Een atletiekbaan, twee topsprinters en miljoenen televisiekijkers: in dat visioen hebben de snelste mannen op de 100 meter, olympisch kampioen Lamont Marcell Jacobs en wereldkampioen Fred Kerley, elkaar gevonden na een venijnige uitwisseling van beledigingen op sociale media.
Zo’n ongewone tweestrijd zou aansluiten bij de vernieuwingsdrang binnen de atletiek, waar sinds het afzwaaien van publiciteitsmagneet Usain Bolt grote zorgen bestaan over de tanende belangstelling in Amerika. Er zijn allerlei initiatieven die nieuwe kijkers moeten opleveren: kortere wedstrijden, minder impopulaire disciplines, meer confrontaties tussen prominente atleten.
Over de auteur
Mark van Driel schrijft al ruim twintig jaar over olympische sporten als tennis, schaatsen en atletiek.
Een doordachte strategie lijkt er niet achter het idee van Jacobs en Kerley te schuilen. Het is de spontane uitkomst van digitale trashtalk, een variant op de vooral Amerikaanse gewoonte om rivalen in de sport via gemeende of gespeelde beledigingen uit balans te brengen. Bokslegende Muhammad Ali was er een meester in.
Het gekibbel begon tijdens een podcast waarin Kerley het sprinttalent van Jacobs in twijfel trok. Of de vraag of hij de olympisch kampioen erkende als een ‘real dog’ (straattaal voor ‘ware kampioen), antwoordde hij ontkennend. ‘Ik denk van niet. Ik spreek gewoon de waarheid.’
Dat liet Jacobs niet op zich zitten. Op Instagram plaatst hij een foto van zijn gespierde, zwaar getatoeëerde torso met een subtiele boodschap die aan Kerley was gericht: ‘De leeuw draait zich niet om als een kleine hond blaft.’ Even later volgde een ander pesterijtje. ‘Lichte training vandaag om de kleine hondjes geen schrik aan te jagen.’
Kennelijk kreeg Jacobs schik in de plaagstootjes. Hij vervolgde met een voorstel: ‘Wanneer je maar wilt en waar je maar wilt, maar onthou dit: toen het er echt toe deed, eindigde het zo.’ Hij plaatste bij het bericht een foto van de olympische finale van Tokio, waarin hij de Amerikaan nipt versloeg: 9,80 om 9,84 seconden.
Kerley nam de uitdaging vlot aan. Hij twitterde met het logo van de Diamond League een boodschap zonder interpunctie: ‘Laat het gebeuren ik wil 1v1 geen anderen alleen hij. Hij alleen.’ Daar voegde hij een sneer aan toe: ‘Je bent de beste in ontwijken’, een verwijzing naar het geringe aantal wedstrijden dat de vaak geblesseerde Jacobs loopt.
Aan het duel hangt wel een prijskaartje, wat Kerley betreft: een gage van tenminste 100 duizend euro. ‘Praat met mijn manager als je niet meer dan zes cijfers hebt praten we niet’, aldus zijn twitterbericht.
Het is de vraag of de race van de grond komt, gezien die financiële eisen. Jacobs en Kerley behoren tot de minst bekende topsprinters van de laatste vijftig jaar. Op de wereldranglijst aller tijden staan ze respectievelijk twaalfde, met een persoonlijk record van 9,80, en zesde, met een toptijd van 9,76.
De voormalige verspringer uit Italië werd tot ieders verrassing in 2021 olympisch kampioen 100 meter. Hoewel hij nadien ook een Europese titel en mondiale indoortitel 60 meter veroverde, komt hij weinig in actie. Hij heeft sinds zijn olympische titel niet eenmaal meegedaan aan de Diamond League: het podium waarop atleten hun olympische roem doorgaans te gelde maken. Alleen in Italië is hij uitgegroeid tot een beroemdheid die zich graag laat zien op rode lopers.
Kerley is zo mogelijk nog onzichtbaarder. Zelfs na het behalen van zijn eerste wereldtitel op de 100 meter, vorig jaar in het Amerikaanse Eugene, ontweek hij de pers. Hij kwam stug en gesloten over en deed weinig moeite om zijn status als beste Amerikaanse sprinter publicitair uit te buiten. Dat was een gemiste kans. Het verlangen naar een Amerikaanse opvolger van Usain Bolt is groot.
Hoe hard de Amerikaanse atletiek een aansprekend boegbeeld nodig heeft, bleek uit de onlangs gepresenteerde kijkcijfers van de WK in Eugene, het eerste mondiale atletiektoernooi dat in de Verenigde Staten werd georganiseerd. Verspreid over tien dagen keken er 18 miljoen Amerikanen, een gemiddelde van slechts 1,8 miljoen per dag (op 330 miljoen inwoners). En dat terwijl Amerikanen verreweg de meeste medailles veroverden en de Zomerspelen van 2028 in Los Angeles zijn.
Gezien die cijfers zijn radicale veranderingen noodzakelijk, meent Michael Johnson, viervoudig olympisch kampioen, voormalig wereldrecordhouder op de 200 en 400 meter en vooraanstaand BBC-commentator. Hij presenteerde deze maand op Twitter vernieuwingsplannen die radicaler zijn dan de wijzigingen waar World Athletics tot nu toe mee experimenteerde.
Johnson vindt dat atletiekwedstrijden te lang duren en te chaotisch worden gepresenteerd voor de televisiekijker. Hij keert zich vooral tegen het gebruik om verschillende onderdelen tegelijkertijd te laten plaatsvinden, ook al gebeurt dat al sinds de beginjaren van de Olympische Spelen. Hij vindt dat elke discipline van begin tot eind zonder onderbrekingen moet worden uitgezonden.
In de praktijk betekent dat weinig voor de looponderdelen, maar technische onderdelen zijn de dupe. Die mogen van Johnson niet langer dan een kwartier duren. Op dit moment duren disciplines als hoog- en verspringen, kogelstoten of discuswerpen, polsstokhoogspringen en speerwerpen circa drie kwartier tot anderhalf uur.
De andere ideeën van Johnson sluiten beter aan bij de richting die World Athletics voorstaat: de topatleten moeten vaker tegen elkaar uitkomen, er dienen rivaliteiten te ontstaan, het wedstrijdconcept moet eenvoudig te begrijpen zijn en het tempo omhoog. Verveling of verwarring mag geen kans krijgen.
Aan dat draaiboek voldoet een tweestrijd tussen Jacobs en Kerley volledig. Een duel tussen twee tegenpolen is aantrekkelijk en makkelijk te begrijpen, of hun onderlinge weerzin nu gespeeld of gemeend is. Het affiche laat zich uittekenen: de goedlachse Italiaan versus de nukkige Amerikaan, de fotogenieke glamourboy versus de introverte laatbloeier met de moeilijke jeugd.
De formule kan wellicht nog wat worden aangescherpt. Eén hoofdprijs spreekt meer aan dan twee gegarandeerde gages: 100.000 euro voor 10 seconden, winner takes all. Of beter nog: alles of niets met een jackpot van één miljoen. Wie weet herleven dan de gouden dagen van de sprint, veertig jaar geleden, toen Carl Lewis en Ben Johnson volle stadions trokken en atletiek wereldwijd tot de populairste kijksporten behoorde.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden