Op een zondagochtend in 1985 wordt een Nederlander opgepakt door de Zuid-Afrikaanse politie. Klaas de Jonge is betrapt bij het vervoeren van explosieven namens het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), op dat moment een verboden politieke organisatie. Het zijn de nadagen van de apartheid in Zuid-Afrika, een racistisch systeem dat een kleine witte minderheid in het zadel houdt.
De Jonge moet de politie alle plekken laten zien waar hij wapens verstopt heeft. Dan doet hij iets slims: hij bluft dat er een pand is in Pretoria waar de organisatie een aanslag wilde plegen. Op de tweede verdieping bevindt zich de Nederlandse ambassade, maar dat weten zijn bewakers niet. Eenmaal aangekomen weet hij op een onbewaakt moment de ambassade binnen te sprinten. Hij wordt naar buiten gesleurd, maar dat druist tegen de diplomatieke regels in: de Nederlandse regering eist hem terug, en met succes. Het is het begin van een twee jaar durende diplomatieke soap (1985-’87) die door Nederlandse tv-kijkers ademloos gevolgd wordt.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij is auteur van een boek over Klaas de Jonge, De koerier van Maputo, dat in 2021 verscheen bij uitgeverij Podium.
Op zijn kamertje op de ambassade – en met de ramen open – draait De Jonge de hit Free Nelson Mandela op vol volume, een sensatie in het bekrompen Pretoria, waar die naam op dat moment enkel wordt gefluisterd. Zwaaiend uit het raam ontpopt hij zich tot een rockster van de anti-apartheidsstrijd. Vrijdagochtend overleed hij op 85-jarige leeftijd, in het bijzijn van vrienden en familie.
Klaas de Jonge, geboren in 1937, groeide op in een kunstzinnig gezin. Zijn biologische vader Harm – rond Klaas’ geboorte van zijn moeder gescheiden – zat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet, en meldde zich aan om namens het Nederlandse koloniale gezag te vechten in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-’49). ‘Hoe kon hij dat in godsnaam doen’, zei De Jonge daarover. ‘Dat vond ik onbegrijpelijk.’
Zelf zou hij het anders doen. Hij studeerde antropologie en sociale wetenschappen in Amsterdam en Parijs, en raakte bevriend met studenten uit Senegal en Ivoorkust – landen die op dat moment onafhankelijk werden. De opwindende dekolonisatiejaren hadden een blijvende invloed. De Jonge zou zijn leven als onderzoeker en mensenrechtenactivist aan Afrika wijden, een reis die voerde langs onder meer Tanzania, Senegal en – in de herfst van zijn leven – Rwanda, Congo en Burundi. ‘De beweeglijkheid trekt me aan’, verklaarde De Jonge zijn liefde voor het continent. ‘De muziek, het dansen, de energie, het is een gut feeling.’
Met zijn toenmalige vrouw Hélène Passtoors verhuisde hij in 1981 naar de Mozambikaanse hoofdstad Maputo, waar Passtoors aan de slag kon als taalonderzoeker. Ze namen vijf kinderen mee uit eerdere huwelijken, en belandden in een links en antikoloniaal milieu. De gewapende tak van het ANC, het door Nelson Mandela opgerichte Umkhonto we Siwze (‘Gewapende speer’), gebruikte Mozambique als springplank voor guerrilla-operaties in Zuid-Afrika. Om burgerdoden te voorkomen mikte men op infrastructurele doelwitten zoals hoogspanningsmasten en spoorlijnen.
Zoals meer witte ontwikkelingswerkers werden De Jonge en Passtoors gevraagd clandestiene ritten naar Zuid-Afrika te maken. Ze zeiden meteen ja. De Jonge, terugblikkend: ‘In godsnaam, dacht ik: ik kan hier toch geen mooi weer zitten spelen als antropoloog, en doen alsof het niet mijn oorlog is.’ Als koppel konden ze moeiteloos doorgaan voor toeristen op safari.
Vier jaar later werden ze gearresteerd. Terwijl De Jonge de wereldpers haalde met zijn vlucht naar de ambassade (hij kreeg de bijnaam ‘de vliegende Hollander’), zat Passtoors een lange celstraf uit die haar mentaal bijna opbrak. In 1987 kwam De Jonge vrij via een gevangenenruil. Helemaal veilig voor het apartheidsbewind was hij daarmee niet, getuige een nooit opgehelderde – maar vermoedelijk aan Zuid-Afrika toe te schrijven – aanslag met gif in Nijmegen. Daarbij raakte hij blind aan zijn rechteroog.
Wie bij hem over de vloer kwam in Amsterdam, trof een bohémienachtig huishouden vol Afrikaanse maskers waar iedereen voortdurend in en uit kon lopen, als een kampvuur op een open plek in het bos. ‘Klaas hielp iedereen die zijn hulp nodig had’, zegt schrijfster Marcia Luyten die hem leerde kennen in Rwanda. ‘Het maakte hem een groot mens.’ Voor zijn rol in de Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijd ontving hij in 2019 uit handen van president Cyril Ramaphosa de hoogste staatsonderscheiding.
Het was niet alleen zin voor avontuur dat hem dreef, zei De Jonge in interviews, maar ook een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Het meest op zijn gemak voelde hij zich in de ongedwongen sfeer van het Afrikaanse platteland. In Rwanda sprak hij uitgebreid met zowel slachtoffers als daders van de genocide van 1994. ‘Als we tien uur op een heuvel in het gras in de zon moesten zitten, dan was dat zo’, memoreert Luyten. ‘Hij was intrinsiek en oprecht nieuwsgierig. Op de mensen tegenover hem werkte dat ontwapenend.’
Kenmerkend was zijn lak aan gezag en conventies. Anders dan veel generatiegenoten weigerde hij zich aan één partij of zaak te binden. ‘Hij heeft zichzelf heel jong onafhankelijk verklaard’, zegt zijn geliefde Elli Izeboud, met wie hij tot zijn dood samen was. Monogamie vond hij benauwend, en vanaf de jaren zestig had hij meestal meerdere relaties naast elkaar (het huwelijk met Passtoors hield geen stand).
Als gevolg van uitgezaaide prostaatkanker en andere chronische klachten had De Jonge de laatste jaren steeds meer pijn. Afhankelijk van anderen wilde hij niet worden, dus koos hij voor een begeleid levenseinde. Zo hield hij de regie. Het was de man ten voeten uit, autonoom tot zijn laatste dag.
Aan de Universiteit van Amsterdam volgde De Jonge vakken bij de linkse hoogleraar Wim Wertheim, die op hem een grote invloed had. Wertheim geloofde niet in waardenvrije wetenschap, en vond dat antropologen de kant van de ‘wereldrevolutie’ moesten kiezen.
Uit zijn eerste huwelijk laat De Jonge twee zoons na, Enno en Arjen. Laatstgenoemde bleef na de scheiding van zijn ouders achter in Nederland, terwijl zijn broer meeging naar Mozambique. Op school werd Arjen uitgemaakt voor ‘zoon van een terrorist’.
De zus van De Jonge, Rieks, had een jarenlange relatie met schrijver Harry Mulisch. Het korte verhaal Een stad in de zon is aan haar opgedragen. Ze overleed in 2021.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden