Home

Arne Slot: de coach als dwingende dirigent, die anderen steeds een stapje voor is

Een beetje slimme energieboer schakelt Arne Slot in voor een reclamecampagne. Want ‘energie’ werd het magische woord bij Feyenoord, feitelijk al op het moment dat de 44-jarige Bergentheimer voor het eerst voet in De Kuip zette als hoofdcoach. Op 21 juni 2021 was dat.

Met energieke sprints moet de tegenstander snel worden ingesloten als die de bal heeft. Is Feyenoord aan de bal, dan moeten vooral de spelers zonder bal de hele tijd in beweging zijn om ruimte te scheppen en/of aanspeelbaar te zijn. Ook dat moet met gezwinde spoed gebeuren, de hele wedstrijd door.

Over de auteur

Bart Vlietstra schrijft sinds 2015 over voetbal voor de Volkskrant. Hij werkte ook voor diverse sportprogramma’s op televisie.

Slot liet zijn selectie daarom vanaf de allereerste training allerlei oefenvormen en positiespelletjes met de bal doen waarbij spelers de hele tijd heen en weer moesten sprinten over verschillende afstanden waarbij er, bijna onbewust, bepaalde looplijnen werden ingesleten. Vrijwel direct stonden er ook twee wedstrijden per week op het programma.

‘Het resultaat maakt me niet uit, als jullie maar negentig minuten gas geven,’ zei Slot voor die duels. Na afloop krijgt hij een uitdraai van het aantal afgelegde kilometers en het aantal sprints. Indien nodig confronteert hij zijn spelers daarmee.

Hoe houdt de ploeg dat vol? Slot leunt op een vooruitstrevende medische staf die via allerlei metingen monitort hoe de spelers er fysiek en mentaal voor staan. Elke speler krijgt een individueel krachtprogramma, dat ook kan bestaan uit boksen, yoga, badmintonnen in bad of een bezoek aan een ademhalingscoach.

Maar tijdens de gezamenlijke veldtrainingen is er geen ontsnappen aan. Dan moet iedereen aan de bak. ‘Daarbij gingen we bewust weleens in het rood,’ vertelt Bryan Linssen die vorig seizoen onder Slot speelde. ‘Maar als je dat doorstaat, kom je weer verder.’

Essentieel om dit vol te houden, met toch veelal dezelfde basisspelers, zijn goede resultaten. Feyenoord overleefde ternauwernood de allereerste officiële wedstrijden tegen het bescheiden FC Drita uit Kosovo in de voorronde van de Conference League, het toernooi waarvan het uiteindelijk de finale zou halen.

Linssen: ‘Drita overleven was belangrijk, al speelden we toen heel slecht. Het echte kantelpunt was thuis tegen Atlético Madrid.’

Dit was een oefenwedstrijd vlak voordat de competitie begon. Atlético staat bekend als de ultieme vechtersploeg: tactisch uitgekookt, ultrafit.

Linssen: ‘Maar alles wat Slot ons voorspelde, bijvoorbeeld over waar de ruimtes lagen en hoe wij hen pijn konden doen, kwam uit. Slot had ons al overtuigd van zijn kwaliteiten met zijn eerste bespreking. Maar door die wedstrijd tegen Atlético kregen we het geloof dat we het ook daadwerkelijk konden uitvoeren.’

De afwachtende, apathische ploeg die onder Dick Advocaat op 2 mei 2021 nog verloor van de latere degradant ADO Den Haag won drie maanden later van een Spaanse topclub met dominant, energiek voetbal. Met een doelpunt in de slotfase, iets wat nog heel vaak zou voorkomen. Na afloop stond het publiek op de banken.

Linssen: ‘Er kwam positiviteit in de groep. En een ploeg die wint, kent weinig blessures. Als het niet loopt, breek je mentaal en uiteindelijk ook fysiek.’

Slot wil altijd een aantal spelers die zijn energieke spel aankunnen en zo de rest dwingen om erin mee te gaan. Daarom hamerde hij voor zijn eerste seizoen op de komst van loopwonder Guus Til. De Noren Fredrik Aursnes en Marcus Pedersen pasten ook in dat profiel. Orkun Kökcü zag ineens drie marathonmannen om zich heen en wist: ik moet fitter worden, anders kan ik niet mee.

De back die langs de zijlijn opkomt tot aan de achterlijn. De buitenspeler die naar binnen trekt. De lage voorzet vanaf de achterlijn terug het veld in. De rechtsback die stiekem middenvelder wordt als de linksback de bal heeft. De spits die de middenvelders helpt om de bal te veroveren. De verdedigers die altijd aansluiten naar de middenlijn als de bal op de vijandelijke helft is.

Deze patronen zie je vaak bij ploegen die door Slot worden getraind. Of het nou Feyenoord, AZ, Cambuur of een juniorenteam van PEC Zwolle is. ‘De klasse van Slot’, zegt Linssen, ‘is dat hij blijft vernieuwen.’

Slot ziet veel voetbal en filtert daar bruikbare listen uit. Soms om van een zwakke plek bij de tegenstander te profiteren. Soms omdat hij denkt: nu weet de tegenstander wel dat wij de zogeheten crosspass altijd achter de defensie leggen, nu moeten we iets anders doen.

Linssen: ‘Slot is andere coaches steeds een stapje voor.’

