Home

Sir Matthew Bourne: ‘Ik ben mijn ouders eeuwig dankbaar dat ze mij op mijn 4de hun favoriete filmmusicals lieten zien’

De bekroonde choreograaf Matthew Bourne wil jong en oud vermaken met spicy danstheater en maakte van de romantische balletklassieker Sleeping Beauty een gothic sprookje. Maar de favorieten van de Brit zijn dan weer verrassend klassiek, met dank aan zijn ouders.

‘Ik verwacht het parfum iedere dag bij de post’, zegt Sir Matthew Bourne (63) via de telefoon vanuit zijn penthouse in Brighton, met uitzicht op zee. ‘Ik heb Guerlains Vetiver besteld. Ik las in de nieuwe biografie over Noël Coward dat dit op latere leeftijd zijn lievelingsgeur werd. Als ik binnenkort naar Nederland kom, neem ik hem mee om me onder te dompelen in de broeierige aroma’s van mijn favoriete acteur, toneelschrijver en componist. Vetiver schijnt te ruiken als heet gras op een warme zomerdag.’

Wat zijn eigen favoriete geur is en waarom Bourne in navolging van Coward graag aroma’s aan personages koppelt, vertelt de bekroonde choreograaf deze week als Weekendgids. ‘Wacht, ik kijk even in de badkamer... Ja, daar staat-ie: Mitsouko. Daarmee besprenkelde Sergej Diaghilev begin vorige eeuw al zijn gordijnen, tijdens zijn hoogtijdagen als leider van het vermaarde Ballets Russes. Ik moest het daarom hebben. Maar het ruikt verschrikkelijk. Te veel hout en eikenmos. Doornroosje zou ervan wakker schrikken.’

Komende week is Bournes vampierversie van Sleeping Beauty (2012), door zijn gezelschap New Adventures a gothic romance genoemd, voor het eerst te zien in Nederland, vijf dagen in Carré. In navolging van zijn wereldberoemde Swan Lake (1995), vol homo-erotiek en freudiaanse koortsdromen over viriele mannen als woeste zwanen in zwarte verenpakken, legt Bourne ook deze romantische balletklassieker van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski op de snijtafel. ‘Drie jaar voor Swan Lake, toen ik nog een klein gezelschap had van zes dansers, heb ik De Notenkraker door een futuristische tijdmachine gehaald. Ooit moest ik Tsjaikovski's ballettrilogie compleet maken. Alleen is het Sleeping Beauty-sprookje erg conservatief. Terwijl ik jong en oud juist wil vermaken met spicy danstheater. Daarom voeg ik een scheut romantische horror toe aan de tijdreis van prinses Aurora.’

Bourne laat de 18-jarige Aurora in het Engeland van 1911 verliefd worden op tuinman Leo. Terwijl ze stiekem met hem door de paleistuinen danst in de edwardiaanse stijl van lichtgekleurde korsetten, hoeden en pakken, prikt ze zich aan een zwarte roos en valt – dat blijft – in een honderdjarige slaap. Om de jeugdige Leo die eeuw te laten overleven, schenkt Count Lilac – de goede fee is bij Bourne een man – hem met een beet in zijn nek het eeuwig leven. Of de verliefde vampier zijn Aurora krijgt, moet blijken. Leo wordt na de kus ontvoerd door de kwaadaardige Caradoc die wraak neemt voor de dood van zijn moeder, de boze fee Carabosse. De tuinjongen neemt het op tegen een leger gevederd fluweel.

Wie verwacht dat Bourne in het verlengde van dit gothic sprookje obscure horrorfilms, Dracula-kunst, gayballetten of genderfluïde performances tipt, wordt verrast. ‘Mijn favorieten zijn misschien klassiek. Maar ik dank al mijn inspiratiebronnen aan mijn ouders’, zo verklaart de in Oost-Londen geboren Bourne zijn keuzen. ‘Mijn vader reguleerde de drinkwatervoorziening in Londen. Mijn moeder was secretaresse bij de gemeenteraad. Beiden waren hartstochtelijke film- en musicalfans. Ze dompelden mij onder in een wereld vol fantasie en filmsterren. Ze zetten mij altijd voor de tv, West Side Story, Seven Brides for Seven Brothers, alles van Fred Astaire en Gene Kelly. En ik mocht iedere week naar het theater, met het goedkoopste kaartje, dus helemaal bovenin. Veel sterren die ik toen van een afstand zag, heb ik later als choreograaf echt ontmoet, omdat ze na een première naar mijn kleedkamer kwamen en mij uitnodigden voor een poolparty of lunch. Ik ben niet zo’n durfal en heb geen enkele ambitie een Bekende Brit te zijn. Maar ik ontmoet graag theatermensen. Mijn leven is wat dat betreft een sprookje.’

Ligt er niet toch ergens een giftig appeltje in een mandje van een boze stiefmoeder? ‘Nee echt, alles waarvan ik als kind droomde is uitgekomen. Mijn partner heb ik ook aan de verbeelding te danken. Tijdens het maken van Swan Lake werd ik verliefd op een zwarte zwaan. We waren zenuwachtig want ik wilde niet dat iemand dacht dat ik hem bevoordeelde. Arthur is nu, na zijn danscarrière, een succesvol choreograaf, vooral in Amerika. We zijn meer dan 25 jaar samen.’

Waarom viel hij juist voor die ene zwarte zwaan uit dat mannelijke corps de ballet, de tien jaar jongere Zuid-Afrikaanse Portugees Arthur Pita? ‘Arthur heeft een onbegrensde energie en denkt altijd positief. Zijn mentaliteit verschilt van die ik ken uit Engeland. We hebben nooit ruzie. En nog nooit een voorstelling samen gemaakt.’

Voor zijn ouders was Bournes homoseksualiteit nooit een probleem. ‘Integendeel.’ Ook zijn broer liet zich vroeger gewillig door hem in een jurk hijsen ‘wanneer ik in de huiskamer een solo voor hem maakte.’ Zelf mijdt Bourne liever de schijnwerpers. Hij weigert te jureren bij talentenjachten, hoe vaak het hem ook wordt gevraagd. ‘Ik hou niet van camera’s.’ Liever geeft hij het podium aan jonge mensen, hetgeen hem meerdere onderscheidingen opleverde. Heeft die drijfveer ook met zijn ouders te maken, die veel energie staken in vrijwilligerswerk bij jeugdclubs? ‘Nu je het zegt. Ik denk dat ik daar onbewust heb meegekregen hoe allesbepalend kansen zijn voor jong talent. Nu mijn ouders zijn overleden, creëer ik met jonge mensen nieuwe familie om mij heen.’

‘Deze plek is magisch. Boven in de theaters op West End is het allemaal begonnen. Met kijken, kijken, kijken. Ik ben pas laat, op mijn 22ste, aan een dansopleiding begonnen. Maar eigenlijk ben ik geschoold door alle voorstellingen die ik hier als kind kon zien. Ik nam bus 38 en zag sterren als John Gielgud, Alec Guinness, Roddy McDowall, Barbra Streisand en Elizabeth Taylor zingen en acteren. Als tiener wachtte ik hen met een vriendje bij hotels en theaters op om handtekeningen te verzamelen. Ik wilde kindster worden. Was jaloers op iedereen die meedeed aan The Sound of Music, Oliver! en Bedknobs and Broomsticks. Ik heb nog gewerkt in de boekwinkel van het National Theatre om dichtbij te komen. Kwamen grote acteurs bij mij boeken kopen. Ik ben er bewaker geweest. Later stapten ze zelf op mij af. Elizabeth nodigde mij uit voor een poolparty bij haar thuis, Barbra voor een lunch in haar duizelingwekkende gasthuis in Malibu. Dat is bijzonder, maar ik noem deze inspirerende plek om te benadrukken dat theater voor jong en oud, arm en rijk toegankelijk moet zijn.’

‘Ultiem geluk is voor mij: kijken naar dansoptredens van Ginger Rogers, Gene Kelly en Fred Astaire. Van dit drietal is Astaire mijn grootste stijlicoon en inspiratiebron. In welke musical of filmcomedy hij ook speelt, danst of tapt, hij zorgt altijd dat je als kijker verliefd op hem wordt. Dat is zijn natuurlijke gave. Honderden keren heb ik het hem zien doen in Top Hat (1935), The Band Wagon (1953) en Silk Stockings (1957). En ik kan er nog honderd keer naar kijken. Ik ben mijn ouders eeuwig dankbaar dat ze mij al op mijn 4de voor de televisie hebben gezet om hun favoriete filmmusicals te zien. Fred Astaire is de volmaakte entertainer. Door hem ben ik gaan dansen. Ik heb hem ontmoet toen ik 15 was en ik ben bevriend met zijn dochter Ava. Zij heeft zijn ring met initialen die hij in veel films draagt. In haar nabijheid voel ik nog altijd haar vaders aanwezigheid.’

‘Ik lees nu deze nieuwe biografie over acteur, toneelschrijver, regisseur en componist Noël Coward. Ik dacht dat ik al alles over hem wist, maar ontdekte dat Coward als 12-jarige een grijze paddestoel speelde in een dansje in het Savoy Theatre in Londen. Precies vijftig jaar geleden overleed hij, op 26 maart 1973. Coward was een cultfiguur. Een meester in het creëren van zijn eigen mythe. Dit boek laat goed zien hoe Coward speelt met wat hij wel en niet onthult, over zijn leven als openlijk homoseksueel, maar ook over de achtergrond van zijn personages. Van Coward heb ik geleerd hoe belangrijk het is te jongleren met subplots en alle personages in een voorstelling een achtergrond en geschiedenis te geven. Ook als het om kleine rollen gaat. Dat doe ik ook in mijn dansvoorstellingen. Ik vraag alle dansers een achtergrond te bedenken bij het personage dat ze dansen. En net als Coward adviseer ik ze een geur te kiezen. Dat geeft houvast voor een doorleefde vertolking op het podium. Zeker ook bij dubbelrollen. Een specifiek aroma rond een kostuum roept direct de psychologie op van het bijbehorende personage.’

‘Deze Italiaanse parfum is mijn favoriet. Ik vind de geur fris en kruidig. Er zit citrus en sinaasappel in. Als ik mij met deze aroma’s omhul verbeeld ik me dat ik door een Italiaanse boomgaard wandel. Ik voel me er elegant en stijlvol door, ook al ben ik dat als persoon niet. Maar bovenal heb ik Colonia van Acqua Di Parma omdat het de favoriete eau de toilette is van de legendarische Hollywoodacteurs Audrey Hepburn, Cary Grant en Ava Gardner. Niet op toneel of op het witte doek, maar in hun dagelijks leven. Deze geur herinnert mij dagelijks aan hun wereld.’

‘Dit is de eerste film ooit die ik zag waar veel ballet in zit. Ik was betoverd. Het is de ultieme balletfilm. The Red Shoes gaat over een jonge ballerina, Vicky Page, die wordt verscheurd door twee even cre Source: Volkskrant

Previous

Next