‘Helemaal kapot was ik. Een tijdlang durfde ik de deur niet meer uit. Ik was geïntimideerd, gedeprimeerd, het plezier om te schrijven – om te leven zelfs – was totaal verdwenen. Het heeft een paar jaar geduurd voordat ik weer een woord op papier kreeg.’
Acht jaar na dato moet Eleanor Catton – Nieuw-Zeelandse, maar woonachtig in Engeland – nog altijd bijna rillen als ze erover vertelt. Nadat ze in 2013 de Booker Prize had gekregen voor haar roman Al wat schittert (The Luminaries) was ze ineens een beroemdheid geworden. Een beroemdheid die overal ter wereld werd uitgenodigd voor interviews, deelname aan congressen en optredens op literaire festivals. Zo was ze in 2015 te gast op een festival in het Indiase Jaipur. Bij die gelegenheid liet ze zich nogal kritisch uit over de Nieuw-Zeelandse regering. Ze noemde de politici ‘neoliberale, geldbeluste, zeer oppervlakkige figuren die niet om cultuur geven’ en verweet hen de planeet te verwoesten. De reacties logen er niet om.
‘Dat premier John Key in zeer neerbuigende bewoordingen op mijn uitspraken reageerde en onjuiste informatie over me naar buiten bracht, was tot daaraan toe. Maar vervolgens gingen rechtse radiostations en websites zich ermee bemoeien. Het werd een haatcampagne. Beangstigend vond ik dat een van die websites een lijst publiceerde van alle beurzen en toelagen die ik ooit van de overheid heb ontvangen. Met als boodschap: deze persoon heeft publieke gelden ontvangen, dus mag ze onze politiek niet bekritiseren. Ik had aan alle voorwaarden voldaan om die beurzen te krijgen, had de projecten gerealiseerd die eraan gekoppeld waren.
‘Die lijst werd vervolgens zonder enige kritische toelichting overgenomen door de New Zealand Herald, een van de grootste kranten van het land. Het hele land viel over mij heen. Ik werd een verrader genoemd, een Taliban-strijder, de terminologie was echt heftig.’
Over de auteur
Hans Bouman schrijft voor de Volkskrant over boeken en richt zich met name op literatuur en auteurs uit het Engelse taalgebied.
Het leek ook al een beetje vreemd: Eleanor Catton (37) schreef in vijf jaar tijd het meer dan 800 pagina’s dikke en technisch uiterst complexe Al wat schittert, maar zou tien jaar hebben geploeterd op het nog niet half zo dikke Het Woud van Birnam? Zo lag het dus niet. Er waren trouwens ook nog positieve redenen waarom die roman er niet eerder kwam: Catton werkte aan televisiescripts van The Luminaries en Jane Austens Emma. En ze is twee jaar geleden moeder geworden van een dochter.
Het Woud van Birnam speelt net als Al wat schittert in Nieuw-Zeeland, maar dan in het heden. Het boek vertelt over het activistische tuinderscollectief Birnam Wood, opgericht door de 29-jarige Myra Bunting. De idealistische groep verbouwt gewassen op verwaarloosde plekken en verkoopt de producten die dat oplevert. Het gezelschap heeft een aanzienlijk geitenwollensokkengehalte en hun onderlinge ideologische discussies zijn voor de neutrale lezer vrij amusant.
Als Myra haar oog laat vallen op een grote, door aardverschuivingen geïsoleerd geraakte boerderij – ideaal werkterrein voor Birnam Wood – komt ze in contact met een mysterieuze Amerikaanse miljardair: Robert Lemoine. Ook die is in de boerderij geïnteresseerd, zogenaamd om er een atoomvrije bunker te laten bouwen. In werkelijkheid, zo ontdekt de lezer al snel, is het hem te doen om de kostbare mineralen die zich in de grond bevinden. Lemoine probeert Myra en de haren voor zijn karretje te spannen en biedt Birnam Wood 100 duizend dollar aan. Met dat bedrag kan het collectief zich professionaliseren. Maar moet je in zee willen gaan met iemand die rijk is geworden met spionagedrones?
Het is het begin van een reeks verwikkelingen rond thema’s als loyaliteit, integriteit, geldingsdrang, ambitie, corruptie, wantrouwen, opportunisme en idealisme. Na een kalme start wordt het tempo van de roman steeds hoger en voor de laatste tientallen pagina’s is het woord ‘enerverend’ een eufemisme.
‘Nee, maar het heeft me jaren gekost. Na die haataanval ben ik mij uitgebreid gaan verdiepen in politieke en economische theorieën en andere maatschappelijke zaken. Ik las over activisme, over de geschiedenis van protestbewegingen overal ter wereld, over de aard van macht. Ik wilde meer en betere munitie beschikbaar hebben voor wanneer zo’n aanval me nog eens zou overkomen. Het Woud van Birnam is voortgekomen uit al dat lezen.
‘Pas tijdens de lockdown ben ik begonnen met schrijven. Ik had een lange aanloop nodig, omdat ik wilde voorkomen dat ik mij zou laten leiden door wrok. Dat kan een boek ruïneren. Ik woonde in Engeland toen in 2020 de Nieuw-Zeelandse grens dichtging. Buitengesloten als ik was, voelde ik meer vrijheid om satirisch te schrijven over mijn land.’
‘Toen ik Al wat schittert schreef, streefde ik vooral virtuositeit na. Ik wilde zien of het me zou lukken het Nieuw-Zeeland van 1866 te scheppen, met daarin twaalf personages die ieder aan een teken van de dierenriem zijn verbonden. Het was literair-technisch een heel ambitieus boek, dat tegelijkertijd ook spannend en geloofwaardig moest zijn.
‘Ik ben sindsdien anders gaan denken over de verantwoordelijkheid van de schrijver, over de rol van fictie. Ik wilde geen boek schrijven dat alleen gericht was op het literaire establishment: de ervaren lezers, de critici. Ik wilde een roman die een brede groep lezers ouderwets leesplezier zou geven. Bij Al wat schittert wist ik nog totaal niet of ik kon wat ik wilde. Bij Het Woud van Birnam was de vraag niet of ik het kon, maar of het een boek zou worden dat het recht en de noodzaak had om te bestaan. Een wat rijpere benadering, wat mij betreft.’
‘Aan het eind van deel 1 vindt er een bijeenkomst plaats van alle Birnam Wood-leden. Daarbij ontstaat een hoogoplopend conflict tussen het personage Tony en de anderen. Dat was de moeilijkste scène om te schrijven. Ze moest nadrukkelijk satirisch zijn en kritisch over alle betrokken partijen. Ik denk dat dat uiteindelijk gelukt is en daar ben ik erg blij mee.’
‘Ja. In het geval van Het Woud van Birnam wist ik dat het een shakespeareaanse tragedie moest worden. Ik wil niet te veel verraden, maar je weet hoe die tragedies eindigen. In de aanloop daarnaartoe moest er eerst iets misgaan. Dat moest vervolgens worden hersteld of verborgen, met als gevolg dat er weer andere dingen verkeerd gingen. Wij mensen richten vaak meer schade aan door te proberen een fout te verdoezelen dan door die fout zelf.’
‘Ik denk dat het een gevaarlijke illusie is om te geloven dat niet iedereen medeplichtig is aan het kwaad in onze wereld. Dat besef van medeplichtigheid hoeft niet tot wanhoop te leiden. Het kan het begin zijn van een besef van verantwoordelijkheid.
‘De kostbare mineralen die miljardair Lemoine in het boek wil delven, zijn aanwezig in de mobieltjes en andere apparaten van alle personages, ook de idealisten. Het zou kunnen dat de milieutechnische impact van Lemoines plannen kleiner is dan de impact van de apparaten die iedereen in zijn hand houdt. Een van de implicaties van Het Woud van Birnam is dat niemand kan zeggen dat hij schone handen heeft. Al zijn sommige handen natuurlijk vuiler dan andere.’
‘Als scriptschrijver ben ik gaan beseffen hoe belangrijk de dramatische structuur is. Waarom je in een film altijd twee keerpunten moet hebben, en daarmee drie bedrijven. Aan het eind van het eerste bedrijf betreedt het verhaal ineens een nieuw territorium. Dat gegeven wordt vervolgens gekoppeld aan de crisis aan het eind van het tweede bedrijf. Die structuur ligt aan de basis, pas daarna kun je aan bijvoorbeeld dialogen gaan werken.
‘Het Woud van Birnam is sterk beïnvloed door het script dat ik voor Emma schreef. Die roman is honderd jaar ouder dan de eerste film, maar heeft de ideale driedelige filmstructuur. Het eind van het eerste deel wordt perfect gespiegeld in het eind van het tweede. Het illustreert dat het fenomeen dramatische structuur ouder is dan zowel de roman als de film.
‘Overigens heeft de film vergeleken met de roman grote beperkingen. Je hebt maar twee uur ter beschikking en de kijker kan alleen maar zien wat zich op dat rechthoekige filmdoek of beeldscherm afspeelt. In een boek kun je bewegen door de tijd, in iemands herinneringen belanden, het verteltempo verhogen als je jezelf niet wilt herhalen. Al met al biedt de roman een schrijver veel meer flexibiliteit. In een film gebeurt alles in een bepaalde tijd: zoveel beelden per seconde. In een geschreven paragraaf kun je het aantal beelden per seconde manipuleren.’
‘Als millennial ben ik me ervan bewust hoeveel ongelijkheid er bestaat tussen generaties, vooral op het gebied van huizenbezit. Mijn generatie heeft niet de mogelijkheden en verantwoordelijkheden die de generatie van mijn ouders had toen zij mijn leeftijd hadden. De oudste millennials zijn nu ongeveer 40 en hebben kinderen, maar worden zelf nog steeds als kinderen behandeld. Ze wonen steeds langer thuis, stichten later een gezin, hun adolescentie duurt langer.
‘De lockdown was een stuk moeilijker voor mijn generatie en de generatie na mij dan voor oudere generaties, die al een huis hadden en bij wie de kinderen waren uitgevlogen. En dat terwijl de jongere generaties veel minder kwetsbaar waren voor het coronavirus. Zij hebben een geweldig offer gebracht voor de oudere generaties. Vervolgens gingen de rentetarieven door het dak, waarmee elke hoop van millennials om een eigen huis te kopen Source: Volkskrant