Er zijn dagen geweest, zegt Sara Alves (29), waarop ze haar toevlucht zocht in haar auto om in alle rust te kunnen huilen. In december 2020 had ze het uitgemaakt met haar toenmalige vriend. Maar omdat ze niet één betaalbaar appartement kon vinden, moest ze terug naar haar ouderlijk huis in São Domingos de Rana, een buitenwijk van Lissabon.
‘Ik wilde mijn ouders niet bezorgd maken’, vertelt Alves in de woonkamer van dat huis, waar ze tweeënhalf jaar later nog steeds noodgedwongen woont. Een somber stemmende kamer is het, met amper lichtinval en zware meubels van donker hout. Aan de muur hangt een foto van Alves bij haar eerste communie. ‘Weet je wat het is?’ Ze begint te snikken. ‘Het voelt alsof je hebt gefaald. Maar daarna praat je met anderen en zie je dat iedereen dezelfde problemen heeft.’
Over de auteur
Dion Mebius is correspondent Spanje, Portugal en Marokko voor de Volkskrant. Daarvoor werkte hij op de politieke redactie. Hij woont in Madrid.
Wat heet. Vele Portugezen zijn net als Sara Alves de wanhoop nabij door een wooncrisis die in rap tempo is uitgegroeid tot probleem nummer één van het land. De situatie is ‘dramatisch voor de middenklasse en héél moeilijk voor jongeren’, erkende premier António Costa eind maart bij tv-zender SIC Notícias. Voor het voortbestaan van Costa’s sociaaldemocratische regering, die vorig jaar aantrad met een absolute meerderheid maar niettemin behoorlijk wankelt, is de wooncrisis een groot gevaar.
De cijfers spreken voor zich. Gemiddeld gingen de Portugezen in 2021 op 33,6 jarige leeftijd op zichzelf wonen, de hoogste leeftijd van de hele Europese Unie (en ruim 10 jaar later dan de Nederlanders). De stijging van de huizenprijzen ging in beide landen lang gelijk op. Maar waar de prijzen in Nederland inmiddels dalen, klimmen ze in Portugal gewoon door. In acht jaar tijd zijn de huizenprijzen zo goed als verdubbeld.
Huren dan maar? Vergeet het maar. Ook de huurprijzen zijn meer dan in Nederland door het dak gegaan, een probleem dat de hoofdstad het zwaarst treft. Veel van de woede in Lissabon richt zich op Airbnb en andere websites voor vakantieverhuur. Zij zouden het veel te makkelijk hebben gemaakt voor (buitenlandse) vastgoedinvesteerders om hele panden op te kopen en de kamers los via hun platforms te verhuren, een ontwikkeling die het oude centrum heeft veranderd in een toeristische attractie.
Daarmee is het contrast groot met een jaar of zes geleden, toen de komst van Airbnb en consorten nog werd gevíérd. Oké, de Lissabonners die waren opgegroeid in centrale wijken als Bairro Alto en Alfama konden er misschien geen eigen appartement meer vinden, en ook de traditionele kruidenier en boekhandel waren verdwenen. Maar de investeerders die hun panden via de vakantiewebsites verhuurden, hadden eerst wél de afbrokkelende muren gemetseld, de gevel met glanzende nieuwe azulejo-tegels bekleed en de luiken recht gehangen. Zo kreeg de binnenstad, na decennia van ernstig verval, een extreme make-over. Vastgoedexperts spraken zelfs van ‘het wonder van het toerisme en Airbnb’.
Anno 2023 weten de Portugezen dat ze voor wonderen in bedevaartsoord Fátima moeten zijn. De vakantieverhuur heeft eraan bijgedragen dat de koop- en huurprijzen in het centrum van Lissabon zijn geëxplodeerd, en via het waterbedeffect ook in de buitenwijken. Sara Alves weet er alles van. ‘Vroeger kwamen mensen naar São Domingos de Rana omdat de huren hier laag waren. Maar zelfs hier betaal je voor een huurappartement met één slaapkamer nu 750 euro.’
Hoewel de huren nog iets lager waren toen ze eind 2020 brak met haar vriend, verdiende ze als administratief medewerker met 900 euro per maand te weinig om op zichzelf te kunnen blijven wonen. In een land waarin het minimumloon slechts 760 euro per maand bedraagt, is dat een situatie waarin steeds meer Portugezen zich bevinden.
Sociale huurwoningen zijn er bijna niet: in Portugal beslaan die slechts 2 procent van de woningvoorraad. Ter vergelijking: in Nederland is dat 32 procent, het hoogste percentage in de EU. ‘Het minimumloon zou genoeg moeten zijn om je huur te kunnen betalen en rustig te leven’, zegt Alves. ‘Maar dat is nu onmogelijk. Niet bijna onmogelijk. Gewoon, onmogelijk.’
Ze is haar ouders dankbaar dat hun deur nog open stond. Tegelijkertijd ervaart ze ‘een totaal gebrek aan privacy’. Ze is hooguit in haar slaapkamer alleen – een ruimte van 10 vierkante meter met zwarte vochtplekken op de wanden, een smal eenpersoonsbed en een wit met roze My Little Pony-knuffel.
Het kan veel erger, weet ze. Sinds kort heeft ze een nieuwe vriend. Hij woont al een jaar lang noodgedwongen samen met zijn ex omdat zij geen nieuwe woning kan vinden. Hoewel Alves het te vroeg vindt om met hem te gaan samenwonen, denkt ze daar nu wel aan. ‘Maar het zet grote druk op je relatie. En andersom leidt het tekort aan betaalbare woningen ertoe dat mensen maar bij elkaar blijven, ook al zijn ze niet gelukkig en is hun relatie niet gezond. Een vriendin van me blijft daarom bij haar vriend.’
Premier Costa kan niet zeggen dat hij van niets weet. Sinds 2015 staat de leider van de sociaaldemocratische PS aan het hoofd van verschillende regeringen, die stuk voor stuk te weinig aan de zich snel opstapelende woonzorgen hebben gedaan. Inmiddels zijn zijn ogen geopend, maakte Costa half februari duidelijk met de presentatie van Mais Habitação of Meer Huisvesting, een hele zwik aan crisismaatregelen.
Onderdeel van het pakket is het stopzetten van de uitgave van nieuwe vergunningen voor vakantieverhuur. Ook maakte de regering een einde aan de ‘gouden visa’, de mogelijkheid voor niet-EU-burgers om een visum te kopen met een investering van minstens 500 duizend euro in Portugees vastgoed.
Verreweg de meeste aandacht ging echter uit naar een andere maatregel: het voornemen om leegstaande woningen voortaan gedwongen te verhuren. Want dat is het gekke aan deze crisis: er zijn wel leegstaande woningen, volgens Costa zelfs ‘meer dan 700 duizend’. Dit kunnen woningen zijn die ten prooi zijn gevallen aan speculanten, maar ook investeringen van de meer welgestelde Portugezen, die hun spaargeld liever in vastgoed steken dan dat ze het op de bank zien wegkwijnen.
Geen woning mag nog langer dan twee jaar leeg staan, zegt de regering nu tegen hen. Als de eigenaren de woning na een eerste waarschuwing niet binnen 100 dagen in gebruik nemen, neemt de staat de macht over. Die verhuurt de woning dan voor een schappelijke huursom, die wel weer zal worden overgemaakt aan de eigenaar.
Critici spreken van een forse inbreuk op het eigendomsrecht en voorspellen dat de regering zich vooral een bak ellende (in de vorm van talloze rechtszaken van woedende eigenaren) op de hals haalt. Wie vastgoedbezitterJoão Tojal erover hoort, denkt dat ze daar weleens gelijk in kunnen krijgen. ‘Niemand komt een huis van mij binnen. Dat beloof ik je nu al.’
Met zijn mooie witte overhemd (bovenste knoopje los), zongebruinde huid en vlotte babbel zou Tojal (68) zomaar kunnen worden aangezien voor een huisjesmelker. Niets van dat: voor de zeven appartementen die zijn familie in één gebouw in de populaire wijk Graça bezit, rekent Tojal juist een verrassend lage huur. ‘Voor 60 vierkante meter vraag ik 600 euro per maand’, zegt hij in zijn smalle kantoortje op de begane grond. Het is de helft van wat hem onlangs door een wanhopige woningzoeker werd geboden voor één van de appartementen.
Dat doet Tojal, die meer vastgoed bezit, niet alleen uit goedertierenheid. ‘Als we meer vragen, is de kans groot dat de huurder meer kwijt is dan zijn inkomen aankan. Uiteindelijk zal die dan in gebreke blijven.’ Of één of meer kamers in het appartement onderverhuren, waardoor Tojal het zicht kwijt is op wie er onder zijn dak woont. Het is die onzekerheid, en het gebrek aan vertrouwen in een betrouwbare en efficiënte overheid, die huiseigenaren er volgens hem van weerhoudt hun woningen te verhuren. Met de plannen voor gedwongen verhuur breekt de regering dat vertrouwen enkel verder af, zegt Tojal met sommige vastgoedexperts. ‘De meerderheid met een tweede huis heeft dat gekocht als pensioenvoorziening. Die mensen hebben daar hun hele leven voor gewerkt. Daar willen ze geen enkel risico mee lopen.’
Airbnb, rijke buitenlanders met een gouden visa, een gebrek aan sociale huur, speculanten, een hopeloos trage rechtspraak en wantrouwige woningeigenaren: het is een, deels door de overheid in de hand gewerkte, perfect storm. Een die, zoals altijd, in de eerste plaats de mensen aan de onderkant van de samenleving omverblaast.
In het district Lissabon kun je zulke mensen vinden in Talude, een wijk van voorstad Loures, waar een wandelpad door hoog gras leidt naar een sloppenwijk. Sinds het begin Source: Volkskrant