Het eerste wat opvalt, zijn die kaken. De messenset van botplaten die het gebit vormen, laat er geen enkel misverstand over bestaan: dit was een vervaarlijk toproofdier, een zwemmende guillotine. Daarna valt iets anders op, zeker als je meerdere fossielen achter elkaar bekijkt. Keer op keer die imposante kop, maar waar is de rest van het lijf?
De kop waarover het gaat, behoorde toe aan dunkleosteus, een roofvis die ruim 360 miljoen jaar geleden rondzwom, in het geologische tijdperk dat het Devoon heet. In die periode, ver voordat er dinosauriërs op aarde rond stampten, bereikten vissen voor het eerst indrukwekkende proporties. Dunkleosteus is hier het beroemdste voorbeeld van.
Hij kon zijn bek zo snel openen dat prooien naar binnen werden gezogen, waarna hij toesloeg met een van de krachtigste beten uit de geschiedenis van het dierenleven, concludeerden Amerikaanse wetenschappers in 2007 en 2009 op basis van de schedelvorm. Zou je een Devonisch aquarium bouwen in de dinosaurusdierentuin van de film Jurassic Park, dan zijn er genoeg spannende filmscènes met deze vis te bedenken.
Eén probleem voor de scenaristen: we weten niet precies hoe lang hij was. Het opvallende harnas dat zijn kop en nek beschermde, is herhaaldelijk aangetroffen. De rest van zijn geraamte zit er nooit bij, omdat het net als bij haaien uit kraakbeen bestond, en dat vergaat snel. Zonde, want juist dunkleosteus kan voor een belangrijk deel antwoord geven op de vraag hoe groot vissen werden in dit stadium van de evolutie.
Over de auteur
Niels Waarlo is algemeen verslaggever van de Volkskrant. Eerder werkte hij op de wetenschapsredactie en schreef hij over tech.
De schattingen van zijn lengte liepen uiteen van pakweg 5 tot wel 10 meter. Zo kwamen Spaanse wetenschappers uit op 7 tot 9 meter door de lengte van zijn kaak te vergelijken met die van hedendaagse haaien met een vergelijkbare levensstijl. Helemaal zeker zullen we het nooit weten: uit alleen een kop kun je niet afleiden hoe lang de rest van het lichaam was.
Een Amerikaanse promovendus van de Case Western Reserve University in Cleveland, Russell Engelman, besloot toch een poging te wagen. Na metingen aan bijna duizend vissensoorten denkt hij een manier te hebben gevonden om wél op basis van slechts een vissenkop de lengte van het lijf af te leiden. In twee recente studies, gepubliceerd in Diversity en PeerJ, beschrijft hij hoe de afstand tussen de oogkas en de achterkant van de kieuwen nauw verband houdt met de totale lengte.
Gebruikmakend van deze nieuwe methode zet hij het traditionele beeld van dunkleosteus als reusachtig zeemonster op de tocht. De allergrootste exemplaren werden volgens hem ‘slechts’ een meter of 4, de meeste waren ruim 3 meter. Het moeten sterk gedrongen dieren zijn geweest, kleiner dan een witte haai maar met een twee keer zo grote bek. Engelman spreekt van een ‘gigantische, zwemmende bek’, The New York Times beschreef hem als een ‘gepantserde Pac-Man’.
Niet iedereen is direct overtuigd. Een van de sceptici is Lauren Sallan, een in prehistorische vissen gespecialiseerde paleontoloog van het Japanse onderzoeksinstituut OIST. Zelf was ze betrokken bij onderzoek dat uitkomt op een 8 meter lange dunkleosteus: een grove schatting op basis van een verwante vis uit dezelfde periode, waarvan wel complete overblijfselen bestaan.
Sallan zegt in een videogesprek dat Engelmans statistische analyse aantoont dat grotere vissen over het algemeen grotere koppen hebben, maar dat de variatie bij individuele soorten groot is. Dat het niet bij alle vissoorten eenvoudig aan te wijzen is waar precies de achterkant van de kieuwen zit, voegt extra onzekerheid toe.
Ze wijst er daarnaast op dat sommige afwijkende vissen zijn weggelaten uit de analyse, met als argument dat ze een uitzonderlijk gespecialiseerde lichaamsbouw hebben die bij dunkleosteus niet te verwachten valt. Dat valt volgens haar helemaal niet uit te sluiten. Grote roofvissen die in open water zwemmen kunnen zeer langgerekt zijn, zegt ze. ‘Het lijkt me waarschijnlijker dat dit ook gold voor dunkleosteus dan dat het een ‘gigantische, zwemmende bek’ was. Daar ken ik verder geen goede voorbeelden van, de maanvis misschien uitgezonderd.’
De impact van de nieuwe schatting reikt bovendien verder dan dit roofdier. Engelman concludeert dat ook andere vissen in het Devoon waarschijnlijk minder groot waren dan gedacht. Als dit klopt, deden de echte reuzenvissen tientallen miljoenen jaren later hun intrede dan gedacht. ‘Dat roept de vraag op door welke omgevingsfactoren hun lengte werd ingeperkt’, zegt Sallan. ‘Voor zulke bijzondere claims is bijzonder sterk bewijs nodig, daarvoor is meer onderzoek nodig dan wat er nu is geleverd.’
Wat Sallan betreft, is er nog steeds een brede waaier aan lichaamslengten mogelijk. Maar of dunkleosteus nou een gedrongen megagoudvis was of een monsterlijke roofaal: om die indrukwekkende kop, groot genoeg om een mens in tweeën te knippen, kan nog altijd niemand heen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden