Home

Kunnen we het woord ‘babyboomer’ uit onze taal schrappen?

De lezersbrieven, over een vervelend etiket als ‘babyboomer’, het verschil in de naoorlogse behandeling van ‘moffenmeiden’, de reactie van Caroline van der Plas op Zelensky's bezoek aan Nederland, verkeerd weergegeven schaakborden en Abraham en Isaac.

Soms worden er woorden uit onze taal geschrapt, omdat ze beledigend (zouden) zijn. Mag het woord ‘babyboomer’ ook verdwijnen? Het is een vervelend etiket. Mensen worden over één kam geschoren, omdat ze toevallig kort na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren. Elkaar helpen? Dat gebeurt al lang. Op kleinkinderen passen bijvoorbeeld. Vrijwilligerswerk? Er zijn genoeg voorbeelden. En ‘babyboomers’ zijn ook consumenten die geld uitgeven.

Beoordeel mensen toch niet op het feit dat ze in een bepaalde tijd zijn geboren. De volgende generaties worden waarschijnlijk nóg ouder en zullen ook zorg nodig hebben. Laten we dan samen naar oplossingen zoeken en niet op een verwijtende toon spreken over mensen die hun best hebben gedaan van Nederland een welvarend land te maken, waar we een leeftijd kunnen bereiken die hoger is dan ooit. Ons inkomen is geen gift van de volgende generatie. We hebben er premies voor betaald en krijgen na het pensioen nog steeds belastingaanslagen. Participeren doen we al ons hele leven.
Ank Engel, Amsterdam

Mijn moeder is overleden, voordat lezer Aart Balt van het woord ‘moffenmeiden’ had gehoord. Als kind had ze twee overbuurvrouwen, die als moffenmeiden actief waren. De eerste was aan het begin van de bezetting begonnen. Ze had zich gespecialiseerd in het verwennen van zeer hoge militairen, die zich konden permitteren haar met luxe cadeautjes als bontjassen te belonen. De tweede, een alleenstaande moeder, was tijdens de Hongerwinter moffenmeid geworden. Omdat Duitse soldaten haar in ruil voor seks aan voedsel voor haar hongerige kinderen konden helpen.

U mag raden welke van deze twee moffenmeiden na de bevrijding door de Binnenlandse Strijdkrachten werd opgepakt en kaalgeschoren. En wie, in het bezit van haar volle haardos, door hoge geallieerde militairen werd getrakteerd op chocolade, sigaretten en nylonkousen. Beide vrouwen waren overigens te oud om voor het excuus ‘jeugdzonde’ in aanmerking te komen.
Rob Bolman, Brielle

Caroline van der Plas’ besluit om niet aanwezig te zijn bij het bezoek van Zelensky aan de Eerste en Tweede Kamer is even veelzeggend als verontrustend. Haar argument dat de timing van Zelensky’s bezoek ongepast zou zijn omdat het op de dag van Dodenherdenking plaatsvindt, weerspiegelt blikvernauwing en naar binnen gerichtheid.

Op 4 mei herdenkt Nederland zijn eigen in en door oorlog gestorvenen. Onschuldige burgers, dappere soldaten en verzetsmensen. Herdenking is inherent een terugblik. Maar de traditie van Dodenherdenking is ook zo waardevol omdat het een indringend reflectiemoment biedt en eigenlijk zou moeten zijn. Voor reflectie op de verschrikkingen van oorlog en op de kwetsbaarheid van het leven in het algemeen, ook in het nu en richting toekomst.

Per definitie dus ook reflectie op onderdrukking en op het belang van vrijheid. En daarmee per definitie een onderstreping van het belang om op te komen voor vrijheid en je te verzetten tegen onderdrukking.

In Oekraïne vechten op dit moment Oekraïners tegen Poetin en zijn regime, die ook een existentiële bedreiging vormen voor onze vrijheid in West-Europa en in Nederland. De Oekraïners vechten dus ook voor ons. Velen, zeer zeer velen hebben daar al hun leven voor gegeven.

Is onze Dodenherdenking dan niet ook juist een prachtige, symbolische gelegenheid om onze solidariteit aan de Oekraïners te betuigen en daartoe hun president Zelensky warm te onthalen? De Nederlanders zijn zelfs dank aan de Oekraïners verschuldigd: zíj vechten voor een vrijheid die ook onze vrijheid is.

Van der Plas’ opstelling getuigt van een egocentrische, eng-nationalistische instelling waarin geen erkenning lijkt te bestaan voor de bredere wereld waarin wij leven en de waarden en belangen die daarbij in het geding zijn. Zij heeft de plank fors misgeslagen.
Rutger Schuitemaker, Haarlem

Ik las een mooi artikel over schaken in oorlogstijd. Helaas staat het bord verkeerd: het veld h1 (rechtsonder bij de witte stukken) is altijd wit. Het schaakbord moet een kwartslag gedraaid worden. Een fout die veel gemaakt wordt in films, series en reclamefolders van speelgoedwinkels. Schaken als decoratie. Er is blijkbaar geen enkele regisseur, cameraman of wie dan ook die verstand van het spelletje heeft. Let maar eens op als je ergens een schaakbord tegenkomt: ik durf rustig te beweren dat het in een kwart van de gevallen fout gaat.

Ik ben benieuwd wie dit potje gewonnen heeft. Het was vast en zeker een verrijking van het openingsrepertoire.
Peter Bisseling, Zutphen

Arnon Grunberg schrijft in zijn essay Leven met de lege ruimte dat Abraham met zijn zoon Isaac en met een mes de berg opging om in opdracht van God zijn zoon Isaac te offeren. Volgens Grunberg had Abraham ‘het vertrouwen dat het op de een of andere manier wel goed zal komen’. En inderdaad, God weerhield Abraham – als dank voor zoveel godsvertrouwen – van het begaan van een terreurdaad: je kind offeren op ‘bevel van God’.

Ik strijd voor een meer seculiere Bijbellezing: God hield Abraham tegen uit woede over zoveel slaafse, onnadenkende gehoorzaamheid. Abraham had moeten bedenken dat God niet zulke walgelijke opdrachten geeft.

Dat moeten kinderen van gelovigen wat mij betreft leren: als je meent dat God je een afschuwelijke opdracht influistert - bijvoorbeeld onschuldige mensen doden - denk na en doe het niet. Dat moet de boodschap zijn in Bijbel- en Koranlessen.

En ook dit (met dank aan schrijver Guus Kuijer): wat denk je dat Sara, de moeder van Isaac gedaan zou hebben als Abraham tegen haar had gezegd ‘Zeg Sara, ik ga zo meteen de berg op en ga onze zoon Isaac offeren, dat heeft God mij opgedragen?’

Ik weet zeker dat Sara Isaac naar zich toe zou hebben getrokken en het mes uit handen van Abraham zou hebben geslagen en en zou hebben geroepen: ‘Dacht het niet!’
Luc Meuwese, Den Haag

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans de krant te halen. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.

Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks halen ongeveer vijftig brieven de krant. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next