De overheid deed een beroep op hem en daarom maakte Jamie Dimon (67) zijn bank nóg wat groter. JPMorgan lijft First Republic Bank in na een oproep van het federale depositogarantiefonds FDIC om te bieden op de zieltogende bank. Dimon won de strijd, waardoor JPMorgan er ruim 90 miljard dollar aan deposito’s bij krijgt, boven op de meer dan 2.340 miljard dollar die al op de rekeningen stond.
Groter, steeds groter. Dat lijkt het mantra van Dimon, die in 2005 aantrad al ceo van JPMorgan. Onder zijn leiding zijn de klanttegoeden maal vier gegaan. De bank, die wereldwijd actief is in meer dan zestig landen, is de woordenboekdefinitie van too big to fail, een instelling dus die in haar val het hele financiële systeem met zich mee zou sleuren. En dus nu nóg iets bigger.
Over de auteur
Daan Ballegeer is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over financiële markten en centrale banken.
Dimon groeide op in Queens, New York, als kleinzoon van Griekse immigranten. Zowel zijn vader als grootvader werkte als aandelenhandelaar. Op de middelbare school kreeg hij de bijnaam ‘mad dog’, omdat hij een kort lontje had en bijzonder bot uit de hoek kon komen. En hij was een vat vol zelfvertrouwen, zei zijn tweelingbroer Ted ooit. Dimon staat bekend als een slechte luisteraar die andere mensen onderbreekt en hun zinnen voor hen afmaakt.
Hij studeerde economie en psychologie, eerst aan Tufts University, daarna aan Harvard Business School. Zijn loopbaan begon bij American Express, waarna hij onder de vleugels van zakenman Sandy Weill - de vroegere baas van zijn vader - carrière maakte bij verschillende financiële instellingen. Ervaren bankiers noemden hem ‘the kid’. Maar als Dimon sprak, hielden ze hun oren gespitst.
In 1998 ontsloeg Weill hem na een interne machtsstrijd bij Citigroup. Dimon ging daarna Bank One leiden, een getroebleerde bank uit Chicago. In 2004 verkocht hij die aan JPMorgan, om daar nog geen jaar later zelf de baas te worden. Zo trad hij in de voetsporen van John Pierpont Morgan, stamvader van de bank en de man die in 1907 eigenhandig het Amerikaans financieel stelsel overeind hield toen een crisis uitbrak.
Grote schoenen, maar Dimon vult ze. Als een van de weinigen op Wall Street zag hij in hoe gevaarlijk herverpakte hypotheken konden zijn. In 2006, twee jaar voordat Lehman Brothers eraan ten onder zou gaan en zo de aftrap gaf voor de wereldwijde financiële crisis, gaf Dimon de opdracht om de blootstelling van zijn bank aan deze toxische producten te verminderen. Daardoor slaagde JPMorgan erin om de daaropvolgende jaren uit de rode cijfers te blijven, terwijl de andere banken miljardenverliezen moesten slikken.
In die periode kreeg Dimon een nieuwe bijnaam. Toen Bear Stearns in maart 2008 op het faillissement afstevende, klopte de Amerikaanse overheid bij hem aan om de zakenbank te redden en zo te voorkomen dat er een financiële crisis uitbrak. Alleen JPMorgan werd sterk genoeg geacht om dat klusje te klaren. Dimon stemde in en nam in een weekend tijd een balans van 400 miljard dollar over zonder goed zicht te hebben op de risico’s.
De overname zou geen geweldig zakelijk succes blijken voor JPMorgan, in tegenstelling tot die van de eveneens noodlijdende Washington Mutual later dat jaar. Maar voor de reputatie van de bank was het goud waard en Dimon gold nu als ‘de redder van Wall Street’. Toch kwam die financiële crisis er, en daarmee een nieuwe bijnaam. Dimon was ‘de grote overlever’, want de enige ceo van een Amerikaanse grootbank die in de turbulente periode zijn baan hield.
Dimon heeft een bijzondere status in de VS. The New York Times omschreef hem ooit als ‘de minst gehate bankier van Amerika’. Zowel Barack Obama als Donald Trump zou hebben overwogen om hem minister van Financiën te maken. De geruchtenmolen wil dat Dimon verschillende keren heeft overwogen om als Democraat een gooi te doen naar het presidentschap.
Toch is er ook onbehagen bij de uitkomst van het biedproces rond First Republic. Om JPMorgan te laten deelnemen, moest de FDIC een uitzondering maken, aangezien de bank al tekende voor meer dan 10 procent van alle Amerikaanse deposito’s. De afweging was dat meer too big to fail wenselijker was dan grotere verliezen voor de FDIC als een minder voordelig bod zou winnen.
‘Beleg in bedrijven die elke idioot kan leiden’, adviseerde de legendarische belegger Peter Lynch ooit, ‘want vroeg of laat staat er een idioot aan de top.’ Iets vergelijkbaars gaat op voor Dimon en JPMorgan. Zelfs als zijn aura van begenadigde bankier terecht is en Dimon het vertrouwen van toezichthouders volledig verdient, is er geen garantie dat zijn opvolger van dezelfde garnituur is en er dan geen brokken van komen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden