Home

Internationalisering van het hoger onderwijs leidt tot minder onderzoek naar kwetsbaarste jongeren

Minister Robbert Dijkgraaf (Onderwijs) wil de internationalisering in het hoger onderwijs terugdringen, omdat het aantal buitenlandse studenten disproportioneel groeit. Een van de beste manieren om dat te doen, is door meer opleidingen in het Nederlands aan te bieden. Ik slaakte een zucht van herkenning en hoop, al komt deze minister hiermee voor mij te laat.

Ik denk dat heel veel mensen zich niet goed kunnen voorstellen wat die omslag naar het Engels in het wetenschappelijk onderwijs betekend heeft. Kijkt u even mee.

Dit was de situatie: veel Nederlandstalige opleidingen in de gedrags- en maatschappijwetenschappen leidden studenten op voor academische functies in allerlei maatschappelijke velden in Nederland (zoals beleid, jeugdzorg, gezondheidszorg, onderwijs). Slechts een minderheid van studenten in deze disciplines werd opgeleid voor een loopbaan in de wetenschap.

Over de auteur
Wilma Vollebergh is emeritus hoogleraar Interdisciplinaire Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. In april is zij gastcolumnist voor de Volkskrant, die elke maand iemand uitnodigt een serie columns te publiceren op volkskrant.nl/opinie.

In onze faculteit aan de Universiteit Utrecht hadden we die twee routes in principe prima voor elkaar. Voor studenten die het wetenschappelijk onderzoek in wilden (een kleine minderheid) waren er intensieve Engelstalige opleidingen met een sterk internationaal georiënteerde wetenschappelijke basis, waar ook buitenlandse studenten op konden inschrijven, en de rest van de masters was Nederlandstalig en leidde op voor academische functies op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Engelstalige wetenschappelijke literatuur maakte uiteraard deel uit van het programma. Maar die studenten moesten ook analyses en overzichten van de Nederlandse situatie in hun vakgebied lezen, en die zijn doorgaans in het Nederlands geschreven.

Maar toen besloot de Universiteit Utrecht zelf, in zijn gulzige wijsheid, dat alle masters Engelstalig moesten worden. Bezwaren daartegen werden nergens gehonoreerd. Die werden doorgaans afgedaan als dorps en gezien als weigering om mee te gaan in de internationalisering en globalisering van de wetenschap. Als een beetje achterlijk, eigenlijk.

En dus gingen we om. Nou ja, gingen… moesten. Met een minimum aan extra werkuren om opleidingen Engelstalig te maken werden alle Nederlandstalige teksten geschrapt en vervangen door literatuur die ook voor buitenlandse studenten interessant moest zijn. Dat betekent dat veel typisch Nederlandse kwesties uit de literatuur verdwenen.

Natuurlijk wisten de buitenlandse studenten onze masters niet zomaar te vinden, en dus hadden we vooral in het begin vaak de situatie dat er, zeg, twee buitenlandse studenten tussen 48 Nederlandstalige studenten zaten. Maar ja, Engelstalige opleiding, dus alle colleges en werkgroepen in het Engels, en alle tentamens en werkstukken van studenten ook. Ook diploma-uitreikingen, ongeacht of ouders van studenten het Engels konden volgen.

Misschien kunt u zich een voorstelling maken van het steenkolenengels waarin studenten hun werk schreven, en de uren die het van begeleiders – overigens ook niet allemaal zo bedreven in het Engels – kost om daar acceptabele stukken van te maken. En dat alles bij dalende budgetten voor het universitair onderwijs en steeds krappere urenbegrotingen voor docenten. De kwaliteit van ons onderwijs is er beslist niet beter van geworden.

Inmiddels hebben de buitenlandse studenten de weg naar Nederland veel te goed gevonden en zitten alle universiteiten met de handen in het haar, omdat ze die niet kunnen begeleiden en huisvesten, en het ook nog handenvol geld kost. Gek hè, dat de werkstress en burn-outklachten bij docenten aan de universiteiten zo toenamen in de afgelopen jaren?

Eenzelfde trend tot ‘internationalisering’ met vergelijkbare negatieve gevolgen manifesteerde zich eerder al bij het onderzoek naar – in mijn geval – jongeren in Nederland. Onderzoekers moeten hun kwaliteit bewijzen door het schrijven in internationale toptijdschriften. Doen ze dat niet, dan krijgen ze lage beoordelingen en uiteindelijk geen onderzoeksbudget meer. Nederlandstalige sociaalwetenschappelijke tijdschriften verdwenen daardoor vrijwel allemaal, want hierin publiceren leverde onderzoekers in de ratrace om onderzoeksgeld helemaal niets meer op.

Maar nou wil het geval dat internationale toptijdschriften vaak helemaal niet geïnteresseerd zijn in veel Nederlandse verschijnselen. Zo kreeg een promovenda bij ons die uitstekend onderzoek deed naar psychische problemen bij jongeren met een migratieachtergrond, haar artikelen maar heel moeizaam gepubliceerd omdat, ja, hoe zeg ik dat netjes, de specifieke problemen van jongeren met een Turkse of Marokkaanse achtergrond in ons kleine Nederland nou niet bepaald tot de prioriteiten van de toptijdschriften behoren.

Ik durf inmiddels de stelling wel aan dat er in de sociale wetenschappen in Nederland veel urgente problemen zijn, die uit het sociaalwetenschappelijk onderzoek zijn verdwenen, mede omdat ze niet interessant genoeg zijn voor de internationale gemeenschap. Zo ken ik verschillende voorbeelden van toonaangevende studies naar jongeren, waarin jongeren met een migratieachtergrond ontbreken.

Evenzo liet een recent overzicht van de belangrijkste sociaalwetenschappelijke studies naar de ontwikkeling van kinderen in Nederland zien dat gezinnen uit (zeer) lage sociaal-economische milieus in de meeste van deze studies ontbreken. Onderzoek naar de ‘gemiddelde Nederlandse jongere’ is makkelijker uit te voeren, beter te financieren, en makkelijker internationaal te publiceren. En dus moest ik bij mijn afscheid concluderen dat we over de groep kwetsbaarste kinderen, die onze zorg het hardste nodig heeft, eigenlijk het minste weten.

Kortom, internationalisering is nastrevenswaardig en onontkoombaar, maar de balans met zaken die vooral voor Nederland belangrijk zijn is wat mij betreft zoek. Het is te hopen dat Dijkgraaf hier ook oog voor heeft als hij met plannen komt om de internationalisering in betere banen te leiden.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next