Home

‘Het klopt wat mijn huisarts zei: ‘Niemand heeft het op zijn sterfbed over zijn werk’’

Janneke Siebelink (48): ‘Ik herinner me mijn eerste middag in het hospice nog van uur tot uur. Er liep een jongetje door de keuken met een iPad onder zijn arm, hij was een jaar of 4. Zijn vader kreeg euthanasie die middag. Dat vrolijke, kleine ventje dat zijn vader ging verliezen, het kwam onverhoeds hard binnen. Diezelfde middag bracht ik eten bij familie die aan het bed zat van een man met mondkanker. Hij was die ochtend overleden. Ik deelde bordjes soep uit en registreerde onbewust: er klopt iets niet, er ontbreekt iets. Ik realiseerde me dat zijn borstkas niet bewoog.

‘Het eerste overlijden dat ik bewust meemaakte, was dat van mijn oma. Ze lag in een verpleeghuis, ik zal 7 of 8 zijn geweest. Het was lente, buiten rende ik rondjes om het tehuis. Af en toe wierp ik een blik door het raam en zag ik oma’s borst op en neer gaan te midden van haar drie zonen. Na het vijfde rondje zag ik hoe mijn vader en zijn broers in elkaars armen kropen. In het hospice, daar in die kamer, moest ik terugdenken aan dat moment.

‘Toen ik aan het eind van mijn dienst in de lift stapte om naar huis te gaan, voelde ik me schuldig. Schuldig dat ik leefde, dat ik de zon in ging – het was een stralende vrijdagmiddag – naar huis, naar mijn gezin, en later die dag naar het café met vrienden. Terwijl daar, op vijfhoog in Amsterdam-Oost, mensen lagen te sterven die soms jonger waren dan ik.

‘Ik had me aangemeld voor vrijwilligerswerk in het hospice, waar ik nu vier jaar elke vrijdag ben, na een bezoek aan mijn huisarts. Ik had paniekaanvallen, een nasleep van de baan waarmee ik was gestopt. Ik had zeven jaar bij Bol.com gewerkt, waar ik een boekenplatform had opgezet. Mijn ziel en zaligheid had ik in die baan gestopt; interviews met schrijvers doen, evenementen organiseren, als ik in mijn vrije tijd een boek las, zat ik altijd met een pen in de aanslag. Het was een fantastische baan, een verslaving, waar ik een fantastische burn-out aan overhield.

‘Want na zes jaar kwam er een andere directie in het bedrijf. De bazen met een hart voor boeken vertrokken en mijn budgetten werden gehalveerd. Het plezier in mijn baan verdween. Na vele gesprekken met een coach ben ik naar HR gestapt omdat ik doorkreeg: dit gaat niet meer werken. Niet veel later was ik weg.

‘Opeens was er leegte. Een gevoel van zinloosheid, het greep me naar de keel. ’s Nachts lag ik wakker. Tobberige uren, die moeiteloos overgingen in paniekaanvallen.

‘Mijn huisarts vertelde me dat hij ook stervensbegeleider was naast zijn baan. Hij zei: niemand heeft het op zijn sterfbed over zijn werk. ‘Je bént niet je werk, Janneke. Ik geef je geen pilletje, want door dit proces moet je heen.’ Ik ben hem dankbaar, want dat was een verhelderend gesprek. Ik was wél mijn werk, ik ontleende er een groot deel van mijn identiteit aan. Als iemand me op een feestje vroeg: wat doe jij?, moest ik opeens antwoorden: ik doe momenteel niets. Dat vertaalde ik voor mezelf als: ik bén niets.

‘Dat veranderde na het gesprek bij mijn huisarts. Het woord ‘stervensbegeleider’ had ik in gedachten omcirkeld. Wat bijzonder, eigenlijk, dat je dat kunt worden. Een opleiding bleek vier jaar te duren, dat ging me te ver op dat moment, maar ik meldde me wel aan voor vrijwilligerswerk. De volgende dag al werd ik gebeld door een hospice. Alsof het zo moest zijn. Dat heb ik wel geleerd de afgelopen jaren: als je dingen opgeeft, komt er vaak iets moois voor terug.

‘Elke vrijdag ben ik in het hospice en maak ik verse soep voor de lunch. Dat is mijn taak als vrijwilliger, maar doordat ik er nu al tweeënhalf jaar rondloop, heeft het ook tot bijzondere contacten geleid. Zo was er een mevrouw die graag wat meer planten in haar kamer wilde, nou, dan regelen we die. Haar stoel moest verplaatst, de gordijnen dicht en daarna wilde ze even genieten van het resultaat. Met, ze twijfelde nog over de keuze, een sigaretje, een shotje whisky of een lijntje coke. Het werd een glaasje, en terwijl we proostten op haar nieuwe feng shui-kamer heeft ze me haar hele levensverhaal verteld. Dat zijn mooie gesprekken.

‘Aan het begin was ik nog bang om de verkeerde dingen te zeggen. Als ik courgettesoep serveerde en erbij zei dat het ‘heel gezond’ was, kon ik mijn tong wel afbijten: wie maalt erom of de soep wel gezond is als je nog maar een paar weken of dagen te leven hebt? Inmiddels ben ik er niet meer mee bezig of ik onhandige dingen zeg. Het gaat erom dat je open en eerlijk bent. De mensen in het hospice gaan dood, dat moet je niet ontkennen. Aan de andere kant: de deur van de hoop moet heel zachtjes worden gesloten, ook dat heb ik geleerd.

‘Niet dagen toevoegen aan het leven, maar leven toevoegen aan de dagen, dat credo geldt in het hospice. Ook als je nog gezond bent en nog niet op het punt staat alles te verliezen is dat een mooi uitgangspunt. In het hospice spreek ik een heel andere kant van mezelf aan dan in mijn nieuwe baan, ook weer in het boekenvak. Er zijn geen deadlines – al is dat een gek woord in deze context – en geen ambities, ik hoef alleen maar iemands hand vast te houden. Te luisteren, er te zijn. Dat is voor mezelf ook heel goed gebleken.

In Bhutan geldt de overtuiging dat je vijf keer per dag aan de dood moet denken, daar word je een beter en gelukkiger mens van. Mij heeft het zeker geholpen om me te realiseren wat er van waarde is in het leven. Het klopt wat mijn huisarts zei: werk is in het hospice nauwelijks een onderwerp, het gaat om liefde voor je dierbaren, voor de mensen om je heen. Zo was er een mevrouw die nauwelijks contact had met haar twee kinderen, dat vrat aan haar op haar sterfbed. De mensen die in vrede kunnen terugkijken, geven zich veel makkelijker over aan de dood.

‘Ik ben alles meer gaan relativeren. Krijg ik een werkmailtje op hoge poten, dan neem ik het niet meer persoonlijk, want waar gaat het nou helemaal over? Psycholoog Steven Pont schrijft in het blad voor hospicemedewerkers: ‘Alle liefde is economie. Dat geldt ook voor vrijwilligers in de palliatieve zorg; iedereen houdt al dan niet bewust een kasboek bij of je er wel genoeg voor terugkrijgt.’ Misschien is dat wel zo. Is dat erg? Ik ben er nog niet helemaal over uit. Zeker is wel dat ik meer doordrongen ben geraakt van de tijdelijkheid van dit alles. En dat het geluk in simpele dingen zit. Ik ben echt nog niet klaar voor de dood, maar stel dat die wordt aangekondigd, dan zou ik niet opeens uit vliegtuigen gaan springen. Je wéét het wel, dat het gaat om eten met familie, een wandeling in de zon, maar door mijn werk in het hospice ben ik er ook veel meer naar gaan leven.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next