Home

Gabriel Fauré schreef hemelse muziek in aardetinten

Nederland heeft niet alleen een traditie van het massaal bezoeken van de Matthäus-Passion voor en op Goede Vrijdag. Ook op 4 mei zijn er tot in de kleinste dorpen concerten. Met muziek, uiteraard, die aansluit bij de dodenherdenking.

Zo zul je veel uitvoeringen tegenkomen van requiems. Het requiem is de rooms-katholieke mis voor de doden, en die is door veel componisten op fenomenale wijze op muziek gezet. Bijvoorbeeld door Gabriel Fauré (1845-1924).

Fauré, de Fransman met kenmerkende puntige snor, was componist, organist van de Madeleine in Parijs, conservatoriumdirecteur in die stad en een geliefd en invloedrijk docent. Zijn werk is behoorlijk consistent van kwaliteit. Hij schreef fantastische kamermuziekwerken en ook een paar ‘hits’, zoals de liederen Après un rêve en het koorstuk Cantique de Jean Racine. In zijn beste werk is zijn muzikale taal heel rijk in harmonisch opzicht, toch blijft Fauré bijna altijd toegankelijk.

Het Requiem (1891) van Gabriel Fauré is een van zijn geliefdste werken. En terecht. De populariteit is deels te verklaren doordat het relatief eenvoudig te zingen is (heel vocaal geschreven), waardoor amateurzangers er een band mee kunnen opbouwen. Ook past het wellicht beter bij de hedendaagse geloofsbeleving dan een theatraal requiem, bijvoorbeeld dat van Verdi: Fauré, die zijn stuk gewoon voor zijn eigen lol schreef, is meer van het contemplatieve en zachtaardige soort; hij bleef weg van de afgronden en helse vuurzee.

Zo’n 35 minuten duurt het stuk met zijn zuchtende, zoekende harmonieën gemiddeld. Fauré zocht de variatie vooral in klankkleuren. Hij schreef hemelse muziek in aardetinten. Al zal het je bij het beluisteren van verschillende opnamen opvallen dat die klankkleuren per uitvoering nogal kunnen verschillen – er zijn namelijk verschillende versies in omloop.

Fauré schreef het aanvankelijk voor een klein ensemble zonder violen (met uitzondering van een soloviool in het Sanctus), waarin de veel donkerder klinkende altviolen dus de hoogste strijkers zijn. Die versie is bijvoorbeeld opgenomen door Philippe Herreweghe met zijn Collegium Vocale Gent in 1988. Later kwam er een versie (1901) met symfonieorkest die de wereld zou veroveren. Heeft ook wat, maar iets minder bijzonder natuurlijk.

Fauré was, anders dan de eerste versie van zijn requiem doet vermoeden, niet bijzonder geïnteresseerd in orkestratie. Hij was een echte kamermuziekfreak. Zijn twee pianokwartetten (piano, viool, altviool en cello) behoren tot de bekendere stukken. Zijn eerste, voltooid in 1883, staat in c-klein, maar voelt desondanks als een ‘positief’ stuk in majeur. De opnamen van de Fransman Éric Le Sage, die de verzamelde kamermuziekwerken met piano vastlegde, zijn een goed startpunt voor een Fauré-ontdekkingstocht.

Het allermooiste stuk van Fauré? Zonder twijfel: zijn driedelige Strijkkwartet uit 1924. Het zou zijn laatste werk zijn. Altijd zag hij op tegen het gewichtige genre, en toen hij er uiteindelijk een voltooide, was hij al doof, zijn lichaam zo goed als op. Het is een stuk vol donkerte, maar ook met veel lucht. Zoek vooral de opname op van het Quatuor Ébène, dat het lijnenspel geweldig recht doet. Een triomf van de Franse muziek.

Alle afspeellijsten van deze rubriek zijn terug te vinden op volkskrant.nl/deklassieker

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next