Voor Dalva, haar indrukwekkend intieme film over misbruik, liep regisseur Emmanuelle Nicot lang rond in een opvanghuis voor tieners. ‘Deze kinderen lijden in eerste instantie veel meer onder het feit dat ze uit huis zijn geplaatst dan onder wat ze hebben meegemaakt in hun gezin.’
‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt’, zo luidt de beroemd geworden wijsheid van de Franse filosoof Simone de Beauvoir. Maar hoe zit het met de weg terug? Kan een meisje, eenmaal tot vrouw gemaakt, ooit weer het kind worden dat ze is geweest?
De allereerste ontmoeting met Dalva, in de gelijknamige speelfilm van regisseur Emmanuelle Nicot (37), laat ruimte voor twijfel. Bruut wordt ze in de openingsscène weggetrokken van ‘Jacques’, haar Jacques. We zien een jonge vrouw, gillend en schreeuwend, die zich hevig verzet tegen de scheiding van een geliefde.
Pas als we haar voor het eerst in de ogen kijken, zien we het meisje Dalva. Twaalf jaar pas, haar opgestoken haren en zwarte kanten jurk ten spijt. De arts controleert haar op sporen van seksueel misbruik voordat ze naar het opvangcentrum gaat voor uit huis geplaatste kinderen. Jacques, Dalva’s vader, wordt verdacht van incest en is gearresteerd.
Dalva volgt de weg die het meisje vanaf dat moment moet afleggen, van ‘geliefde’ van haar vader terug naar het kind dat ze in werkelijkheid nog is. Een indrukwekkend intiem verteld verhaal over een loodzwaar thema, dat regisseur Nicot desondanks met tederheid en licht weet te doorweven. ‘Incest bevindt zich als onderwerp grotendeels onder de oppervlakte, we zien in de film alleen het topje van de ijsberg’, legt Nicot uit in een telefonisch interview. ‘Dalva gaat ook over veerkracht en herstel, dat maakt de film tegelijkertijd licht, denk ik.’
Nog zonder te weten welk verhaal ze zou gaan vertellen, dompelde Nicot zich ter voorbereiding van de film onder in de wereld van tieners die uit huis zijn geplaatst op last van de rechter. Via haar broer, die als jeugdhulpverlener werkt, kwam ze in contact met de directeur van een noodopvangcentrum in het Franse Forbach. ‘Ik legde haar en de kinderen uit dat ik hun wereld van zo dichtbij mogelijk wilde leren kennen. Niet als pedagoog, maar als iemand die hun dagelijks leven ontdekt. Iemand die niet klikt bij domme acties en erbij is op geheime feestjes of bij winkeldiefstal.’
Dat werkte: de kinderen stelden zich open, en al snel ontstond er een sterke band. ‘Ze verlangden ernaar hun leven met mij te delen. Alsof ik de link was tussen hen en de wereld die hen is vergeten.’ Fundamenteel werd de vriendschap die Nicot ontwikkelde met twee kinderen die in het centrum woonden, en op wie de personages van Samia en Dimitri zijn gebaseerd – kinderen uit de opvang die een belangrijke rol spelen bij het herstel van Dalva. De film is aan hen opgedragen. ‘Zonder die band met hen had ik dit verhaal nooit kunnen vertellen.’
Dat Dalva zo innemend is, moet mede aan die betrokkenheid van Nicot te danken zijn. Haar stem klinkt warm als ze praat over de kinderen die ze ontmoet heeft. Zes jaar werkte ze aan de film, waarvan vierenhalf voor onderzoek en schrijven. Ze sprak met rechters, psychologen, hulpverleners en met een politieman wiens werk het was om kinderen uit huis te halen bij verdenking van mishandeling. ‘Op een dag werd hij gebeld om een meisje van 6 uit huis te halen die alleen met haar vader woonde’, vertelt Nicot. ‘Hij trof een kind dat zeer sensueel was, zich ook richting hem verleidelijk opstelde.’ Dat verhaal wilde ze vertellen.
Hoofdrolspeler Zelda Samson, 12 jaar oud op het moment van draaien, had voor het begin van de opnames nog nooit van het begrip incest gehoord. Voor de casting vroeg Nicot de auditanten om een zelfgemaakte video in te sturen waarin ze zich in twee minuten voorstellen en vertellen of ze al eens verliefd zijn geweest, ‘om te zien hoe ze zich uitdrukken over een intieme ervaring’. De inzending van Samson, die opviel om haar ‘waanzinnig rijke vocabulaire en zelfvertrouwen’, maakte dat Nicot het meisje wilde ontmoeten. ‘Toen heb ik haar ouders gebeld en uitgelegd dat de film zou gaan over een meisje dat in een opvangcentrum herstelt van incest. Ze vonden het oké en hebben hun dochter toen zelf uitgelegd wat dat betekent. Voor haar heeft dat woord niet het gewicht dat het voor ons als volwassene heeft.’
Hoe breng je een tienermeisje geloofwaardig in de rol van jonge vrouw? ‘In het begin keek Zelda nog veel naar de grond. Ze had nog niet de gracieuze motoriek die Dalva moest krijgen’, vertelt Nicot. ‘We hebben veel gewerkt met een coach, een voormalig danseres, om die manier van bewegen aan te leren.’
