Home

De magere beloning van laagopgeleiden staat in geen verhouding tot de zwaarte van hun werk

Ook in Nederland zijn de werkomstandigheden van ongeschoolden, veelal arbeidsmigranten, slecht. Er zijn steeds meer signalen dat die dat niet meer pikken.

Wie zich opwindt over de manier waarop Qatar met zijn arbeidsmigranten omgaat, zou toch ook nog eens naar de situatie op de Nederlandse arbeidsmarkt moeten kijken. De schaal waarop arbeidsmigranten worden ingezet is onvergelijkbaar, de omstandigheden waaronder ze moeten werken ook, maar wie goed kijkt, ziet wel dezelfde patronen. Omdat de migranten in hun land van herkomst nóg minder verdienen onder nóg slechtere omstandigheden dan hier, voelen werkgevers in Qatar en Nederland zich vrij om hen uit te buiten en kunnen ze zich tegelijkertijd wijs maken dat ze de migranten een gunst verlenen.

In tegenstelling tot Qatar kent Nederland een minimumloon dat ook geldt voor arbeidsmigranten, maar werkgevers hebben mogelijkheden genoeg om hen te behandelen als tweederangsburgers. Arbeidsmigranten worden vaak met te veel collega’s gehuisvest in te kleine woningen op grote afstand van het werk, waardoor een groot deel van hun vrije tijd op gaat aan reizen. Ze werken lange dagen, op onchristelijke uren, en kunnen veelal op het laatste moment opgeroepen worden. Omdat ze op plekken werken waar de meeste Nederlanders niet komen en ze worden weggestopt in buurten waar ze weinig contact maken, blijven deze misstanden grotendeels uit het zicht.

Eerst waren het vooral Polen die hier werden ingezet, maar nu die in eigen land ook steeds betere banen kunnen vinden, hebben werkgevers hun vizier gericht op Bulgarije en Roemenië. Aangetrokken door de hogere salarissen, trekken veel Roemeense jongeren deze kant op, zoals het tragische verhaal van Daniel Rosca en Marielena Ursache zaterdag in deze krant laat zien. Net als veel anderen werden ze behandeld als volledig inwisselbare arbeidskrachten, als menselijke machines. Er is geen – of te weinig – oog voor hun geestelijk welzijn, beloften hierover worden niet nagekomen.

Deze situatie wordt in stand gehouden doordat het leeuwendeel van de arbeidsmigranten (bijna 90 procent) via uitzendbureaus werkt. Dit voorkomt dat er een duurzame arbeidsrelatie kan ontstaan, waarbij een werkgever goed voor zijn werknemers zorgt. De uitzendbureaus nemen die zorgplicht niet over. De arbeidsmigranten kunnen vaak geen kant op, omdat ook de huisvesting door de uitzendbureaus wordt verzorgd. Als ze uit onvrede hun baan opzeggen, komen ze direct op straat te staan.

Zolang er in Bulgarije en Roemenië arbeidskrachten klaarstaan die dit op de koop toenemen, komen werkgevers hiermee weg. Pogingen om de uitzendbureaus met strengere regels tot fatsoenlijker gedrag aan te zetten, zijn tot nu toe vergeefs. De oplossing moet wellicht eerder komen van de arbeidskrachten zelf. Er zijn steeds meer signalen dat die het niet pikken en dat zal de werkgevers uiteindelijk in de problemen brengen.

Dat er juist in de distributiecentra van Albert Heijn een staking uitbrak, is geen toeval. De werknemers staakten niet alleen voor een hoger loon, maar ook tegen de slechte behandeling van uitzendkrachten, veelal arbeidsmigranten, die hetzelfde werk moeten doen maar genoegen moeten nemen met aanmerkelijk slechtere arbeidsvoorwaarden. De Poolse uitzendkrachten staakten mee.

Zoals de wilde stakingen van de bagage-afhandelaren en de tekorten bij de beveiliging op Schiphol eerder al lieten zien, is bij ongeschoolde arbeidskrachten de grens bereikt. Hun magere beloning staat in geen verhouding tot de zwaarte van hun werk. Een werkgever als Albert Heijn, die zich graag laat voorstaan op zijn maatschappelijke betrokkenheid, zou een veel eerlijkere beloning moeten nastreven. Het uitgangspunt dat salarissen vooral worden bepaald door opleidingsniveau, is aan vervanging toe. Als werkgevers dat niet inzien, worden ze nog veel vaker geteisterd door stakingen en arbeidstekorten.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Source: Volkskrant

Previous

Next