Niet dat hij voor elke wedstrijd opnieuw het wiel uitvindt, want aan zijn ‘spelidee’ tornt Slot niet. Feyenoord speelt in de kern altijd hetzelfde; alles is gericht op het creëren van kansen en het spel wordt tot in den treure getraind, met Slot als dwingende dirigent. Per linie zijn er specialisten: Robin van Persie is er vaak bij voor de spitsen, John de Wolf voor de verdedigers, Khalid Benlahsen traint de keepers en Slot en assistent Marino Pusic coachen de middenvelders.

Maar per wedstrijd maakt de hoofdtrainer een nieuw ‘speelplan’, met Pusic en veldcoach Sipke Hulshoff die de tegenstander analyseren. In dat speelplan zijn accenten aangebracht die specifiek zijn gericht op de volgende wedstrijd. Dit wordt daags voor het duel aan de spelers gepresenteerd op een dynamisch videoscherm en met grote, handgeschreven vellen vol aanwijzingen. Slot spreekt de groep in het Engels toe vanwege de vele buitenlandse spelers, maar wat hij zegt staat ook in het Nederlands opgeschreven.

De voorbereiding is meer dan het halve werk bij Slot. Eigenlijk is hij alleen het eerste kwartier van een wedstrijd zenuwachtig. Dan ziet hij al of wat hij bedacht heeft, werkt of niet. Vanaf de kant corrigeren is lastig, hij is dan ook vaak druk met de arbitrage.

In de rust kan hij nog bijsturen. Uit tegen Ajax hamerde hij er na de eerste helft, waarin Ajax opgezweept door het thuispubliek het initiatief greep, op dat de opbouw niet via de backs moest gaan, maar dat de bal eerst naar de middenvelders moest en dán pas naar de opkomende backs. Best riskant, maar als het lukte zou Feyenoord met de bal én met meer spelers direct veel dichter bij het doel van Ajax zijn.

Uiteindelijk verkreeg Feyenoord op die manier een overwicht en wist het de veel rijkere concurrent te verslaan. Het was een zware slag in de titelrace. Feyenoord kwam op zes punten voorsprong. Op die manier wist het later ook tegen het nóg veel rijkere AS Roma grote gedeeltes van de wedstrijden te domineren.

Slotball wordt dit positiespel inmiddels in de volksmond genoemd. Maar de echte definitie van Slotball is dat de trainer telkens weet te verrassen. Waarbij een ding overeind staat: Slot wil met zijn ploeg de baas zijn op het veld.

‘Men denkt alleen aan magneetjes op een tactiekbord of aan lopen, lopen, lopen bij mij. Maar je bent ook constant bezig met de psyche van spelers’, zei Slot in een interview begin dit jaar.

Louis van Gaal noemt dit het totale-mensprincipe. Slot hangt hier geen bepaalde term aan. Hij vraagt ook niet iedere dag aan spelers hoe het met ze gaat, en feliciteert ze ook niet met de verjaardag van hun kinderen, zoals Van Gaal pleegt te doen. Maar toen het onrustig werd in Iran vroeg hij de Iraanse speler Alireza Jahanbakhsh wel voortdurend hoe het met hem en zijn in Iran verblijvende familie ging, zo vertelde de zaakwaarnemer van Jahanbakhsh.

Tijdens nabesprekingen maakt Slot geen onderscheid tussen een jonge buitenlandse speler of de aanvoerder. Goed is goed, fout is fout. Slot: ‘Anders verlies je je geloofwaardigheid.’

Maar timing is daarbij belangrijk. ‘Slot weet precies wie hij op welk moment moet aanspreken’, zei Jens Toornstra al eens. Toornstra was vorig seizoen aanvoerder onder Slot, maar verdween uit de basisploeg en vertrok afgelopen zomer naar FC Utrecht. Nog steeds is het contact tussen Slot en Toornstra warm. Er zijn nauwelijks verhalen bekend van spelers die op persoonlijk vlak moeite hadden met Slot.

Slot kan streng zijn, maar scheldt niet en zet niemand te kakken. Hij is ook geen trainer van ‘je moet dit en je moet dat’, maar legt liever met voorbeelden en argumenten uit waarom een bepaalde oplossing de beste is.

Doorlopend kijkt de trainer hoe ‘de koppies erbij staan’, vooral op de dag na een wedstrijd. Ook assistent Pusic, die jarenlang werkte op een instelling voor kinderen met gedragsproblemen, is daar scherp op. Steeds is er overleg. Wie laten we met rust? Met wie ga jij of ik even praten?

Er is een duidelijke rolverdeling. Slot is rustig, duidelijk en soms de man van de harde boodschap. Pusic is degene die achter een teleurgestelde speler aanholt, hem een knuffel geeft en zegt: ‘hé vriend, het komt goed.’ De Wolf nodigt buitenlandse spelers soms bij hem en zijn vrouw uit om ze ‘een stukkie thuisgevoel te geven.’ Hij legt uit wat Feyenoord voor de supporters betekent, waar de club voor staat. De Wolf is een sfeermaker en degene die iets probeert te organiseren bij een verjaardag of jubileum.

Als er een opstootje is nabij de dug-out of in de catacomben, dan weten spelers dat ze altijd dekking hebben van de temperamentvolle Pusic en De Wolf. Slot laat zich zelden van zijn stuk brengen. Hij liep met een glimlach op de lippen door toen AS Roma-coach José Mourinho hem in de catacomben van alles toeriep.

Linssen: ‘Slot is makkelijk in de omgang. Je kunt tussendoor met hem lachen. Als ik bijvoorbeeld zei: ‘trainer, toen ik nog tegen je speelde gaf ik Source: Volkskrant

Previous

Next