Maar de belangrijkste troef ontdekte de regisseur toen ze Samson voor het eerst zelf begon te filmen. Kaliber Romy Schneider noemt ze haar, naar de Duitse actrice die wereldberoemd werd als Sissi in de trilogie over het leven van de Oostenrijkse keizerin Elisabeth de Wittelsbach. ‘Wanneer ik Zelda recht van voren film, is ze een kind. Maar vanuit een andere hoek lijkt ze ergens in de twintig te zijn. Ze is hypnotiserend. Met die verscheidenheid hebben we veel gewerkt. In scènes waarin we Dalva als een klein meisje wilden tonen, filmden we haar in het gezicht. Maar de eerste keer dat we Dalva’s moeder ontmoeten, met wie ze rivaliteit voelt, filmen we haar en profil. Plots lijkt ze daar een vrouw.’
Dalva neemt de toeschouwer overtuigend mee in de schemerzone tussen vrouw en meisje. De weg van ‘object’ naar ‘subject’, in de woorden van Nicot, juist op het moment dat ze in de puberteit raakt. Pijnlijk is het verlangen van Dalva naar haar vader, naar de ‘liefde’ zoals ze heeft geleerd dat liefde is. Als ze hem na lang aandringen voor het eerst in de gevangenis mag opzoeken, blijkt ze de kinderkleding die ze in het tehuis kreeg voor de gelegenheid weer verruild te hebben voor het kant waarmee haar vader haar kleedde. ‘Ik was verbijsterd hoe groot de loyaliteit van deze kinderen is aan de ouders’, zegt Nicot, ‘en hoe enorm de ontkenning. Het is een manier om het ondraaglijke draaglijk te maken.’
De pijn van deze kinderen zit niet daar waar je het verwacht, zegt Nicot. ‘We zijn geneigd te denken dat ze in een hel leven, dat we ze daaruit trekken en dat alles dan goedkomt. Maar nee! Kinderen hebben in zo’n situatie geen idee van de hel waarin ze leven. Het is hun dagelijkse werkelijkheid, ze hebben manieren ontwikkeld om daarmee om te gaan. En dan zetten buitenstaanders plots een ander licht op die werkelijkheid. Daar begint de grote pijn. Want wie kun je nog vertrouwen als je van de een op de andere dag hoort: jouw ouders hadden absoluut niet het beste met je voor? De kinderen lijden in eerste instantie veel meer onder het feit dat ze uit huis zijn geplaatst dan onder wat ze hebben meegemaakt in hun gezin. Het is een noodzakelijk kwaad voor hun eigen bestwil.’
In Dalva’s weg terug naar kind-zijn is een belangrijke rol weggelegd voor de andere kinderen in haar leven. Het zijn de meisjes van school die zonder omhaal van woorden de blik van de buitenwereld binnenbrengen en haar vader als eerste pedofiel noemen. Maar juist de kinderen in de opvang helpen haar een soort ‘normaal’ te vinden. ‘De solidariteit in zo’n tehuis is heel bijzonder’, beaamt Nicot. ‘Ze zijn allemaal heel beschadigd, in zekere zin bagatelliseren ze het trauma. Ze oordelen niet over wat de ander heeft meegemaakt. Er ontstaan heel sterke vriendschappen tussen kinderen met een groot leeftijdsverschil.’
Macht, controle en dominantie in relaties is een terugkerend onderwerp in het werk van Nicot. Eerder maakte ze de korte films RAE (2012), over een geheime schuilplaats voor vrouwen, en À l’arraché (2016), over pleegopvang. ‘Die thematiek is voor mij iets heel persoonlijks. Mijn eerste liefdeservaring als adolescent was extreem gewelddadig, zowel psychologisch als fysiek. Zo ben ik liefde gaan associëren met geweld. Gedurende de rest van mijn leven houdt dat vraagstuk me bezig. Ik voel de noodzaak om het mechanisme van macht in een relatie te doorgronden, en de wurggreep van een ouder over een kind leek me de ergste vorm daarvan. Want hoe kun je als kind die verhouding bevragen?’
Als puber had ze nooit de droom om filmmaker te worden, zegt Nicot. ‘Maar ik denk dat wat mij is overkomen me daartoe gebracht heeft. Het zoekt een uitweg, en cinema is voor mij de weg van veerkracht.’ Haar grootste overwinning: ‘Bij elke voorvertoning van Dalva die ik heb bijgewoond komt er minstens één slachtoffer na afloop naar me toe die zich heeft herkend in het verhaal en me daarvoor bedankt. Dat maakt me heel gelukkig.’
‘Ik ben geen regisseur die tegen een acteur zegt: ‘Je bent bang dus je moet je hoofd zo draaien, op je nagels bijten.’ Voorafgaand aan de scène kijk ik welke gevoelens het personage op dat moment heeft. Met oefeningen probeer ik de acteur in die staat te krijgen. Voor de eerste ontmoeting met haar moeder is Dalva heel opgefokt. Voordat de camera begon te draaien, duwden Zelda Samson (het meisje dat de hoofdrol speelt, red.) en ik elkaar, we duwden en duwden tegen elkaars schouders, we schreeuwden, tot ik voelde dat ze zo hoog in haar woede zat dat ik zei: oké, we gaan draaien.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikserva Source: Volkskrant