Home

Als ik stinkend rijk zou zijn, zou ik investeren in 50-plussers met een goed idee

Het Gooi en Amsterdam-Zuid smulden vorig weekend van de berichtgeving van het FD en Quote over de slechts 26-jarige Max R. die voor 26 miljoen euro een aantal rijkelui wist op te lichten met een klassieke ponzifraude. Hij beloofde rendementen van 25 procent en dupeerde daarmee meer dan tachtig beleggers. Ook kocht hij voor 7,5 miljoen euro het huis van de dochter van miljardair Marcel Boekhoorn, met geld dat hij daarvoor weer leende van een andere Quote 500-miljonair, darmenkoning Lex van Hessen.

Max R. bleek alleen helemaal geen oud-beurshandelaar bij Binck te zijn, zoals hij beweerde. Hij had slechts een paar maanden op de klantenservice gewerkt. Heerlijk leedvermaak natuurlijk; het blijft merkwaardig dat mensen die hemel en aarde bewegen om zo min mogelijk (erf)belasting te betalen, en menen dat de ‘roverheid’ onbetrouwbaar is, zich zo makkelijk miljoenen laten ontfutselen door een geparfumeerde sportschooljongen met een te strak overhemd.

De mensenkennis van financieel succesvolle mannen is niet zelden slecht ontwikkeld en dat is niet moeilijk te verklaren; succes trekt immers jaknikkers en kritiekloze applausmachines aan. Bovendien hebben succesvolle mannen een extreme bias; ze zijn vooral gevoelig voor jonge mannen in wie zij ‘een stukje van zichzelf’ menen te herkennen. Dat weten die jonge mannen heel goed, en ze stemmen hun presentatie behendig af op wat de gevierde succesman wil horen.

De twintigers op de Forbes 30 Under 30, een Amerikaanse rijkenlijst, hebben in totaal 5,3 miljard dollar opgehaald, maar hebben tegelijkertijd de boel verduisterd en opgelicht ter waarde van liefst 18,5 miljard dollar, zo becijferde techondernemer Chris Bakke onlangs. En alsof dat niet erg genoeg is, gaat dat ook nog eens gepaard met een ondraaglijk verstoord zelfbeeld, waarin men oprecht denkt de wereld beter te maken. Sam Bankman-Fried, wiens totaal zinloze crypto-imperium ineenstortte, noemde zichzelf een ‘effectieve altruïst’, terwijl vrouwelijke ondernemers als Elisabeth Holmes en Charlie Javice een heel leger aan steenrijke mannen voorlogen over start-ups die de gezondheidszorg en het onderwijs zouden veranderen. Nu ja, dan is toch in ieder geval de fraud gap tussen mannen en vrouwen dicht aan het groeien.

Alhoewel onze eigen Quote conservatiever is dan Forbes, en meer waarde hecht aan jaarrekeningen dan aan praatjes, bestaat er ook in Nederland een merkwaardige overschatting van de jeugd. Jonge mensen hebben dankzij ons totaal oneerlijke belastingstelsel geleerd dat werken een hinderlijke onderbreking is op weg naar financiële onafhankelijkheid en een verontrustend groot deel is er daarnaast van overtuigd dat alleen financieel succes maatschappelijk telt. Hoe je tot dat financiële succes komt, doet niet ter zake, wordt hun verteld door een leger van financiële coaches en influencers.

Nu zou u kunnen vermoeden dat dit alles het zoveelste zeurstukje van een ouder wordende man is. Daarnaast zijn er godzijdank ook veel geïnteresseerde, betrokken en activistische jongeren. Maar toch. Wat vrijwel alle jongeren lijken te delen, is de behoefte om zo min mogelijk te werken en een gebrek aan vertrouwen in het collectief. Beide lijken mij een gigantisch probleem in een vergrijzende samenleving met enorme sociaal-economische en ecologische uitdagingen. Waar die voortdurende (wan)hoop dat al die ‘slimme koppen’ wél gaan doen wat de generaties daarvoor niet hebben gedaan dan vandaan komt blijft onduidelijk.

Als ik stinkend rijk zou zijn, zou ik investeren in 50-plussers met een goed idee. Die hebben minder vaak een door sociale media gefrituurd brein en zijn nog opgegroeid in een tijd waarin criminelen niet liefkozend ‘hosselaars’ genoemd werden. En noemen effectief altruïsme nog gewoon ‘werken’.

Source: Volkskrant

Previous

Next