Home

Vrij hebben is iets anders dan vrij zijn: probeer zo te leven dat je ook nog de zin van het bestaan inziet als de wifi uitvalt

Rijk genoeg zijn om zo min mogelijk zelf te hoeven doen, wordt door veel mensen gezien als de ultieme vrijheid, constateert Bert Natter. Maar door alles waar je geen tijd aan wilt besteden uit handen te geven, geef je zelf je vrijheid op.

Een goede vriend stuurde uit Spanje een foto van de Octopus, het jacht van een van de twee oprichters van Microsoft, wijlen Paul Allen: een schip zo hoog als een flatgebouw, dat in vol verlichte glorie lag aangemeerd in de haven van Málaga. Het ding heeft een paar honderd miljoen dollar gekost. Techmiljardairs, oligarchen en andere mensen die zoveel geld hebben dat ze niet weten wat ze ermee moeten, bewegen zich graag in dit soort verplaatsbare vestingen, verzorgd door een staf van tientallen personeelsleden.

Met zo’n gigantisch jacht langs de mediterrane kust cruisen is voor de allerrijksten het mooiste uithangbord voor hun ongekende weelde. Ze steken elkaar er de ogen mee uit, viel vorig jaar in The New Yorker te lezen over deze wedstrijd tussen rijke piefen wie het verst en vooral het duurst kan plassen: ‘Uiteindelijk zegt niets zo veel over een jacht, of de eigenaar, als het gevoelige onderwerp van de l.o.a. – length over all.’ Die van de vijf jaar geleden overleden Paul Allen meet 126 meter. Inmiddels is het geval in handen van een Zweedse big-pharmamiljardair.

Toen ik de foto van die met moderne technologie volgestouwde moloch in de Malagaanse haven bekeek, moest ik denken aan de tijd dat ik hoofdredacteur van het treintijdschrift Rails was. Een collega bestierde Nautique, een blad over boten, de zee, zeilen en de kleur van de schoenen, shirts en broeken die je daar dit seizoen bij aantrekt. Soms kondigde hij op vrijdagochtend aan dat hij wat vroeger wegging, want dan zeilde hij naar Engeland, helemaal alleen, in zijn eigen kleine zeewaardige scheepje. Na het weekend zag ik hem dan weer op kantoor.

Wie is er nu eigenlijk vrij?, vroeg ik me af, terwijl ik naar die foto van dat in de Middellandse Zee dobberende protspaleis keek. De rijkaard die omkomt in het geld en zich in een onbetaalbare gevangenis voorzien van alle denkbare luxe op de wereldzeeën begeeft om zich daar kapot te ergeren aan iemand die een groter schip heeft, of degene die vrijdagmiddag naar Engeland zeilt en op tijd terug is voor de vergadering van maandagmorgen?

Mijn antwoord op die lange vraag moge duidelijk zijn, maar genoeg mensen zullen het daarmee oneens zijn. Zo veel geld hebben dat je zo weinig mogelijk zelf hoeft te doen wordt door veel mensen als ideaal gezien, als de ultieme vrijheid zelfs.

Ik ben geen filosoof en ik heb me nooit met het begrip ‘vrijheid’ beziggehouden, maar de laatste tijd denk ik er vaak over na. Vrijheid wordt van oudsher gedefinieerd als een toestand waarin er voor het individu geen belemmeringen zijn om zich te ontplooien terwijl anderen geen schade wordt berokkend. Tegenwoordig lijkt vrijheid steeds meer gedefinieerd te worden als: doen waar je zin in hebt, zonder dat het tijd of moeite kost.

Zo dreigt ‘vrije tijd’ een synoniem voor ‘vrijheid’ te worden. Dat klopt niet. Je kunt namelijk ook heel veel geld hebben en toch opgesloten zitten op een kapitaal jacht met een bioscoop, tig zwembaden en een basketbalveld. En je kunt ook weinig vrije tijd hebben en desondanks vrij zijn en in het weekend naar Engeland varen.

Een van de grootste voordelen van de laatste ontwikkelingen in kunstmatige intelligentie (AI) moet zijn, lees ik in de krant, dat zelflerende taalprogramma’s als tekstschrijvers gaan functioneren en ons veel tijd zullen besparen.

Middelbare-schoolleerlingen die er in interviews naar wordt gevraagd, geven toe dat ze de nieuwe technologie inderdaad inzetten om tijdrovend huiswerk te maken. Ze hebben geen tijd, zeggen ze, om een boekverslag te schrijven. Laat staan om een heel boek te lezen en er een mening over te formuleren. Dan ben je zo uren verder. De chatbot inzetten is een kwestie van nog geen minuut en levert een stukje op van de juiste lengte en waarschijnlijk inclusief de voor jouw stijl zo kenmerkende dt-fouten.

Leerlingen geven tijdgebrek als argument voor het gebruik van kunstmatige intelligentie bij het maken van een boekverslag, maar uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de 15-jarigen lezen als pure tijdverspilling beschouwt en er dus gewoon geen zin in heeft. Gemiddeld zit deze leeftijdsgroep drie uur per dag op sociale media als TikTok.

In het onderwijs wordt de nadruk gelegd op het feit dat het inschakelen van technologie niet eerlijk is, ‘fraude’ zelfs. Alleen zou de nadruk niet moeten liggen op de morele kant van de zaak, maar op de vaardigheden die je aldus niet ontwikkelt: lezen, nadenken, schrijven. Het gaan zitten om een boek te lezen, er al doende achter te komen wat je ervan vindt en dat formuleren in een helder betoog – als dat geen oefening in kritisch denken is, weet ik het niet meer. En natuurlijk kost dat tijd. Het gaat er ook niet om wat je van een boek vindt, het gaat erom dat je een mens bent en dat het tot jouw unieke kwaliteiten behoort dat je ergens iets van kunt vinden.

Ik geloof dat we het ontwikkelen van de menselijke vaardigheid om een tekst te begrijpen, er al dan niet door geraakt te worden en er kritisch over na te denken scholieren niet mogen ontzeggen. Ze zullen er vrijer door worden. Als dat betekent dat het lezen en schrijven op school moet gebeuren, in een lokaal zonder telefoons, computers en internetverbinding, dan moet het maar.

De leerlingen die proberen via spieken 2.0 onder hun lees- en schrijfcorvee uit te komen, zullen vinden dat ze kiezen voor vrijheid, want ze houden vrije tijd over aan hun zwendel, maar ik denk dat het nodig is dat ze worden begrensd, juist om tot vrije geesten te kunnen uitgroeien en de beste versie van zichzelf te worden.

Volgens de jonggestorven briljante renaissancedenker Giovanni Pico della Mirandola is de mens tot vrijheid geroepen. Deze 15de-eeuwse humanist ziet ons als kunstenaars die net als Adam door God zijn geschapen om ons eigen leven vorm te geven: ‘Als vrij en soeverein kunstenaar moet jij als het ware je eigen beeldhouwer zijn en jezelf uitbeelden in de vorm die je verkiest.’ Misschien verwachtte Pico wat al te veel van ons toen hij opriep ‘met voorbijzien aan het middelmatige te reiken naar het allerhoogste’, maar ik denk dat hij een punt heeft als hij gemakzucht veroordeelt.

Ongetwijfeld zullen aanhangers van bijvoorbeeld de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie zeggen: het is iemands eigen keuze om afhankelijk te zijn van Big Tech, dus wat is het probleem? Maar als je zo denkt beperk je vrijheid tot politieke vrijheid. Ik ben overigens niet van mening dat je ‘alles uit het leven moet halen wat erin zit’, maar ik geloof wel dat je zou moeten proberen zo te leven dat je ook nog de zin van het bestaan inziet als de wifi uitvalt.

Als ik de hond uitlaat in het bos kom ik talloze mensen tegen die mij niet tegenkomen. Ze lopen over hun telefoon gebogen onder de bomen, terwijl hun hond door de gevallen bladeren snuffelt en hoog boven hen de vogels fluiten, en ik, terwijl we elkaar op een smal pad passeren, een poging doe te groeten. Dat moeten die mensen zelf weten, maar vrij zijn ze natuurlijk niet: terwijl ze hun hond vrijlaten, zitten zij vastgebonden aan een scherm en bevindt hun geest zich dus niet waar hun lichaam is. Het moment waarop ze net als hun huisdier even los van hun riem kunnen komen, scrollen ze door nieuwtjes over Gordon, appen ze met hun baas en kijken ze naar filmpjes van katten die dansjes doen.

Misschien hoeven we niet naar het allerhoogste te reiken, zoals Pico wil, maar de dingen die we doen, kunnen we toch in ieder geval met aandacht doen, dat zijn we aan onze soort verplicht en dat moeten kinderen op school al leren. Zo kan ieder mens, onafhankelijk van intelligentie en privileges een eigen stem vinden, zegt Pico. Of eigenlijk zegt hij het niet, ik zeg het in zijn geest.

Als je in plaats daarvan nergens moeite voor neemt en nergens aandacht aan schenkt, als je niet bereid bent ergens tijd in te steken, maar zo veel mogelijk door anderen (mensen of machines) laat doen, zul je alleen uniek zijn als consument. Je koopgedrag en browsegeschiedenis, de conversaties die je voert met ChatGPT, al die data vertellen adverteerders van alles over jou, maar in de tastbare wereld waardoor je wordt omgeven, ben je niet meer dan een schaduw van wie je zou kunnen zijn.

Veel mensen zullen het gemak van ‘thuisbezorgd’ ervaren als een luxe en daardoor als een vorm van vrijheid: je kunt als je na een dag werken op de bank zit zelf kiezen wat je wilt eten en drie kwartier later wordt het bezorgd. In de tussentijd kun je op je telefoon blijven scrollen en je hoeft pas uit je bubbel van wezenloos vermaak als de lasagne voor de deur staat.

Stel je nu eens voor dat je een andere keuze maakt. Je zoekt op hoe je lasagne maakt, komt van die bank af, stapt op de fiets, koopt bij de supermarkt alles wat je nodig hebt en gaat in de keuken aan de slag. Dat kost me allemaal een tijd! De eerste keer smaakt het misschien niet zo goed als de bezorgde lasagne, maar het is goedkoper, waarschijnlijk beter voor je gezondheid en het milieu en je zult het met meer aandacht eten. Bovendien heb je iets geleerd, al is het maar hoe lasagne kan mislukken. Niemand kan mij wijsmaken dat zelf een maaltijd kunnen bereiden geen vrijheid is, hoeveel vrije tijd er ook in gaat zitten.

Vrijwel ieder kind gaat door een fase waarin het alles wil ‘zelf doen’ Source: Volkskrant

Previous

Next