Vrijdag is het Bevrijdingsdag. Voor mij, en ik denk veel anderen is vrijheid vanzelfsprekend: ik doe ’s ochtends de kleren aan waar ik zin in heb – of raap ze bij elkaar van de grond – stap zonder nadenken de deur uit in de veronderstelling dat ik mag en kan gaan en staan waar ik wil. Net zoals ik gedachtenloos de douche aanzet en verwacht dat het water gewoon schoon en warm uit de kraan komt, zo weinig gedachten verspil ik aan mijn vrijheid. Behalve op 5 mei. Dan fiets ik met lichte lente-euforie door de stad, genietend van de trots wapperende vlaggen overal. Even is de vanzelfsprekendheid weg en is het besef er weer: ik ben vrij!
Hoe kwetsbaar vrijheid is zien we wel in Iran, in Rusland en in Oekraïne. Vrijheid vereist dat we elkaar als samenleving zorgvuldig vasthouden. Als wij een land willen waarin we met elkaar onze vrijheid beschermen, moeten we elkaar kunnen vertrouwen, het gevoel hebben mee te tellen en ons herkennen in de waarden van dat land. Waarom zou ik me inzetten voor een maatschappij die me niet eerlijk behandelt, of me waarschijnlijk laat stikken als ik eens kwetsbaar ben?
Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts. Ze schrijft om de week een wisselcolumn met collega-huisarts Danka Stuijver.
De laatste jaren is het vertrouwen in de rechtvaardigheid en eerlijkheid van onze samenleving beschadigd. Deels terecht: het onrecht dat de toeslagenouders en de Groningers is aangedaan, is nog steeds niet gecompenseerd. Maar ook onterecht: leugenaars en complotdenkers in de politiek en op sociale media spelen mensen uit elkaar en zaaien haat.
In mijn sector, de zorg, tikt een andere, sluimerende bom onder onze samenleving. Die bom is navrant genoeg deels door de bevrijding veroorzaakt. Want de wederopbouw van Nederland na de bevrijding gaf enorme positieve energie – die zich onder andere ontlaadde in een babyboom. 10 jaar lang wel te verstaan: tussen 1946 en 1955 zijn veel meer baby’s geboren dan ooit ervoor of erna. Dus hebben we nu een onwaarschijnlijk grote groep mensen tussen de 68 en 78 jaar, de babyboomers. Zij hebben ook weer gestreden voor vrijheid, namelijk individuele vrijheden – de hippiebeweging, ontzuiling, seksuele revolutie - waardoor wij post-boomers in vrede en met meer vrijheid dan ooit hebben kunnen opgroeien.
Maar sorry, boomers: jullie zijn nu wel oud en zorgbehoeftig en dat knelt in de zorg. Meer dan 20.000 verpleeghuisbehoeftigen staan op de wachtlijst voor het verpleeghuis. Dus wonen steeds meer ouderen langer en met een zwaardere zorgbehoefte thuis, waar ook steeds moeilijker zorg is te krijgen: landelijk komen we inmiddels 60.000 thuiszorgmedewerkers tekort. Dit levert schrijnende situaties op van ouderen die vervuild in bed liggen, maar waarvoor geen bed of thuiszorg is. Of dementerenden die onderkoeld over straat dwalen, omdat er geen plek voor ze is.
Dit is niet alleen een probleem voor de zorgbehoeftige boomer, maar voor de hele maatschappij. Want als een land zijn beschaving loslaat en mensen laat wegkwijnen, brokkelt de saamhorigheid in de maatschappij af. De meeste mensen willen hard werken voor een maatschappij waar ze trots op zijn en weten dat als zij het nodig hebben men er ook voor hen is. We moeten dus goed voor elkaar zorgen, ook voor onze ouwe boomers.
Maar die generatiesolidariteit wordt nu ernstig op de proef gesteld. De boomers konden in hun jeugd het werk onder veel boomers verdelen en er waren relatief weinig bejaarden te verzorgen in ons land. Maar nu, 40 jaar later, moet een veel kleinere groep mensen al het werk doen en daarnaast voor een trits boomerbejaarden zorgen. Dus raken de huidige werkenden overbelast en haken af. Als eerste in de zorg. Ze kiezen voor individualiteit boven saamhorigheid, om te ontsnappen uit de wurggreep van de verpletterende zorgbelasting. Door massaal dure zzp-ers te worden. Of ze geven hun maatschappelijk engagement helemaal op en worden coach en bieden alleen light-zorg voor de rijken. Waardoor de thuiszorgmedewerkers van nu straks zelf geen zorg meer kunnen krijgen.
Generatiesolidariteit is goed, maar er zit een grens aan. We zullen ook moeten zorgen voor de generatie die nu de kar trekt. Mensen in de zorg hebben recht op een normale werkweek voor een fatsoenlijk loon. Als de Nederlandse Zorgautoriteit, die over de regels in de zorg beslist, hun eigen werkweken en salariëring nou als norm hanteert voor de mensen die het werk in de zorg werkelijk doen, is dat probleem opgelost.
En misschien is het tijd voor Participatiebejaarden. Wie kan, helpt andere bejaarden, een soort Kinderen voor Kinderen: Boomers voor Boomers.
Zo moeten we proberen iedereen binnenboord te houden in de samenleving. Zodat niet alleen wij nu, maar ook de generaties na ons in ons land met de wind in hun haren kunnen fietsen met wie ze maar willen en waar ze maar willen. Zonder daarbij stil te staan. Behalve op 5 mei, als de vlaggen wapperen.
Source: Volkskrant