Home

Ons vermogen gesprekken te onthouden blijkt ontluisterend slecht

Mark Rutte kon zich niet herinneren dat hij het had gehad over een ‘functie elders’ voor CDA’er Pieter Omtzigt, in zijn gesprek met ‘verkenners’ Jorritsma en Ollongren, voorjaar 2021. Dat dat gesprek had plaatsgevonden, dat wist hij nog, maar Omtzigt?

Of Ruttes geheugen hem echt in de steek liet, weet alleen de premier zelf. Maar uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt wel hoe grillig het menselijk geheugen werkt bij het registreren van gesprekken.

Op verschillende plaatsen in de wereld storten onderzoekers zich op dit onderwerp, en om goede redenen. Zulk onderzoek is relevant. Het doet ertoe te weten wat een getuige in de rechtbank waard is, of een patiënt zich het slechtnieuwsgesprek met een arts goed herinnert, of landen het eens zijn over een diplomatieke bespreking. Geeft de herinnering aan een gesprek echt weer wat er is gezegd? En hoe stellig zijn we over wat er in werkelijkheid helemaal níét werd gezegd?

Hoe grillig en onbetrouwbaar het geheugen voor gesprekken is, blijkt onder meer uit het werk van Sarah Brown-Schmidt, cognitief psycholoog aan de Vanderbilt-universiteit in Nashville, Tennessee. Ze is een oudgediende in het vakgebied en ontwikkelde en publiceerde een aantal veelgebruikte methoden om te meten wat mensen zich herinneren van gesprekken.

Een daarvan is proefpersonen na een gesprek achter een computer zetten en hen laten opschrijven wat ze zich herinneren. De onderzoekers testen dit met verschillende tussenpozen: wat en hoeveel weten ze kort na het gesprek nog, hoeveel na een aantal dagen.

De resultaten van Brown-Schmidt en haar collega’s zijn ontluisterend, vertelt de onderzoeker aan de telefoon. ‘Na een korte pauze herinneren proefpersonen zich minder dan 20 procent van de oorspronkelijke informatie uit het gesprek. Na een paar dagen is dat percentage zelfs teruggelopen tot zo’n 6 procent. Op dat moment herinneren ze zich alleen nog de kern van het gesprek.’

Proefpersonen herinneren zich concrete dingen uit een gesprek beter dan abstracte begrippen. De meest accurate weergave van het gesprek komt nog boven water wanneer ze het gesprek vrijuit mogen navertellen, dus zonder dat er vragen aan hen worden gesteld. Details die dan worden verteld, blijken vaak te kloppen.

Onverwachte, opvallende en buitenissige feiten uit een gesprek worden beter onthouden dan alledaagse. Brown-Schmidt: ‘We denken goed te weten wat er is gezegd, maar in feite onthouden we alleen de kern.’

Brown-Schmidt constateert nog meer opmerkelijks: ‘Mensen hebben zelfs ‘valse’ herinneringen aan gesprekken. Ze noemen de antwoorden die ze vooraf van hun gesprekspartner hadden verwácht, ook als die die uiteindelijk nooit heeft gegeven.’

Brown-Schmidt en haar collega’s onderzochten ook of gesprekspartners achteraf nog weten wie wat heeft gezegd. Wij blijken ons beter te herinneren wat we tijdens een gesprek zelf hebben gezegd dan wat onze gesprekspartner vertelde. Maar stellen wij de ander expliciet een vraag, dan herinneren we ons dát antwoord weer beter dan het antwoord op een vraag die een ander aan ons heeft gesteld.

Voeren we een gesprek met meerdere mensen, dan blijken we ons een opmerkelijk detail wel te herinneren, maar achteraf vaak niet meer te weten wie dat precies zei. Dat is ideaal voor wie nepnieuws wil verspreiden. We weten niet waar we het vandaan hebben, maar wel dat het opmerkelijk was. Als factcheckers daarna nog aan de slag gaan, is het allang te laat.

