Denk je eens in, zegt Rosalin Kuiper. Je bent aangenomen op een grote zeilboot met, laten we zeggen, 25 Spanjaarden. ‘Dan stap je binnen met je blonde haar en denken ze allemaal…’ De huidige deelneemster aan de Ocean Race begint te grijnzen, zet grote ogen op en houdt haar hoofd schuin, alsof ze een van de Spanjaarden is. Dan vertolkt ze, vol enthousiasme, de reactie van de Spanjaarden: ‘Hállo! Wat komt deze koffiedame doen? Wat fantastisch.’
Kuiper is met vier andere bemanningsleden van Team Malizia sinds vorige week zondag bezig aan de vierde etappe van een van de belangrijkste zeilwedstrijden ter wereld. Niet als koffiedame, maar als co-schipper. 27 is ze pas. Negen jaar geleden had ze nauwelijks zeilervaring. En de route hiernaartoe was ook zeker niet simpel. ‘Helemaal niet. Maar ik dender gewoon door.’
Ze noemt zichzelf een strijder. ‘Als je echt wilt, kun je vrijwel alles bereiken.’ Toen ze op haar 18de riep: ik wil het professionele zeilcircuit in, zei nagenoeg iedereen: ‘Dat kan nooit. Je bent al veel te oud.’ Ze wezen op het ontbreken van haar olympische achtergrond, in tegenstelling tot de doorsnee oceaanzeiler.
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft al ruim tien jaar over olympische sporten als schaatsen, tennis, judo, handbal en zeilen.
Maar, zo dacht Kuiper: als ik door muren moet breken om te komen waar ik wil zijn, doe ik dat. Dus bestookte ze de jeugdacademie van Roy Heiner, tweevoudig deelnemer aan de oceaanrace, met telefoontjes en mailtjes.
Kuiper wilde aansluiten op de school in Lelystad, maar was te laat met haar inschrijving. Steeds hoorde ze: ‘We zitten echt vol.’ Tot ze uiteindelijk toegelaten werd. ’Later zei Roy: je had de minste ervaring van allemaal, maar was zo overtuigend en gedreven. Dat was bijzonder.’ Ze is de enige van haar opleiding die nu aan de Ocean Race meedoet.
Kuiper vertelt makkelijk, niet gehinderd door de videoverbinding waarmee dit gesprek plaatsvindt. Ze studeerde wetenschappelijke psychologie, met een specialisatie in sportpsychologie en groepsdynamiek. Die opleiding helpt ook op zee, denkt ze, waar ze met een klein groepje constant bij elkaar zitten. Ook had ze er profijt van in de eerste jaren na haar zeilopleiding, toen ze zich moest redden in een ‘gigantische mannensport’. ‘Het is oneerlijk geweest, af en toe’, zegt ze. ‘Ik ben soms ontslagen omdat ik vrouw was.’ Maar daarover later meer.
Bevlogen vertelt ze over het ontbreken van geuren, ver weg op zee. Is ze een dag verwijderd van land, dan komen de prikkels weer binnen. Intens, is dat. Het Spaanse Alicante ruikt naar wierookwinkels. Itajai, de Braziliaanse stad waaruit ze zondag vertrok voor de vierde etappe van ongeveer een maand naar het Amerikaanse Newport, ruikt naar uitlaatgassen van de containerschepen. In juni legt ze in Scheveningen aan. ‘Daar ruikt het vissig. Alsof je langs de viszaak Simonis loopt.’
Ze groeide op in Zoetermeer, als middelste kind in een gezin van vijf. Vroeger wilde ze al zeilen, op haar 6de deed ze mee aan een 24-uurswedstrijd, waarbij ze met een vriendinnetje tot laat in de avond voer. ’Zo magisch, in het donker varen.’
Maar echt wedstrijdvaren paste niet in het drukke gezinsleven. Dat beslaat vaak een heel weekeinde en in huize Kuiper werd ook al gejudood en aan atletiek gedaan. ‘Later zei mijn moeder: oh, nee, we hadden jou moeten supporten.’
Kuiper is juist blij met deze volgorde; nu zeilt ze omdat ze niets liever wil en er met volle overtuiging voor kiest. Dat is zo sinds ze op haar 18de ging backpacken door Australië. Overal waar ze destijds kwam zocht ze de haven op. Boten kijken, schippers observeren. Uiteindelijk vroeg ze de eigenaar van een boot of ze in ruil voor kost en inwoning mocht helpen aan boord. Dat mocht. Het was daar dat ze tijdens een zeiltocht door de nacht besloot: ik wil professioneel zeilen.
Ze heeft een drang naar vrijheid. Na drie weken op de kant moet Kuiper het water op of ergens anders de natuur in. Ze houdt ook van de bergen, waar ze zowel avontuur als geborgenheid ervaart. ‘Zo voelt dat.’ Voor het beeldscherm steekt ze een boek omhoog. ‘Kijk, the Alps. Ik ben mijn volgende skitour aan het plannen.’ Al duurt dat nog even. Zonder spanning in haar leven wordt ze onrustig.
‘Als ik geen adrenaline heb, raak ik echt een beetje van het spoor. Dan ga ik bijvoorbeeld vet veel feesten, of drinken. Gelukkig doe ik dat nu niet meer, maar in mijn studententijd wel. Dat ik af en toe dacht: waarom doe ik dit nou?’
