Voor veel mensen is het nog altijd een moeilijk voorstelbaar plezier. Wie het desondanks een keer probeert, is vermoedelijk op slag verliefd: met de fiets op vakantie. De voorbije pandemiejaren hebben deze vorm van langzaam toerisme geen slecht gedaan. Logisch: je trekt thuis de deur achter je dicht en bent stante pede op vakantie, niet gehinderd door welke beperking dan ook – soit, binnen de kaders van langzaam toerisme.
Wat daarbij helpt, is dat Europa almaar fietsvriendelijker wordt. Het ene land wat sneller dan het andere, maar je kunt inmiddels van de Noordkaap tot Malta of van Cádiz tot Cyprus Europa doorkruisen op fietsvriendelijke, grotendeels autovrije of -luwe wegen, via bewegwijzerde routes. Aan dit fietsroutenetwerk, EuroVelo, wordt al decennialang gewerkt door de European Cyclists’ Federation, een samenwerkingsverband van nationale fietsorganisaties. Inmiddels beslaat het 90 duizend kilometer. De trajecten zijn vaak opgebouwd uit bestaande, kortere en langere routes in de landen die worden doorkruist.
Over de auteur
Bart Koetsenruijter schrijft voor de Volkskrant over auto’s, fietsen en film.
Wat ook helpt is dat ergens ooit iemand de term bikepacking heeft bedacht. Doet denken aan backpacking, inderdaad, alleen laad je je bagage niet op je rug maar op je fiets. Het geeft de aloude fietsvakantie een sociale-media-fähig tintje, wat zomaar ineens de populariteit exponentieel kan doen toenemen, zeker in combinatie met de terechte claim dat het een vakantie betreft die in zorgelijke klimaattijden louter goed doet.
Om te bepalen welk traject aantrekkelijk en geschikt is, staat een mer à boire op internet tot ieders beschikking, maar een beetje orde in die chaos kan geen kwaad.
Een uitgeverij die dat ook allemaal zag en een nieuwe markt vermoedde, is Lonely Planet, van oudsher maker van reisgidsen voor de jongere avontuurlijke reiziger. In 2019 zag hun Epic Bike Rides of Europe het licht, dat een jaar later in Nederlandse vertaling verscheen als Mythische fietstochten in Europa. Het boek is inmiddels aan zijn derde druk toe en het is een verrukkelijk boek, om langdurig in te verdwalen. De routes en tochten zijn beschreven door tientallen auteurs die ze zelf hebben gefietst. Dat verhoogt bepaald de amusementswaarde.
Een van die auteurs is Ned Boulting, wielercommentator voor de Engelse zender ITV. Hij heeft altijd een Brompton-vouwfiets bij zich als hij op pad is om verslag te doen van een wielerronde. De laatste kilometers naar zijn commentaarplek (de finish van de etappe) legt hij traditiegetrouw fietsend af. Zo ook naar de top van de monsterlijke Col de Portet, 2.215 meter hoog in de Franse Pyreneeën, die in 2018 voor het eerst als slotklim werd opgenomen in de Tour de France. ‘Met een vouwfiets is het echter niet altijd even makkelijk een berg op te fietsen’, schrijft de Engelsman understated. ‘De weg vulde zich met bierdrinkende fans. Ik wist dat dit de zwaarste beklimming zou worden, in jeans en T-shirt.’
Geraint Thomas won er de Tour van dat jaar. Boulting heeft andere herinneringen aan de col: ‘Ik kan me de laatste kilometers nauwelijks herinneren, toen we onze Bromptons de berg op sleepten, blootgesteld aan mist en wind, met boomloze weiden die de route flankeerden en de geur van koeienmest zwaar in de lucht.’
Een boek vol inspiratie, kortom. En echt niemand hoeft zich te laten afschrikken door het woord mythisch in de titel. Uit de inleiding: ‘Voor Cass Gilbert en zijn gezin, onder wie zijn jonge zoon Sage, betekende het een zomertocht door Nederland.’ Aan de andere kant van het spectrum schrijft Emily Chappell (‘schrijver en fietsverkenner’) over de Transcontinental Race, een 4.000 kilometer lange route van Geraardsbergen in België naar Çanakkale in West-Turkije. Sommige mensen scheppen er genoegen in die zo snel mogelijk af te leggen. Chappell, die in 2016 de eerste vrouw was om het parcours te slechten, deed er veertien dagen over.
Gelukkig zijn – volgens de samenstellers van het boek – een rondje om Berlijn langs de voormalige Muur (160 kilometer), ‘een toast (sic) op de wijnen van Bourgondië’ (88 kilometer, ‘In Frankrijk zit je bijna altijd goed’) en een bedaarde tocht langs de Donau (‘Onze voornaamste obstakels waren geen heuvels, maar in lycra geklede fietsers die als kogels over het pad flitsten’) even mythisch.
Ride – De 100 mooiste fietstochten ter wereld, dat twee jaar later verscheen, zou je als een logisch vervolg kunnen zien, al is het van een andere uitgever en bepaald beperkter in zijn opzet. Gids voor de bikepacker, wel van Lonely Planet en verschenen in 2022, is dan veel uitgebreider en bruikbaarder als echte hulp bij het bepalen en vinden van een geschikte route.