Mensen, is de conclusie, zijn ronduit slecht in het woordelijk onthouden van gesprekken. Maar is dat een gegeven, of zijn er misschien toch dingen die we kunnen doen om gesprekken preciezer te onthouden? Afgezien dan natuurlijk van een opname maken, of toch maar een notulist aanwijzen.

Elk gesprek bestaat uit woorden. Dus is een logische vraag hoe goed mensen woorden onthouden en welke factoren daarbij een rol spelen. Aan het Max Planck Instituut in Nijmegen onderzocht psycholinguïst Eirini Zormpa hoe mensen onder verschillende omstandigheden op woorden komen, en in hoeverre ze die vervolgens ook onthouden.

Dat leidt tot fascinerende experimenten. Zormpa begint met proefpersonen op een beeldscherm een reeks plaatjes te laten zien. Deels zijn die plaatjes voorzien van een geschreven woord, deels niet; bij de ‘woordloze’ moeten proefpersonen dat zelf bedenken: ‘sinaasappel’; ‘nietmachine’. De zelf bedachte woorden blijken ze zich achteraf beter te herinneren dan de gegeven woorden. Dit heet onder spreektaalonderzoekers het ‘generation effect’, afgeleid van het zelf ‘genereren’.

In een ander experiment met zulke plaatjes moeten proefpersonen een deel van de afbeeldingen zwijgend bekijken, bij de overige moeten ze hardop melden wat ze zien. Twintig minuten na beëindiging van deze ronde laat de onderzoeker haar proefpersonen opnieuw afbeeldingen zien: zowel nieuwe als plaatjes uit de eerste ronde. Ze moeten eruit pikken welke ze al eerder hebben gezien.

Zormpa constateert dat mensen zich plaatjes die ze hardop hebben benoemd achteraf beter herinneren dan die ze hebben gezien zonder iets te zeggen. Dit wordt het ‘production effect’ genoemd.

Zormpa verklaart dat doordat je het gezochte woord eerst hebt opgehaald uit je geheugen, om vervolgens ademhaling, strottenhoofd, kaken en tong in beweging te brengen om het uit te spreken: door zo veel ‘moeite’ te doen, onthoud je beter wat je ziet.

In een derde experiment laat Zormpa twee mensen een gesprek voeren, dat wordt gefilmd. Die opname wordt bekeken door de eigenlijke proefpersoon, die vervolgens wordt getest op wat hij zich er daarna nog van kan herinneren. De toeschouwer blijkt antwoorden die zijn langsgekomen in het bekeken gesprek veelal beter te hebben onthouden dan de – willekeurige – vragen. Dit heet het ‘focus’-effect: we onthouden antwoorden beter dan vragen.

Dat sluit allemaal naadloos aan bij wat oudgediende Sarah Brown-Schmidt in Nashville in haar onderzoeken vindt: we weten het beste wat we in gesprekken zélf bedenken en zeggen; in andermans gesprekken horen we antwoorden beter dan vragen. De rest van een gesprek of discussie vergeten we verrassend snel weer.

De vraag is wel of je dit soort laboratoriumonderzoek naar de praktijk kunt vertalen, stelt Katinka Dijkstra, hoogleraar brein en cognitie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, die zelf niet bij deze onderzoeken betrokken is. ‘Maar je zult inderdaad in het lab moeten beginnen om aan robuuste fundamentele kennis te komen.’

De conclusies van het werk vindt Dijkstra maatschappelijk hoe dan ook relevant. ‘Dat we letterlijke bewoordingen niet onthouden, is meestal niet eens zo heel erg. Belangrijk is dat duidelijk wordt dat mensen zich van nature de kern van wat is gezegd wél herinneren. En het is goed je te realiseren dat ze bronnen slecht onthouden.’

Om afbeeldingen, woorden en gesprekken beter te onthouden, bestaan er een paar trucs:

* Zeg hardop wat je wilt of moet onthouden.

* Schrijf na een gesprek op waar dat over ging.

* Doe dat niet te lang na afloop: anders ben je het leeuwendeel alweer vergeten.

* Lukt uitschrijven niet direct: beperk je tot de kern van het gesprek, dat is doorgaans afdoende.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next