Volgens Mark van Ostaijen is er in het hoger onderwijs ‘iets soortgelijks’ aan de hand als in de landbouw. Waar de landbouw nu tegen de grenzen van de groei aanloopt met de ‘plofkip’ als tragisch symbool, raakt het hoger onderwijs verstrikt in de door de overheid gestimuleerde toestroom van internationale studenten.
Natuurlijk zijn er parallellen: beide instellingen hebben hun koers moeten bepalen onder een straffe neoliberale wind van groei en markt. En beide instellingen zien zich nu geconfronteerd met een overheid die de kwalijke uitwassen van dit beleid poogt tegen te gaan. In de landbouw krijgt dat vorm via het stikstofbeleid, in het hoger onderwijs met de oproep van minister Robbert Dijkgraaf te stoppen met het actief werven van internationale studenten, omdat ‘de absorptiecapaciteit in met name het wetenschappelijk onderwijs is bereikt’.
Dus mag Van Ostaijen zijn ‘prachtige internationale master niet meer aanprijzen, moet Nederlands weer de hoofdtaal worden en moet hij stoppen met het aantrekken van internationale studenten’. Kom kom. In de brief van minister Dijkgraaf aan universiteiten en hogescholen lees ik louter over een gevraagde stop op actieve werving van internationale studenten, niets over het herinvoeren van Nederlands als hoofdtaal of het schrappen van internationale masters. Natuurlijk, het is zoals Van Ostaijen terecht signaleert een trendbreuk. Maar wel een noodzakelijke trendbreuk.
Van Ostaijen heeft het volste recht pal te staan voor zijn ‘prachtige internationale master’, maar kan hij misschien ook iets verder kijken in plaats van de huidige plannen als ‘regressief’ en ‘nativistisch’ te kwalificeren?
‘Den Haag’ neemt nu terecht zijn verantwoordelijkheid voor wat in het verleden is misgegaan. En tegenwind en tegendenken zijn daarbij – vanzelfsprekend – van harte welkom.
Carel de Goeij, leraar in het internationale onderwijs, Zwolle
Leuk opiniestuk van Mark van Ostaijen, maar in zijn ivoren-torenmening vergeet hij een essentiële zaak: de huisvesting van al die internationale studenten in steden waarin het toch al extreem moeilijk is om aan een woonruimte te komen.
Erwin Houtenbrink, Rotterdam
Mark van Ostaijen beweert dat de doorgeslagen verengelsing in het hoger onderwijs aan de overheid ligt. Dat is onjuist. De overheid heeft het verengelsen van het hoger onderwijs helemaal niet gestimuleerd. Wel heeft zij de universiteiten en hogescholen hun gang laten gaan in het zich niet houden aan de Wet op het Hoger onderwijs (WHW). In die wet staat namelijk dat het onderwijs in het Nederlands dient gegeven te worden en dat in het Engels onderwijzen als uitzondering soms mag: Nederlands tenzij.
De onderwijsinstellingen maakten zelf van de uitzondering een hoofdregel: Engels tenzij. Die wet staat overigens nog steeds fier overeind. Wat de overheid wel verweten kan worden, is dat zij niet gehandhaafd heeft. Dat de overheid een bepaald bekostigingssysteem hanteert waarbij output en input van belang is en zodoende de perverse prikkel tot verengelsing mogelijk heeft gemaakt, is ook waar. Maar de keuze om te verengelsen om daarmee zo veel mogelijk buitenlandse studenten aan te trekken, is een door de onderwijsinstellingen zelf bedacht verdienmodel.
Nu minister Robbert Dijkgraaf wel gaat handhaven en zelfs de wet scherper formuleert, ligt het ineens aan de overheid. Dat staat op gespannen voet met de waarheid en werkelijkheid. Universiteiten en hogescholen hebben boter op hun hoofd.
Presley H. Bergen, Bladel
Het artikel van Mark van Ostaijen is me uit het hart gegrepen. Zelf heb ik ooit Engels willen gaan studeren, maar uiteindelijk heb ik voor de bèta-kant gekozen .Voor zo’n studie moest je wel minimaal een 8 op je eindexamen hebben. Graag lees ik Engelse literatuur. Zo heb ik onlangs nog alle 16 detectives van Dorothy L. Sayers (Oxford hoogleraar) herlezen. Toen viel mij nog weer eens op hoeveel woorden de Engelse taal wel niet kent. Dit kan ook niet anders, want Engels is een samenraapsel van Keltisch ,Germaans en Frans .Al lezende kende ik nauwelijks de betekenis van de helft van de woorden ,maar door door te lezen, zonder een woord op te zoeken, kon ik de teneur van het verhaal goed volgen. Bij wetenschappelijke literatuur, waarbij het om de finesses gaat, vormt dit evenwel een blokkade. Maar zitten ze in het buitenland eigenlijk wel te wachten op Nederlandse wetenschappelijke inbreng? En begrijpen wij zelf wel altijd de details in Engelse vakliteratuur? Daar durft niemand voor uit te komen. Eigenlijk verhult deze ‘Verenglandisierung’ niets minder dan ‘de kleren van de keizer’.
Peter van Rijn, oud-huisarts, Rheden
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden