysteem, of omdat andere dieren ze nodig hebben. Ik zeg alleen dat het beschermen van gunstige omstandigheden voor hun karakteristieke activiteiten geen kwestie van rechtvaardigheid is, en hun uitsterven evenmin. En als we ze willen doden, hoeven we daar niet dezelfde ethische overwegingen bij te maken als bij dieren met bewustzijn.’

Of het moreel verantwoord is om dieren mét een gevoelsleven te doden, zelfs als dat pijnloos gebeurt, is een vraagstuk waarin Nussbaum naar eigen zeggen een ‘ongemakkelijke positie’ inneemt. Hebben dieren een bewustzijn en tijdsbesef – hoe anders ook dan mensen – dan is zelfs een zachte dood schadelijk voor het dier, beargumenteert Nussbaum. De meeste voedseldieren – kippen, runderen, varkens – voldoen aan die criteria, en zouden dus niet op ons bord terecht moeten komen.

‘Mensen zullen mijn argument misschien niet geloven, en ze zullen het misschien niet accepteren. Maar ik denk echt dat de grootste schade van de dood is dat het waardevolle activiteiten onderbreekt. Als een dier een bloeiend leven heeft gehad en in een oogwenk pijnloos wordt gedood, kan dat geen kwaad, zolang dat dier geen projecten heeft die zich uitstrekken over de tijd. Ik geloof dat dit geldt voor vissen, en ze in een eeuwig heden leven, maar ik zou het mis kunnen hebben. Dus helemaal gerust ben ik er niet op. Maar de andere reden dat ik vis eet, is dat ik een atletische 75-jarige vrouw ben. Daarom heb ik – op doktersadvies – 70 gram eiwit per dag nodig. Mijn spijsvertering kan linzen niet aan, en melkproducten doen grote schade aan bewuste dieren.’

‘Nee, ik denk dat er niets mis is met de levensvormen van ieder dier. Toch laten de meeste mensen hun huiskat geen vogels doden, of hun hond andere honden of mensen bijten. Dat hoort bij het samenleven in een gemeenschap met meerdere soorten: mensen leren hun gezelschapsdieren dingen af. Gelukkig zijn die dieren daartoe goed in staat – het meeste gedrag van zoogdieren is niet genetisch bepaald, maar sociaal geleerd, weten we inmiddels.

‘Overigens: veel niet-menselijke dieren hebben ethische principes, net als mensen. Maar er is geen enkele andere diersoort die eindeloos oorlog voert tegen zijn eigen soort. Dus ik denk niet dat mensen goed uit de bus komen als je een echte vergelijking maakt.’

Toch sterft ook menig dier een pijnlijke, vroegtijdige dood tussen de kaken van het andere. Het is het dierenrechtendilemma bij uitstek. Want als mensen dieren niet zouden moeten doden, waarom mogen andere dieren dat dan wel?

Berusten i Source: Volkskrant

Previous

Next