Home

Een crimineel klusje vinden is kinderspel: hoe bendes in Rotterdam minderjarigen werven

‘Wat ik van die bomaanslagen vind? Het is klote, niet goed voor de wijk’, zegt een jonge man in een zwart shirt. Hij staat bij een café aan de Crooswijkseweg in Rotterdam, vlak bij toko Arti, waar enkele dagen eerder een vuurwerkbom is ontploft.

Dan stapt een man met een duistere blik achter hem vandaan. ‘Wat doe jij hier?’, vraagt hij de verslaggever van de Volkskrant. ‘O, je bent journalist? Dan moet je opkankeren, want je gaat toch alleen maar slecht over ons schrijven.’

Over de auteur
Menno van Dongen is verslaggever van de Volkskrant op het terrein van criminaliteit, politie en justitie

De sfeer is gespannen in een van de armste buurten van de stad. Bij de multiculturele supermarkten en bakkers in de straat stuiten we op winkeliers die niet ingaan op vragen over de vier recente explosies en beschietingen op de Crooswijkseweg, in de tijdspanne van een week.

‘Ik volg het nieuws niet’, is een veelgebruikt excuus. Een van de ondernemers zegt dat hij niet meewerkt aan interviews omdat er ‘te veel wordt gespeculeerd’. Daar doet hij niet aan mee. ‘Je snapt vast wel waarom.’

In ruim vier maanden ging het al 54 keer mis in Rotterdam, met vuurwerkbommen en beschietingen. De politie gaat ervan uit dat de meeste aanslagen zijn gepleegd in opdracht van de georganiseerde misdaad. Het zou gaan om drugscriminelen die explosies gebruiken om elkaar te intimideren, zodat openstaande rekeningen zullen worden betaald. Voor een gestolen partij cocaïne, bijvoorbeeld, of een in beslag genomen lading. Ook familieleden van misdadigers zijn geregeld het doelwit.

De golf van geweld werd groot nieuws toen op 27 april bleek dat de politie midden in de nacht twee jongens van 14 en 15 jaar had betrapt met een brandbom. Lang niet alle verdachten zijn minderjarig, maar de aanhouding van deze tieners past in een trend: de jeugdcriminaliteit verhardt en verjongt.

Het roept de vraag op hoe drugsbendes minderjarigen werven, welke rol sociale media daarin spelen, wat voor signalen wijzen op crimineel gedrag en wat er moet gebeuren om erger te voorkomen.

Volgens Raymond Kolsteren (57), teamleider van een van de Teams Grootschalige Opsporing in Rotterdam, komen klussen om bommen te leggen onder meer binnen via sociale media: op berichtenapps als WhatsApp en foto-apps als Snapchat en Instagram.

‘Een deel gebeurt gewoon op straat, op hangplekken’, zegt Kolsteren, ‘maar die gastjes zitten ook in besloten chatgroepen, onder andere op Telegram. Daarin vraagt iemand bijvoorbeeld om een shooter of een driver: een schutter of een chauffeur voor een huurmoord. Anderen reageren daar dan op.

‘Je kunt het vergelijken met een app als Werkspot. Daarop kun je klussen in je huis of tuin aanbieden aan timmermannen. Zo’n markt van vraag en aanbod is er ook voor criminaliteit.’

Sociale media verlagen volgens de teamleider de drempel om iemand in te huren. ‘Opdrachtgevers waren het vroeger gewend om iemand te zoeken die ze konden vertrouwen. Nu maakt dat minder uit. Want als alles online gebeurt, inclusief de betaling, weet de uitvoerder helemaal niet voor wie hij zo’n klus uitvoert. Dus kan zo iemand nooit de naam van de opdrachtgever noemen bij de politie.’

Wie interesse heeft, hoeft ook minder moeite te doen. ‘Nu is zo’n klus zelfs bereikbaar voor jongens zonder contacten in het wereldje. Jongens die snel geld willen verdienen en – als roekeloze pubers – zin hebben in iets extreems. Zoals het regelen en aansteken van een vuurwerkbom.’

Wat het voor de politie moeilijk maakt, is dat sommige van deze jongens doen alsof ze gangsters zijn, omdat ze dat stoer vinden of bang zijn om buiten de groep te vallen. ‘Wij moeten het kaf van het koren scheiden.’

Jongens die dit soort klussen aannemen komen meestal ‘uit de mindere buurten’, legt hij uit. ‘Ze hebben weinig te verteren, willen graag meedoen en kijken met een schuin oog naar kinderen die wel mooie jassen hebben, en schoenen van een duur merk als Alexander McQueen. Laatst hoorde ik een van hen zeggen: ik wil snel rijk worden en niet al te veel doen.’

Op sociale media zijn ze niet allemaal even voorzichtig. ‘Als jongeren daar een chocoladereep-emoji gebruiken, bijvoorbeeld in hun profieltekst, is dat een aanwijzing dat ze in hasj handelen. En broccoli staat voor wiet.’

‘Jongeren leven in een hybride wereld’, zegt de Rotterdamse criminoloog Jeroen van den Broek (34), die promotieonderzoek doet naar jeugdcriminaliteit en straatcultuur en veel contact heeft met deze doelgroep. ‘Er is een constante wisselwerking tussen wat er online en offline gebeurt. Vaak doen ze zich op sociale media voor als grote hasjdealer, terwijl ze in werkelijkheid kleinschalig handelen. Ze vinden het vooral belangrijk dat anderen hen serieus nemen, dat ze geloofwaardig overkomen als gangster.’

Dat brengt wel risico’s met zich mee. ‘Ik ken voorbeelden van jongens die online een te grote broek hebben aangetrokken, en daarvoor in het echte leven een prijs betaalden. Als je zo stoer doet, bijvoorbeeld als drillrapper, gaan anderen je een keer testen: bewijs maar dat je echt zo gek bent. Zo kun je betrokken raken bij incidenten die verkeerd aflopen.’

Van den Broek kent uit zijn netwerk verhalen over jongeren die bommen hebben gelegd. ‘Ik wil daar geen conclusies aan verbinden, want het is anekdotisch materiaal. Mijn eerste indruk is dat ze het doen voor geld en voor status in de straatwereld.’

Dat ze op deze manier zullen opklimmen in het criminele circuit is een illusie, denkt de criminoloog. ‘Omdat het vaak gaat om jongens die niet de vaardigheden en potentie hebben om daarvoor de lijnen uit te zetten. Ik vraag me zelfs af of andere boys het wel tof vinden dat zij zulke dingen doen. Als je iemand in elkaar slaat of een overval pleegt, dwingt dat respect af in die wereld. Maar bommen leggen? Ik sluit niet uit dat de rest van de groep dat helemaal niet stoer vindt, omdat je dan maar een loopjongen bent.’

Hij waarschuwt voor overhaaste maatregelen. ‘Ik snap de afschuw over de acties van zulke jonge jongens. Maar het zijn uitvoerders, geen opdrachtgevers. En de meeste verdachten zijn meerderjarig. Laten we eerst goed uitzoeken wie hierachter zitten en wat hun motieven zijn.’

Terug naar de Crooswijkseweg, waar een buurtbewoner bereid blijkt om met de krant te praten, op voorwaarde dat hij anoniem blijft. ‘Moet je nou toch kijken’, zegt de 84-jarige man, terwijl hij wijst naar toko Arti. De winkel is na de recente explosies dichtgetimmerd met houten planken, aan de gevel bungelt een kapotte lamp.

‘Het is toch niet te geloven dat de politie jongens van 14 en 15 heeft gepakt voor zo’n aanslag?’, zegt hij met een stevig Rotterdams accent. ‘Waar zijn hun ouders? Missen ze hun zoon niet, midden in de nacht? Toen ik 14 was en met de politie in aanraking kwam, kreeg ik een pak slaag van mijn vader. Nu krijgen zulke jongens volgens mij te veel ruimte.’

Door de explosies voelen de meeste buurtbewoners zich onveilig, zegt hij. ‘Zelf heb ik daar gelukkig niet zo’n last van, want ik heb de vierde dan in karate en aikido.’ Hij klopt zelfverzekerd op de borstzak van zijn jas, waarin aikidostokjes zouden zitten. ‘Daarmee sla ik iemand zo de hersens in. Dat is geen dreigement, dat is een belofte.’

Burgemeester Aboutaleb heeft de wijken Oude Westen en Crooswijk inmiddels aangewezen als ‘veiligheidsrisicogebied’, waar preventief fouilleren mogelijk is. De politie is er massaal aanwezig, om uit te stralen dat de explosies ‘zeer serieus worden genomen’.

‘De urgentie om dit aan te pakken wordt gevoeld in het hele politiekorps’, constateert teamleider Raymond Kolsteren. ‘We surveilleren extra in deze wijken. Misschien schrikken we zo ook sommige criminelen af.’

Er zullen binnenkort nieuwe aanhoudingen volgen, zegt hij. ‘De pakkans is groot, zeker voor uitvoerders. In Rotterdam hebben we dit jaar al 33 verdachten opgepakt. Maar deze onderzoeken hebben tijd nodig. Om telefoons te onderzoeken, verdachten te verhoren, noem maar op.’

Het werk van de politie is enorm veranderd de laatste jaren. ‘Vijf jaar geleden waren we onder de indruk toen we een 17- en een 18-jarige oppakten voor een liquidatie. Wij dachten: dat zijn nog kinderen! Sindsdien merken we dat we steeds vaker op kinderen stuiten, zelfs nog jongere.

‘Wat me een onbevredigd gevoel geeft is dat zulke jonge criminelen vaak zo weer buiten staan, als ze gestraft worden volgens het jeugdrecht. Ik snap best dat hun keuzes een beetje worden vertroebeld door hun puberbrein. Maar het blijft hun eigen keuze, en die moet consequenties hebben die daarbij passen.’

De politie kan het niet alleen, benadrukt hij. ‘Niemand is gebaat bij een explosie-oorlog in de stad. Daarom doen we een beroep op de omgeving van de daders: ouders, leraren, buren. Zie je dat zo’n gastje te dure schoenen draagt en foute vrienden heeft, neem dan je verantwoordelijkheid en tip de politie. Dat kan anoniem.

‘Misschien voelt dat ongemakkelijk. Maar als je het niet doet, zou het zomaar kunnen dat iemand binnenkort de pui van zijn ouderlijk huis eruit blaast. Of van jouw woning, als de daders zich vergissen in het adres. Als we met z’n allen een oogje dicht blijven knijpen, is het wachten op de eerste explosie waarbij een dode valt.’

Het rolluik is naar beneden en coffeeshop Witte de With is twee weken gesloten, op last van de burgemeester van Rotterdam. Toch zit een van de vaste be Source: Volkskrant

Previous

Next