Home

Had er nu echt iemand onder een vergrootglas een melktand van John Lennon na zitten kleien?

Een groepsreis is een heikele onderneming, want voor je het weet zit je in een bus vol mensen die hardop meezingen met When I’m Sixty-Four. Paul McCartney schreef de oubollige oorwurm toen hij pas 15 was en nog geen idee had van wat er te gebeuren stond. Hij woonde toen met zijn vader en broer in een buitenwijk van Liverpool. Dat huisje gingen we bekijken, wij, het reisgezelschap in de bus. Het regende, want dat hoort, in Liverpool.

Daar stonden we, in het keukentje vol Hollanders, devoot naar een stuk zeep uit de jaren vijftig te kijken. ‘De zeep die alles zag’: namelijk hoe Paul hier als tiener suiker door zijn thee had geroerd, met dat uitgestreken smoelwerk van hem. En daar was het popperige huiskamertje waar John, Paul, George en Ringo voor het eerst samen, et cetera. Er zaten drie kleuren behang op de muur, want restjes waren goedkoper. Nog steeds trouwens.

Opgetogen als een hond in een slagerij bekeek huisgenoot P. Pauls slaapkamertje met het onbeduidende jongensbed. P. had net zo’n kamertje als kind, maar hij heeft het niet tot wereldster geschopt, misschien omdat hij nogal vals zingt. En daar zaten we alweer in de bus, op naar John Lennons huis. Al zijn ijdele ‘working class hero’-praatjes ten spijt groeide John op in een vrij sjiek huis, met een royale tuin.

Terwijl de gids in plat Liverpools allerlei apocriefe anekdotes opdiste over de Fab Four stond ik opeens oog in oog met een tand. Een kleine tand in een doosje, onder een glasplaat. Bijschrift: ‘Een replica van een melktand van John Lennon.’ Ongelovig keek ik naar het nietige artefact. Een replica?! Had er nu echt iemand onder een vergrootglas een melktand van John Lennon na zitten kleien?

En waar was de oorspronkelijke tand? In een zwaar beveiligde kluis bij Yoko thuis? Of was hij al lang zoekgeraakt? Dat dóen melktanden, weet ik uit ervaring. Die van mijn kinderen zijn allemaal spoorloos verdwenen, dus als zij nog eens beroemd worden ben ik de lul.

We stapten weer in die bus vol hopserige klarinetten. ‘Will you still need me, will you still feed me, when I’m sixty-four?’, zong Paul, als immer nodeloos opgewekt. John Lennon deed de sentimentele evergreen indertijd, niet geheel ten onrechte, af als ‘Paul’s granny shit’.

‘Granddchildren on your knee... (ploem, ploem, ploem)... Vera, Chuck and Dave’. Paul heeft inmiddels acht kleinkinderen. Er zit geen enkele Vera, Chuck of Dave bij, maar er zijn ongetwijfeld honderden, zo niet duizenden Beatle-fans die hun kinderen wél zo genoemd hebben.

En die hun melktandjes heel goed bewaren, want je weet maar nooit.

Source: Volkskrant

Previous

Next