Zeilen is een uitkomst. Daar vindt ze extreme omstandigheden die haar gelukkig maken. Zoals in de derde etappe van de Ocean Race, toen de mast brak en iemand nodig was om die op 27 meter hoogte te repareren. ‘Ik dacht: stuur mij maar. De rest dacht: succes, jij liever dan wij.’
Kuiper is vrijwel altijd vrolijk en positief. Zelfs toen ze in de vorige etappe uit bed werd geslagen op een van de meest afgelegen plekken ter wereld. Het systeem waarmee ze zichzelf vastklemt tegen de wand van de boot bleek niet bestand tegen de kracht van een zware golf.
Ze belandde meters verderop op de grond en hield er een hersenschudding en hoofdwond aan over. Op dat moment was er geen andere optie dan doorzeilen. Er was contact met een racedokter, maar fysieke hulp was te ver weg. ‘Achteraf denk ik wel: oeh, best heftig eigenlijk. Maar je bent gewoon aan het overleven.’
Overleven is uitdagend, vindt Kuiper. Verslavend ook. Het heeft iets puurs. Ze spreekt over ‘de gekke landwereld’, waarin supermarkten bestaan en veel is ingericht op zoveel mogelijk comfort. ‘Overleven hoeft daar niet. Maar op zee voel je de kracht van de natuur én van je lichaam. Je lijf is een machientje. Is het koud, dan wil het meer vet opslaan. Aan land hebben we bedacht dat je dun moet zijn, maar daar op de oceaan weet het lichaam: je moet eten, dat is gezond. Super puur. Mooi hoor.’
Het woord bemanning zegt veel over de wereld waarin ze zich zo’n vier jaar geleden begaf. Haar zeilopleiding was afgerond, zij zocht werk in het professionele circuit. Dat betekende ook: opboksen tegen vooroordelen of vooringenomenheid. ‘Lange tijd was de gedachte: vrouwen zetten koffie en doen de was, mannen trotseren de golven en doen het zware werk. Je bent bemanning, niet bevrouwing.’
Minstens 95 procent van de professionele zeilers is man, denkt ze. En toen kwam zij. ‘Ten eerste de jongste, ten tweede een vrouw en ten derde ben je blond.’ Zodra ze ging zeilen kwamen mannen erachter dat ze toch wel wat kon. ‘En dan zeil je nog wat verder en denken ze: misschien kan ze nog wel meer dan ik.’ Op dat moment kreeg ze respect óf werd ze een bedreiging, dan kon ze allerhande nare opmerkingen verwachten.
Dan helpt het om positief te blijven. Nog een anekdote: ze stond eens tussen een nieuwe crew, en de eigenaar kwam aan boord. Terwijl de man het net niet hoorde, maar de overige bemanning wel, zei Kuiper: ‘Oké pap, dankjewel.’ Ze zag haar collega’s kijken van: zie je wel, daarom is ze aan boord. Later kwamen ze erachter dat ze én kon zeilen én niet de dochter van de eigenaar was. ‘Dat vond ik dan zo grappig. Daardoor hadden ze zelf ook door: oh, ja, we zijn bevooroordeeld.’
Het is voorgekomen dat ze werd aangenomen door een schipper, maar vervolgens weer werd ontslagen als de eigenaar kwam. Achteraf hoorde ze dan dat hij had gezegd: ‘Ik vaar niet met vrouwen.’
Of de vrouw van de eigenaar was in opstand gekomen. ‘Hun man is altijd weg, heeft geen tijd voor haar of het gezin en dan zit er zo’n blonde griet op je boot?’ Ook kreeg ze een rokje in handen geduwd als werkkleding, de outfit van een hostess. ‘Ik zeil niet in een rokjes, doe even normaal. Ik ben daar niet als een of ander lustobject.’
Ze valt even stil. Dan: ‘Ik spreek hier in principe helemaal niet over. Omdat het ook een beetje een gevaarlijk onderwerp is. Ik wil mensen niet voor het hoofd stoten. Maar ja, ik heb hier wel moeite mee gehad in de aanloop hiernaartoe.’
Ze nam zich ooit voor alle negativiteit te bestrijden met liefde. ‘Hoe naarder ze deden, hoe meer liefde ik gaf. Dat heeft me ver gebracht. Mensen denken dan eerder: volgens mij ben jij best een aardige griet.’ En verder helpt haar veerkracht, haar onverzettelijkheid.
Inmiddels is het gelijkwaardig, zegt ze. Tegenwoordig voelt ze zich nooit de vrouw aan boord, maar een van de mensen. Dat komt door gewenning en acceptatie, maar ook door de boot waar nu mee gevaren wordt. Fysieke kracht is een minder bepalende factor.
De Imoca 60 heeft een automatisch gestuurde piloot, die wordt gevoed met data door de bemanning die het grootste deel van de tijd benedendeks zit. Dat is veiliger. Soms gaat de boot rond de 70 kilometer per uur.
Soms onderscheid ze zich juist, in positieve zin. Zij vraagt eerder hoe anderen zich voelen, dan het gros van haar mannelijke collega’s, merkt ze. Dat wordt juist gewaardeerd. ‘Ik bén ook anders. Ik plas anders dan die jongens – aan boord in hun zicht, ja. Dat is voor ons normaal. En na vijf weken op zee zit je gewoon in de cockpit te poepen met iemand op twee meter van je vandaan. Het maakt allemaal niet meer uit.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookie Source: Volkskrant