De Europese Commissie is dinsdag na lang dralen akkoord gegaan met twee uitkoopregelingen die de stikstofuitstoot van de intensieve veehouderij moeten verlagen. Het gaat om de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties plus (Lbv-plus). Dit zijn de ‘woest aantrekkelijke’ stoppersregelingen die minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof) begin vorig jaar aankondigde.
De Lbv-plus is de gunstigste financiële regeling van de twee; deze staat open voor de circa drieduizend veehouderijen die de meeste stikstof over Natura 2000-gebieden verspreiden. Het gaat daarbij om boeren die pluimvee, melkvee, varkens en vleeskalveren houden (geiten- en schapenhouders komen dus niet in aanmerking). Een groot deel van deze boerderijen ligt in de Gelderse Vallei en Oost-Brabant. Veehouders die gebruik willen maken van de Lbv-plus krijgen 120 procent van de waarde van hun opstallen en (eventueel) landbouwgrond vergoed, plus 100 procent van de geschrapte productierechten (dat zijn ooit gratis verkregen rechten om een bepaald aantal dieren te houden). Brussel is akkoord gegaan met de door Van der Wal gewenste ‘bonus’ van 20 procent voor piekbelasters, die stoppen extra aantrekkelijk moet maken.
Deze regeling staat open voor pluimvee-, melkvee- en varkenshouders wier ammoniakuitstoot relatief veel schade aanricht in nabijgelegen natuurgebieden, maar die niet aan het piekbelasterscriterium voldoen. Zij kunnen na beëindiging van hun bedrijf aanspraak maken op een vergoeding ter hoogte van 100 procent van de waarde van hun opstallen en 100 procent van de ingenomen productierechten. De bonus van 20 procent gaat dus aan hun neus voorbij. Vleeskalverhouders kunnen niet inschrijven op de Lbv, maar wel op de Lbv-plus (mits zij aan de voorwaarden voldoen).
Verder omvat de Lbv geen vergoeding voor sloopkosten, terwijl de stoppende boer verplicht wordt zijn veestallen, mestkelders en mestsilo’s te slopen. Als hij de gebouwen nodig heeft voor andere activiteiten, moet hij een ontheffing bij de gemeente aanvragen. De piekbelastersregeling Lbv-plus voorziet naar verluidt wél in een sloopvergoeding.
Om in aanmerking te komen voor de piekbelastersregeling moet de veehouderij een landelijke drempelwaarde van stikstofneerslag op een natuurgebied overschrijden. Welke drempelwaarde dat is, maakt het ministerie eind mei bekend, wanneer de inschrijving voor beide regelingen van start gaat. Voor de Lbv gelden lagere drempelwaarden dan voor de Lbv-plus. Die drempelwaarden kunnen per regio verschillen.
Veehouders die stoppen moeten binnen een jaar na het tekenen van de uitkoopovereenkomst hun bedrijf beëindigen. Varkens- en pluimveehouders geven minstens 80 procent van hun productierechten definitief op; melkveehouders 95 procent. Dit betekent dat zij indien gewenst een klein aantal dieren mogen behouden. Dat maakt het mogelijk door te starten als zorg- of kinderboerderij, of op ambachtelijke schaal kaas, worst of ijs te blijven maken. De provincie trekt de verkochte productierechten in om te waarborgen dat de stikstofuitstoot voorgoed verleden tijd is.
Het ministerie van Landbouw wil eind mei (de exacte datum is nog niet bekend) een digitaal inschrijvingsloket openen op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, rvo.nl. Veehouders kunnen daar hun bedrijfsgegevens (locatie, dieraantallen, etcetera) invullen. Aan de hand van die gegevens bepaalt een rekenmodule of zij aan de criteria voldoen. De boer krijgt de uitslag te zien en wordt - indien hij aan de criteria voldoet - doorverwezen naar een inschrijfformulier en een telefoonnummer waar hij nadere informatie kan krijgen. Zowel bij RVO als in de provincies zitten dan teams klaar die geïnteresseerde boeren bij het uitkoopproces kunnen begeleiden.
Beide uitkoopregelingen zijn vooralsnog opengesteld tot eind december. Het kabinet stelt een deadline voor inschrijvingen om te voorkomen dat boeren de kat uit de boom blijven kijken. Van der Wal heeft eerder gezegd dat de hoge vergoeding van 120 procent voor piekbelasters tijdelijk is, en dat boeren die afwachten later met minder aantrekkelijke voorwaarden genoegen moeten nemen. Als de regelingen desondanks weinig belangstelling trekken, wil het kabinet veehouders met dwingen hun uitstoot te verlagen. Zij moeten dan gaan betalen voor hun ammoniakuitstoot of krijgen harde reductienormen opgelegd.
Dat is moeilijk in te schatten. Aan de ene kant zeggen provincies en agrarisch adviseurs dat tientallen tot wel duizenden boeren staan te trappelen om zich te laten uitkopen. De provincie Limburg stelt bijvoorbeeld dat zeker veertig boeren klaar staan om hun handtekening te zetten, zodra Brussel groen licht geeft. Gelders gedeputeerde Peter Drenth klaagde in de media dat er onder boeren in Gelderland veel belangstelling is voor uitkoop, maar dat hij die mensen niets kan bieden zolang het Rijk geen budget beschikbaar stelt. Enquêtes geven keer op keer aan dat een groot percentage boeren wil stoppen. Omdat ze de regeldruk in Nederland moe zijn, omdat ze geen opvolger hebben of omdat hun boerderij slecht rendeert.
Aan de andere kant leert de ervaring met oudere stoppersregelingen dat veel boeren die in eerste instantie geïnteresseerd zijn, uiteindelijk toch van deelname afzien. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) stelde vorig jaar in een adviesrapport dat het kabinet teveel verwacht van vrijwillige uitkoop. Slechts een beperkt aantal boeren zal echt nú willen stoppen, voorspelt het PBL. Voor anderen komt dat moment pas over een paar jaar. Bijvoorbeeld omdat ze op dit moment te jong zijn om al met pensioen te gaan, of omdat ze hun veestapel net hebben uitgebreid en daardoor weer toekomstperspectief zien.
De NRC benaderde in maart 28 piekbelasters met de vraag of zij eventueel willen stoppen. Slechts drie zeiden dat te overwegen. Dit geeft aan waar de schoen wringt: de grootste stikstofvervuilers zijn doorgaans ook de grootste en meest efficiënte veehouderijen. Die veehouders lopen voorop in de schaalvergroting en zijn economisch gezien relatief sterk. De uitkoopregelingen zullen het meest appelleren aan relatief kleine veehouders die achterop raken in de ratrace naar steeds grotere megastallen. Maar veel van die ‘kleintjes’ voldoen waarschijnlijk niet aan de vereiste drempelwaarden voor stikstofdepositie.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden