Home

Zo bijzonder is een lintje niet


De lezers over onderscheidingen, illusies over oorlogen, herdenkingscultuur, excuses voor het arbeidsverbod dat voor getrouwde vrouwen gold, het verschil tussen gender en sexe en de prestatiedruk voor leerlingen én docenten.

Ieder jaar worden er Koninklijke onderscheidingen uitgereikt, zo niet gestrooid. De ontvangers zijn er terecht trots op. Maar langzamerhand begint het erop te lijken dat een meerderheid van de Nederlanders in het bezit is van zo’n onderscheiding. Dat maakt degenen aan wie die eer niet is toebedeeld heel bijzonder.

In mijn tijd als militair ontving ik, net als zovele beroepsgenoten, een aardige hoeveelheid onderscheidingen van (pseudo) dapperheidsonderscheidingen tot aan de zogenoemde ‘Jeneverkruizen’. De laatste waren onderscheidingen die men op elk tiende kroonjaar van de diensttijd ontving.

Aan veel uitgedeelde medailles was een kleurrijk lintje verbonden die op het militaire uniform kon worden gedragen. Veel militairen lieten al die lintjes opmaken tot een draagbaar geheel. Met die gewoonte heb ik nooit meegedaan. Mijn uniform vond ik namelijk geen ‘kerstboom’. Dat maakte mij weer heel bijzonder in die beroepswereld.
Marcel Souman, Bennekom

Voor degenen die nog illusies over welke oorlog dan ook hebben: onze vader moest zich in 1942 een keer of drie op de Ortskommandantur in ­Assen melden om uit te leggen dat wij niet Joods waren. Niet omdat de Duitsers dat zelf dachten, maar omdat er bij hen aangifte was gedaan door plaatsgenoten die niet begrepen waarom wij niet op transport naar kamp Westerbork werden gezet.

Tot zover een saillant signaal uit barre tijden.
Jan Uri, Arnhem

Voor de geestelijke ouders van een tv-documentaire is het bijzonder eervol wanneer hun film in de Volkskrant wordt besproken. Onze dag zou helemaal goed zijn geweest wanneer de daadwerkelijke inhoud van ons programma oprecht kritisch zou zijn beoordeeld, maar daarvan is in het artikel geen sprake. Integendeel. Auteur Sander van Walsum beschrijft hoe in twee recente documentaires de oorlogshistoriografie als grijsgedraaide grammofoonplaat werd opgedist. Als voorbeelden hiervan noemt hij onder meer het sluimerende antisemitisme in Nederland en het verzet dat pas laat op gang kwam.

Mijn collega en ik die verantwoordelijk zijn voor een van de genoemde documentaires, Gaat dit over ons?, zijn het helemaal met Van Walsum eens: voor dergelijke platgetreden paden mogen wij onze schaarse en kostbare publieke zendtijd echt niet lenen. Mogelijk dat de schrijver hierbij doelt op dat andere tv-project dat hij benoemt, Het verhaal van Nederland.

Maar onze documentaire behandelt de gebrekkige herdenkingscultuur voor de belangrijkste vervolgingsslachtoffers: Sinti en Roma, Joden en Indische Nederlanders. De eerste twee groepen konden efficiënt worden gedeporteerd en vervolgens gedood dankzij de coöperatieve medewerking van instanties zoals de politie, Marechaussee en de NS, en komen er sinds 1946 gek genoeg bekaaid vanaf bij de Nationale Herdenking.

Wie de documentaire bekijkt, zal constateren dat dit niets te maken heeft met antisemitisme of falend verzet, maar alles met de uitwerking van het eeuwenoude Hollandse poldermodel: een, in dit verband, onderbelicht fenomeen waar verschillende sprekers in deze film op wijzen. Zou Sander van Walsum dit ook een gangbaar onderdeel van de geschiedschrijving via de beeldbuis vinden? Vertegenwoordigers van de genoemde slachtoffergroepen uit drie generaties weten wel beter.
Alfred Edelstein, Hilversum

Iedere keer als ik lees dat een vrouw na haar huwelijk op wettelijke gronden moest worden ontslagen krijg ik daar buikpijn van. Van 1924 tot 1958 gold er een arbeidsverbod voor gehuwde vrouwen. Het leed dat vrouwen daarmee is aangedaan is onvoorstelbaar groot. De verstrekkende gevolgen als het gaat om (financiële) onafhankelijkheid, keuzevrijheid, levensgeluk én voorbeeldfunctie zijn onmetelijk. De harde feiten en ervaringsverhalen erover gaan nu langzaamaan, en meestal onbenoemd, mee het graf in.

Wie gaat daar als verantwoordelijke ooit nog eens excuses voor maken, en hoe gaan we die schade berekenen?
Veronique van Zanten, Breda

Asha ten Broeke verwart in haar column gender met sekse. Gender is in mijn optiek hoe iemand zichzelf ziet en voelt: man, vrouw, non-binair in alle varianten. Maar de chromosomen in het lichaam bepalen welke geslachtsorganen worden gevormd en welke rol dat lichaam speelt bij het creëren van nakomelingen. Dat is de sexe en daar zijn er bij de mens maar twee van. De uitzonderingen die Ten Broeke noemt zijn meestal het gevolg van genetische afwijkingen en leiden vaak tot onvruchtbaarheid, een teken dat de natuur het niet zo heeft bedoeld . En gezien het feit dat er binnen de geneeskunde steeds beter wordt herkend en erkend dat de sexe (niet gender!) gevolgen heeft voor ziekte, symptomen en behandeling, lijkt het mij goed om de biologie buiten de discussie over gender te houden.
Laurens van der Meer, bioloog, Nijmegen

Ik ben docent op een middelbare school en ik weet hoe het is om met cijfersystemen en prestatiedruk te moeten omgaan. Natuurlijk is het tegenwoordig lastiger dan vroeger om slechte cijfers te verhullen, omdat informatie nu sneller beschikbaar is. Natuurlijk zal dit alles te maken hebben met de toenemende prestatiedruk. Maar om nou de schuld voor de zoveelste keer bij het onderwijs te leggen, gaat mij te ver.

Op onze school publiceren we geen cijfers in de brugklas. In de hogere klassen doen we dat wel, zodat leerlingen leren om te gaan met slechte en goede cijfers. Zelf leer ik mijn leerlingen om klasgenoten niet te vragen naar hun cijfers, omdat sommige die liever niet willen delen met anderen. Ik deel ook geen cijfers uit tijdens de les omdat ik die tijd liever benut met het evalueren van fouten en vervolgens het verbeteren ervan. Wanneer je wél cijfers uitdeelt tijdens de les, bouwt de spanning zich alleen maar op en kost het veel tijd leerlingen weer te bedaren en in de juiste mindset te krijgen.

Docenten kunnen leerlingen prima begeleiden in hun emoties, maar leren omgaan met tegenslagen is ook een taak van de ouders.

In de afgelopen decennia zijn docenten steeds meer gaan doen, van EHBO-cursussen tot burgerschapsonderwijs doceren. Het aantal verantwoordelijkheden in ons vak is zo sterk gegroeid dat we het soms niet meer kunnen bijbenen.

Wees zuinig op je docenten. Respecteer ze en wees lief tegen ze. Voor de leerling telt: een 3 krijgen in de klas komt harder aan dan wanneer je thuis bent met een liefdevolle familie om je heen die je een knuffel en de moed geeft om het de volgende keer beter te doen.
Tobias van Erp, docent scheikunde

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans de krant te halen. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.

Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks halen ongeveer vijftig brieven de krant. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next