De drie donkerbruine woonblokken staan wat verloren tussen de zandhopen, alsof ze nog moeten wennen aan de omgeving. Vorige maand lagen de voormalige voetbalvelden aan de rand van Delft nog braak, nu staan er 84 flexwoningen in drie woonlagen gestapeld, waarin in juli Oekraïners komen.
De Delftse woonwethouder Karin Schrederhof (PvdA) is opgelucht dat de tijdelijke woningen er zo snel staan; pas eind december nam de gemeenteraad het besluit. ‘We hebben ze met spoed nodig, omdat een wooncomplex waar onze Oekraïners nu wonen wordt gesloopt.’
Delft hoefde niet zelf de boer op om de stapelbare woonunits te kopen. Als eerste gemeente heeft zij ze gekocht van het Rijk. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft er eind vorig jaar tweeduizend van aangeschaft voor doorverkoop, om het gemeenten gemakkelijker te maken. Het moet ertoe leiden dat er snel meer flexwoningen komen. Omdat de eerste woonunits van de staat nu zijn afgenomen, is minister Hugo de Jonge (wonen) dinsdagochtend in Delft om met de wethouder het koopcontract te tekenen.
Dat De Jonge grote verwachtingen heeft van de mogelijkheden van de tijdelijke en verplaatsbare wooneenheden vertelt hij iedereen die het wil horen: hij ziet het als de snelste manier om woningen toe te voegen in een tijd van nog steeds toenemende woningnood. Zijn streven: dat er voor het eind van 2024 zo’n 37.500 flexwoningen staan, verspreid over het land.
Maar zo gemakkelijk gaat het niet, blijkt ook in Delft. ‘Dit is spannend’, zegt wethouder Schrederhof als ze dinsdagochtend haar handtekening zet onder het koopcontract. Voor 8,5 miljoen euro is Delft nu eigenaar van de woonunits van het Rijk. Daarop geeft de gemeente nog ruim 2 miljoen euro uit aan onder meer de plaatsing van de woningen, de elektriciteit en voorzieningen om de omgeving ervan leefbaar te maken. En dat voor woonblokken die maar zo’n vier jaar op die plek kunnen staan. Daarna moeten ze plaatsmaken voor permanente bouw.
Schrederhof hoopt daarom dat het Delft snel lukt om voor na die periode een nieuwe plek te vinden voor de woonunits. En net het vinden van locaties voor flexwoningen is het grootste struikelblok, heeft de minister inmiddels ook gemerkt. Het komt ook vaak voor dat bewoners rond mogelijke locaties bezwaar maken. ‘Hier is dat gelukkig niet gebeurd’, zegt Schrederhof. ‘Voor de korte termijn is dit in elk geval een goede oplossing. De druk op de woningmarkt is gigantisch, zo komen er wat broodnodige sociale huurwoningen bij.’
De woonunits van verschillende afmetingen aan de galerijen zijn nog kaal en ogen wat krap. Er zijn bescheiden studio’s bedoeld voor alleenstaanden, woningen voor stellen en gezinswoningen met een oppervlakte van 72 vierkante meter, elk voorzien van een bescheiden keukenblok. Maar behalve in grootte zit er in het aanbod van woonunits van het Rijk opvallend weinig variatie. Gemeenten kunnen alleen modules bestellen voor drie bouwlagen zoals ze ook op deze locatie in Delft staan.
‘Met het stellen van zulke standaarden gaat het sneller’, zegt De Jonge. De vraag is of dat niet tot eenvormigheid leidt. ‘Nee, nee, nee’, zegt Harry van Zandwijk met klem. Hij is de directeur van Daiwa House, het bedrijf dat de Delftse wooneenheden heeft gemaakt. ‘Met de buitenkant kan worden gevarieerd met kleur en materiaal’, zegt Van Zandwijk. ‘Het wordt zeker geen eenheidsworst.’
Toch hebben al enkele gemeenten afgezien van een bestelling bij het Rijk omdat ze iets anders willen dan dit aanbod. Sowieso staan de gemeenten nog niet in de rij voor deze flexwoningen die ze op een presenteerblaadje krijgen aangeboden. Desondanks verwacht de minister dat ze voor het eind van het jaar allemaal zijn verkocht. ‘Op pakweg de helft ervan hebben gemeenten al een optie genomen voor plaatsing later in het jaar’, zegt De Jonge. ‘Veel van de overgebleven units gaan naar de organisatie COA, die ze gaat gebruiken om statushouders in te huisvesten.’
Zo optimistisch is De Jonge ook over zijn streven naar 37.500 flexwoningen voor het eind van volgend jaar. Terwijl tot nog toe de realisatie ervan flink achter blijft bij zijn ambities. Vorig jaar zijn er 3.400 flexwoningen neergezet, de bedoeling was 7.500. Dit jaar zouden er 15 duizend flexwoningen bij moeten komen. Volgens de nieuwste prognose die de minister dinsdag naar de Tweede Kamer stuurde zijn het er maximaal 12 duizend.
Toch valt dat verschil tussen prognose en realiteit met flexwonen nog mee, vergeleken bij zijn ambities met ‘gewone’ permanente nieuwbouw. Veel nieuwbouwprojecten liggen stil, nu met de gestegen rente de woningen voor steeds meer mensen niet meer te betalen zijn. Hierdoor zijn flexwoningen volgens De Jonge alleen maar belangrijker geworden.
Omdat gemeenten en corporaties huiverig zijn om verlies te lijden op de tijdelijke woonprojecten, staat het Rijk garant, zowel met geld als met locaties. Sommige gemeenten hebben al toegezegd kavels vrij te houden voor flexwoningen waarvoor geen nieuwe plek is gevonden in de eigen regio.
En ook voor het probleem van de bezwaar makende omwonenden heeft de minister een oplossing bedacht. ‘Dan kunnen gemeenten die flexwoningen gewoon neerzetten’, suggereert hij. ‘Mochten dan de omwonenden gelijk krijgen, dan halen we die woonmodules weer weg.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden