‘We zijn er nog!’ roept Jan Boskamp achter het stuur van zijn Audi Q7. De vraag was hoe het met hem ging. Nou ja, begin dit jaar niet zo goed. ‘Ik was ziek, niet normaal meer,’ zegt de oud-Feyenoorder en veelgevraagde voetbalanalyticus met iets minder volume dan gebruikelijk. ‘Hartklachten en daarna nog het RS-virus. Kijkoperaties, vocht in mijn longen, twaalf liter uitgeplast, zeven dagen op intensief gelegen. Het was niet best, ik lag bijna bij de warme bakker. Niets hielp. Uiteindelijk een pacemaker gekregen. Ik voel me formidabel nu. Ongelooflijk wat die dokters hebben gedaan.’
Boskamp (74) is vrolijk, uitgelaten zelfs. Hij is op weg naar zijn geboortegrond, naar Rotterdam. Naar het ‘heiligste stukkie’, De Kuip. Feyenoord speelt een thuiswedstrijd. Boskamp mist er haast nooit een. ‘Dat sfeertje jongen, dat is verslavend. Het voelt gewoon Zuid-Amerikaans aan. Zelfs tegen NEC of Volendam.’
Op de vraag of de goede resultaten van Feyenoord, dat al maanden bovenaan staat, meehelpen voor die sfeer klinkt Boskamp ineens verontwaardigd. ‘Wat zullen we nou krijgen, hé? De sfeer is toch altijd top? Nergens in Nederland is het toch zo’n kabaal?’
Over de auteur
Bart Vlietstra schrijft sinds 2015 over voetbal voor de Volkskrant. Hij werkte ook voor diverse sportprogramma’s op televisie.
Normaal geeft hij als collega-analytici als René van der Gijp of Andy van der Meijde ook maar een mespuntje kritiek op Feyenoord hebben een flinke klap op de schouder. Maar de Volkskrant-verslaggever zit achterin dus zegt Boskamp met een theatrale zucht: ‘Wat zullen we nou krijgen, Marc? Met dat NRC hier achterin?’
Marc is Marc Audenaarden, vaste bijrijder van Boskamp naar De Kuip. De reis begon zoals altijd in Relegem, een dorp net boven Brussel waar Boskamp is blijven wonen nadat hij in 1974 Feyenoord verruilde voor de Brusselse club RWDM. Audenaarden kent hij al dertig jaar. Boskamp: ‘We deden samen voetbalkampen voor de jeugd bij RWDM. En Marc zou mijn huis komen verven, maar die doet geen kloten.’
Een gulle lach volgt, want Audenaarden doet genoeg. Als ze naar Feyenoord gaan, navigeert hij en houdt op zijn telefoon standen en wetenswaardigheden bij op voetbalvelden en wielerparcoursen overal ter wereld. ‘RWDM maar 37 procent balbezit,’ zegt Audenaarden bijvoorbeeld plompverloren. Boskamp: ‘37 procent, hoe kan dat nou Marc? Wat gebeurt daar?’
De radio, waarop sport wordt uitgezonden, staat ondertussen hard aan. Audenaarden praat niet hard, maar Boskamp heeft aan een half woord van hem genoeg.
Hij rijdt vaak naar Nederland, bij RTL vragen ze hem voor de Champions League-uitzendingen, bij Veronica voor het voetbalpraatprogramma Veronica Offside. Hij wil al een tijdje afbouwen, maar vooral de Champions League trekt hem. ‘Ik zit daar met Sneijder, Vlaar, Maduro. Die hebben ladingen interlands bij elkaar gevoetbald, ik twee. En ik ben al een ouwe lul. Maar ik vind dat leuk, met dat soort gasten die potjes bekijken, discussiëren. Houdt me jong.’
Het is een leuke aanvulling op zijn pensioen, dat soort optredens, maar voor het geld doet hij het niet voor, bezweert Boskamp. ‘Ik heb geen contract, wil nergens aan vastzitten. Als Feyenoord speelt, gaat Feyenoord voor.’
Vroeger ging hij als Feyenoord op zaterdagavond speelde al in de ochtend op pad. Eerst langs jeugdcomplex Varkenoord waar hij urenlang kletste met jeugdvriend en latere ploegmaat Wim Jansen. ‘Kijken bij de talentjes, wat eraan zit te komen. En dan later zie je zo’n ventje in de Kuip spelen. Dat vind ik het aller-, allermooiste.’
Maar Jansen overleed begin 2022. Boskamp maakt een afwerend gebaar, hij wil niet praten over de dood. Die bezorgde hem al rake klappen. Zijn vrouw Jenny overleed in 2001, zijn 19-jarige kleinzoon Dennis maakte in mei 2021 een einde aan zijn leven.
Maanden bleef hij binnen na hun dood, zelfs naar voetbal kijken, waar hij normaal gesproken het liefst zijn dagen mee vult, interesseerde hem niet meer. De onverschrokken oud-middenvelder met zijn kenmerkende bulderlach was bang om alleen te zijn, zag asgrauw, kreeg hartproblemen. Zachtjes: ‘Ik denk nog steeds aan Dennis, van ’s ochtends tot ’s avonds.’
Hij richtte zich toch op ondanks alle lichamelijke en mentale verwondingen, tot zijn eigen verbazing. Wat ‘echt hielp’ was toch weer naar wedstrijden van Feyenoord gaan die hij volgt in de businessunit van een goede vriend. ‘Dat heeft me er doorheen gesleept. Als ik dat niet meer kan, daarheen rijden met Marc of familie, dan hoeft het voor mij niet meer.’
Het bezoeken van wedstrijden van Feyenoord zijn nog steeds nerveuze aangelegenheden voor Boskamp. In zijn mengelmoes van Vlaams en Rotterdams: ‘Het liefst kijk ik naar mooi voetbal. Manchester City, Bayern München, Napoli. Maar bij Feyenoord interesseert me dat geen reet. Die motten gewoon winnen. Gene mens snapt die emotie.’
Op zijn vierde nam zijn vader, die suppoost was in De Kuip, hem al mee naar Feyenoord. ‘Ik voetbalde bij HOV, daar zaten allemaal Sparta-mannetjes, ik was zowat de enige die voor Feyenoord was.’
Op zijn veertiende mocht hij in de Feyenoordjeugd komen spelen. ‘Voelde direct vertrouwd. Mijn vader maakte op Varkenoord de kleedkamers en het spelershome schoon. Maar ook al die andere mensen voelden als familie, als thuis, ik ken ’t niet uitleggen.’
Hij was lang reserve bij Feyenoord, geen schande aangezien het middenveld werd gevormd door Jansen, Willem van Hanegem en Franz Hasil. In het gloriejaar 1970, toen de Europa Cup I werd gewonnen, was hij uitgeleend aan Holland Sport, maar later won hij wel de wereldbeker, de Uefa Cup en drie landstitels. Hij ging in 1974 naar het Brusselse RWDM, werd daarmee verrassend kampioen en kreeg de Gouden Schoen voor beste speler van de Belgische competitie. Als trainer werd hij driemaal kampioen met Anderlecht. ‘Ach, dat was zo’n goede groep, daar was iedereen kampioen mee geworden.’
Hij bleef hangen in België, hoewel hij nog steeds hunkert naar Rotterdam. ‘Mijn kleinkinderen houden me in Relegem, die zijn me zo lief. Zijn ook krankjorum van Feyenoord, trouwens.’
Hoewel hij veel afhoudt blijven media en adverteerders aan hem trekken. In een Toto-reclame hapte zijn hoofd naar een bamihap, zijn favoriete snack. Er komt mogelijk een documentairereeks bij RTL waarbij hij de mooiste derby’s ter wereld bezoekt. Dat kan ook vlakbij zijn, zegt hij op de ring van Antwerpen. ‘Bij Antwerp bijvoorbeeld. Kom ik ook graag, altijd kabaal. Lopen ze tegen me te ouwehoeren, beetje schelden over en weer. Hart op de tong. Geweldig. Net als bij Feyenoord. Ik snap dat volk, ik ben ook zo. Al 74, best veel meegemaakt en toch steeds weer boos worden als ze achterstaan.’ Audenaarden vult aan: ‘Zit-ie te schelden en zegt-ie: we gaan niet meer.’ Boskamp: ‘Maar een week later zitten we weer in de auto.’
Verloren wordt er niet veel meer sinds Arne Slot aantrad in de zomer van 2021. Boskamp is een van de weinige Feyenoorders die niet louter lyrisch is over de coach. ‘Hij heeft toch een pak spelers mogen halen, dan moet je ook meedoen om de titel, vind ik. Wat ik wel echt knap vind, is dat ze die wedstrijd steeds in de laatste minuten er nog uitslepen. Dat is echt mentaliteit. Gossamme, Marcie, hoe vaak wij al vloekend op de trap naar de uitgang stonden omdat het gelijkstond of dat we achterstonden, hè? Dat je ineens een trilling voelde en dat we weer naar boven moesten hollen omdat ze het toch weer flikten.’
De spelers waar hij het meest van geniet zijn de zelfopgeleide talenten. ‘Hartmannetje vind ik leuk, die heeft overal schijt aan. Maar ook Bijlowtje, Geertruidaatje, Orkunnetje.’
Boskamp spreekt de namen uit alsof het om pasgeboren baby’s gaat. ‘Dat is mooi, die zijn echt van ons, van Varkenoord. Ik had ze al gezien met Wimpie samen. Zo’n Malacia, die flair, die heeft Dickie (Slots voorganger en Boskamps generatiegenoot Dick Advocaat, red.) erin gezet, hè. Heeft ons goud geld opgeleverd. Hoor je niemand over. Die nieuwe trainers kunnen dan zo’n heel verhaal hebben met data en zo, maar het gaat er toch om of die gasten een beetje kunnen voetballen?’
Rond de grens zegt Boskamp: ‘Een bamihappie bij het tankstation, Marcie?’ Audenaarden kijkt op zijn horloge. ‘Nee? Beter dat we doorrijden, Marc?’ Audenaarden knikt.
Op de ring van Rotterdam vlakbij afslag Feijenoord zegt Boskamp plots verheugd: ‘Marcie, laat even dat filmpje van Hartmannetje zien dat ik kreeg toen ik op intensief lag?’ Van Audenaarden drukt verwoed op de telefoon van Boskamp om het volume harder te krijgen. Boskamp lukt het ook niet, maar blijft het proberen.
De Audi zit bijna op de bumper van een andere auto, gaat licht slingerend door de bocht. Na een paar minuten is het gelukt. Hartman zegt op het filmpje dat hij hoopt dat ‘meneer Boskamp snel beter wordt’ zodat hij hem ‘snel weer ziet in de Kuip’. Boskamp bijna ontroerd: ‘Hiero! Dat is toch prachtig? Dat is toch schitterend?’
Drie uur voor de aftrap arriveert hij bij de Kuip. Hij schudt de handen van stewards, parkeert zijn auto, schudt nog meer handen, gaat met Feyenoord-fans op de foto, strijkt dan neer in een kamer boven de fanshop waar hij koffiedrinkt met het hoofd van de merchandising. Grappen vliegen over tafel.
Na de wedstrijd belt hij. Er volgt een analyse waarbij de eigen talenten mild worden besproken. De volgende dag zit hij weer aan tafel bij Veronica Offside in Hilversum. Vrijdag gaat Source: Volkskrant