Al moet de lezer zich bij dit boek dan weer niet laten afschrikken door de hippe verpakking: een fiets wordt hier gedefinieerd als een ‘kale’ mountainbike of gravelbike, terwijl de meeste Nederlanders toch gewoon met spatborden en bagagedragers op stap gaan. Over die fietsen schrijft de auteur: ‘De traditionele keuze is de toerfiets (…). Grotendeels achterhaald door gravelbikes zijn ze een elegante en comfortabele keuze voor een snelle vooruitgang als je voornamelijk op verharde wegen rijdt.’ Oké.
De 75 meest uitdagende fietstochten ter wereld, zoals ook de ondertitel van de gids luidt, zijn opgedeeld in vijf moeilijkheidsgraden, die vooral afhangen van het aantal te overbruggen hoogtemeters en de overnachtings- en foeragemogelijkheden die je onderweg tegenkomt. Tot en met niveau 3 zijn ze voor enigszins geoefende fietsers niet overdreven zwaar.
De meest recent verschenen uitgave is tegelijk een van de meest gedetailleerde: In bicicletta, in uitstekende Nederlandse vertaling (titel uitgezonderd) verschenen als Let’s Bike. Auteur is de Italiaanse Monica Nanetti, die volgens haar uitgever ‘het grootste deel van Europa te voet of op de fiets verkend’ heeft. Zij heeft slechts 41 fietsroutes verzameld en dat komt de bruikbaarheid ten goede. Bovendien richt Nanetti zich duidelijk bovenal op ‘de reguliere fietser’. Weliswaar bevatten alle boeken routes en tochten van eendaags kort tot extreem lang (duizenden kilometers), en van vederlicht tot loodzwaar, maar die in Let’s Bike zijn in doorsnee het minst zwaar.
Van elke route, in zwaarte opgedeeld in een schaal van 1 tot 6, geeft ze gedetailleerd aan hoe je er komt. Bovendien deelt ze elke route in behoorlijk bescheiden etappes in. Ter indicatie: het Rondje IJsselmeer (400 kilometer) hakt ze in zessen, onder meer omdat ze de lezer aanraadt onderweg ‘de spectaculaire moerassen van Nationaal Park Weerribben-Wieden’ in een kano te verkennen. Bovendien blijkt ze Vrienden op de Fiets te kennen, ‘de niet commerciële vorm van bed and breakfast waar fietsers, mits lid, onderdak kunnen vinden bij particulieren tegen uiterst gereduceerd tarief’.
Met zulke gedetailleerde kennis ben je geneigd ook andere tips ter harte te nemen: ‘Voor het plannen van een fietstocht op IJsland moet je een behoorlijke dosis aanpassingsvermogen voor extreme omstandigheden hebben. (…) Vooral als je de hoofdweg verlaat en landinwaarts gaat, kun je in een echte woestenij belanden. Geef je reisroute van tevoren op de IJslandse website Safetravel op, zodat je in geval van nood makkelijker te vinden bent.’
Toch geldt voor alle boeken: ze zijn vooral bedoeld als inspiratie en oriëntatie, getuige ook de vele foto’s. Ze geven weliswaar praktische informatie, maar in verschillende mate en nooit helemaal toereikend. Zo vermelden alleen Ride en Gids voor de Bikepacker van elke route het aantal te slechten hoogtemeters, toch essentieel voor het inschatten van de geschikt- en aantrekkelijkheid van een route.
Tot slot: dat de hoeveelheid weergaloze fietsroutes (nog) niet onuitputtelijk is, blijkt uit het feit dat de meeste routes in meer dan één boek voorkomen. Zo staat de Hebridean Way, een tocht van zuid naar noord over de winderige Buiten-Hebriden ten westen van Schotland, met uitzondering van Ride in alle boeken. Wel is-ie bij de één een ‘toegankelijk avontuur voor degenen die met bikepacking beginnen’, terwijl de tocht bij de ander een ‘overdaad aan enthousiasme’ vereist.
De meeste fietsroutes zijn kortom zo mythisch, mooi, indrukwekkend en moeilijk als je ze je zelf herinnert.
Lonely Planet (red.): Mythische fietstochten in Europa – Verken de meest indrukwekkende fietsroutes in Europa. Uit het Engels vertaald door Ernst Schreuder. Lannoo; 320 pagina’s; € 29,99.
Rachel Laidler (red.): Ride – De 100 mooiste fietstochten ter wereld. Uit het Engels vertaald door Gon Hokke en Corry Lagewaard. Spectrum; 256 pagina’s; € 27,99.
Lonely Planet (red.): Gids voor de bikepacker – Ontdek de 75 meest uitdagende fietstochten ter wereld. Uit het Engels vertaald door Ernst Schreuder. Lannoo; 304 pagina’s; € 29,99.
Monica Nanetti: Let’s Bike – De mooiste fietsroutes van Europa. Uit het Italiaans vertaald door Jeanette Willighagen. Rebo Publishers; 224 pagina’s; € 24,99.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd