N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Kunstmatige intelligentie De opkomst van AI zet Silicon Valley weer op de kaart als belangrijkste techregio in de wereld. De techwereld wordt verscheurd tussen enthousiasme en bezorgdheid over wat AI allemaal kan. „It’s out of control.”
Jason Zhu – dertig jaar, grote bril, witte sokken in badslippers – is gisteren aangekomen. Samen met zijn kat Bob, in een mand in de stoel naast hem, vloog hij vanuit het Chinese Wuhan naar Californië.
Zijn droom: een techbedrijf beginnen.
Hij staat in zijn slaapkamer in het ‘Startup House’ in Palo Alto, een vrijstaande woning in een brede, groene straat midden in Silicon Valley. In de kamer staat niet meer dan twee stapelbedden, een kledingkast en een bureau, met daaronder een kattenbak. Onder in het stapelbed van Zhu ligt Bob onder de dekens te slapen. In het bovenste bed draait een twintiger in pyjama, geïrriteerd door het rumoer, zich nog een keer om.
In dit huis delen zo’n tien bewoners zes slaapkamers van maximaal vijftien vierkante meter, vijf badkamers, een woonkamer en een keuken. Kosten: 1.400 dollar (1.260 euro) per maand voor een stapelbed, of 3.000 dollar (2.720 euro) voor een eigen kamer. Hier wonen en werken jonge tech-ondernemers, op zoek naar succes in Silicon Valley, het gebied rond de baai van San Francisco.
Zhu was software-ontwikkelaar in China. Hij begon er een bedrijf en verkocht het voor zijn „eerste miljoen”, zegt hij. „Een miljoen yuan, dat wel” – ongeveer 130.000 euro. Nu zoekt hij in Silicon Valley naar een partner om een bedrijf in kunstmatige intelligentie (AI) te starten. Zhu is in Palo Alto op zoek naar „mijn Steve Wozniak”, de man die in 1976 samen met Steve Jobs Apple oprichtte. Het ouderlijk huis van Jobs, waar Apple begon, ligt op zo’n tien minuten rijden van het Startup House.
Sinds er in januari 1848 goud werd gevonden in de heuvels van de Sierra Nevada is Californië altijd een plek voor gelukszoekers geweest. De Californische gold rush veranderde San Francisco van een anoniem dorp in een wereldstad, met saloons, hotels en winkels. Eind vorige eeuw had de opkomst van internet – en later sociale media – een vergelijkbare aantrekkingskracht op de regio.
De laatste jaren wordt San Francisco gekenmerkt door leegstaande kantoren, onbetaalbare huizen en massa-ontslagen bij techbedrijven. Veel techwerkers zijn de afgelopen jaren uit San Francisco vertrokken om elders vanuit huis te werken. Sinds de pandemie hebben volgens officiële overheidscijfers ruim 50.000 van de bijna 900.000 inwoners de stad verlaten.
Dat verandert nu. Vanaf het moment dat OpenAI, een bedrijf uit San Francisco, in november vorig jaar taalrobot ChatGPT lanceerde neemt het aantal inwoners van San Francisco voor het eerst in jaren weer toe. Deze nieuwste goudkoorts bewijst dat Silicon Valley nog altijd de belangrijkste innovatieve regio op aarde is.
ChatGPT was het ‘iPhone-moment’ voor AI. Een grote doorbraak, waarbij nieuwe technologie voor het eerst toegankelijk werd voor iedereen. Met talloze nieuwe ideeën en bedrijven tot gevolg. Want als een taalrobot zó slim en intuïtief kan interacteren met een mens en allerlei taken in opdracht kan uitvoeren, wat is er dan allemaal mogelijk? En, tegelijkertijd: welke risico’s brengt dit met zich mee?
Amelia Lin, dertiger, woont al tien jaar in Silicon Valley en dit is zonder twijfel de opwindendste tijd die ze ooit heeft meegemaakt. „Elke dag als ik wakker word pak ik direct mijn telefoon en is er weer nieuws over AI”, vertelt de mede-oprichter van Honeycomb, een app om kinderfoto’s te ordenen en met familie te delen. „Het is gewoon niet bij te houden.”
Lin zit op een doorgezeten witleren bank tijdens de Women in AI-lunch op het kantoor van investeerder NFX, in het centrum van San Francisco. Tijdens het eten wisselen de tweehonderd aanwezigen LinkedIn-contactgegevens uit door een QR-code op elkaars telefoon te scannen. „Dit is het grootste moment sinds de uitvinding van de mobiele telefoon”, zegt Lin, voordat ze een hap neemt van haar bordje falafel met humus. Bezorgdheid over de snelheid waarmee AI zich ontwikkelt heeft ze wel, zegt ze, maar enthousiasme overheerst. „Anders houd je het hier in Silicon Valley niet vol.”
De opwinding is het grootst in de hipsterwijk Hayes Valley, bekend om zijn pastelkleurige huizen in Victoriaanse stijl en oververtegenwoordiging van millennials. Hier doen jonge ondernemers in het weekend een broodbakcursus bij koffiebar The Mill en hun boodschappen bij de biologische supermarkt Bi-Rite, waar een paprika 6 dollar (5,40 euro) kost.
Hier in Hayes Valley, ook wel bekend als ‘Cerebral Valley’, vallei van de hersenen, sponsoren AI-bedrijven als softwareplatform Hugging Face en OpenAI vrijwel dagelijks evenementen met gratis drank, eten en muziekoptredens. Daarbij belonen de bedrijven fysieke aanwezigheid met toegang tot de nieuwste updates van hun software. Zo creëren de belangrijkste bedrijven in AI een hype, waar ze zelf van profiteren. De uiterst hypegevoelige investeerders in Silicon Valley doen volop mee. Terwijl investeringen in start-ups door de moeizaam draaiende economie momenteel fors teruglopen, blijven bedrijven in AI onverminderd populair. Volgens onderzoeksbureau GlobalData haalden AI-start-ups wereldwijd vorig jaar ruim 52 miljard dollar op bij investeerders.
Die combinatie van geld, feesten en creatieve energie zorgt ervoor dat jonge ondernemers hun thuiswerkplek buiten de stad weer verruilen voor een huis in San Francisco. Vanwege de extreme huizenprijzen in Hayes Valley – prijs van een Victoriaans huis met drie slaapkamers: 2,9 miljoen dollar – is co-living, een huis delen, er volkomen normaal.
„Begin dit jaar merkte ik dat bij AI-evenementen zo’n 70 procent van de bezoekers van buiten San Francisco kwam”, vertelt tech-ondernemer Gloria Felicia bij de Women in AI-lunch. „Ondernemers die tijdens de pandemie naar Los Angeles, San Diego en Las Vegas zijn verhuisd komen allemaal weer terug, zeggen ze. Iedereen wil weer in San Francisco zijn.”
Een nummer van Forbes op het toilet van het ‘Startup House’, met op de cover Flexport-oprichter en Silicon Valley-miljonair Ryan Petersen.
In zijn in maart gepubliceerde essay The Age of AI Has Begun vergeleek Microsoft-oprichter Bill Gates de huidige ontwikkeling van AI met baanbrekende uitvindingen als de computerchip, de pc, het internet en de mobiele telefoon. „Het gaat de manier waarop mensen werken, leren, reizen, gezondheidszorg krijgen en met elkaar communiceren ingrijpend veranderen”, schreef Gates. „Bedrijven gaan zich onderscheiden in hoe goed ze het gebruiken.”
AI is op zichzelf niets nieuws. Al sinds de jaren vijftig, toen de eerste computerprogramma’s werden ontwikkeld, wordt er serieus onderzoek naar kunstmatige intelligentie gedaan. Later volgden AI-uitvindingen als schaakcomputers, zoekmachines, spraakassistenten, sociale media en zelfrijdende auto’s. Allemaal toepassingen waarbij software op basis van een bepaalde input zelf beslissingen neemt.
Door de snelle ontwikkeling van Large Language Models (LLM’s) neemt de technologie nu een grote stap voorwaarts. LLM’s zijn enorme databases van menselijke conversaties en tekst op het internet waar AI patronen in zoekt. De systemen worden onder meer gebruikt voor het samenvatten van teksten, het schrijven van programmeercode of het ontwerpen van nieuwe eiwitstructuren.
Ja, zeggen ondernemers in Silicon Valley: het is een hype. En tegelijkertijd: de huidige AI-doorbraken zijn van groot belang. De taalmodellen, ooit het domein van wetenschappers en techneuten bij grote bedrijven, kunnen ineens door iedereen worden gebruikt. Ook in Nederland, waar programmeurs ChatGPT of Microsofts Bing Chat gebruiken bij het schrijven van computercode en ondernemers hun teksten door een robot laten schrijven. Met het toenemend gebruik volgen de ideeën, meer onderzoek en nieuwe miljardenbedrijven vanzelf.
Met het huidige tempo van ontwikkeling komen direct ook de zorgen. Door de hoeveelheid computerkracht en geld die er momenteel in AI-systemen wordt geïnvesteerd komt langzaam het mythische Artificial General Intelligence (AGI) in zicht. Dit is het moment waarop de computer de mens qua intelligentie heeft bijgebeend en – zo denkt een deel van de AI-gemeenschap – de mens daarna risico loopt de controle over zijn eigen systemen te verliezen.
Het gebrek aan controle is ook tijdens de Women in AI-lunch een belangrijk onderwerp. Voor het tijdelijk stopzetten van alle ontwikkeling, waar een groep van duizend AI-wetenschappers en mensen uit het bedrijfsleven onlangs voor pleitte, zijn weinig voorstanders te vinden. Dat zou kansen voor start-ups die nu hun kans willen grijpen maar blokkeren.
In regulering van de overheid hebben de deelnemers weinig vertrouwen. „Met de huidige snelheid van ontwikkeling is dat een verloren strijd”, zegt tech-ondernemer Felicia tijdens de lunch. „Wat de overheid beter kan doen is zo snel mogelijk haar ambtenaren trainen met AI om te kunnen gaan.”
Hoe voorkomen we dan dat we de controle verliezen over onze AI-systemen? Felicia moet lachen als het ha Source: NRC