Op weinig plekken in Nederland botst de natuur zo hard op de mens als bij de haven van IJmuiden. Met de rug naar de vogelrijke duinen van Zuid-Kennemerland staat de bezoeker oog in oog met het reusachtige complex van Tata Steel. Aan de voet, daarvóór, ligt het kolossale betoncomplex van de sluizen en het Rijksgemaal van IJmuiden. Het van oorsprong 19de-eeuwse complex is van levensbelang voor Nederland: een groot gebied wordt direct of indirect drooggehouden door dit gemaal. De zes superpompen in het complex jagen er jaarlijks 4,6 miljard kubieke meter water doorheen.
Mooi, maar in de lyrische beschrijvingen van veel monumentensites ontbreekt één woord: ‘gehaktmolen’. Want behalve het grootste gemaal van Europa is het bouwwerk ook het dodelijkste. Voor de paling welteverstaan, volgens stichting Ravon, beschermingsorganisatie voor vissen, reptielen en amfibieën. ‘Jaarlijks sterven hier meer dan 10 duizend volgroeide palingen op weg naar zee’, stelt de organisatie.
Over de auteur
Jean-Pierre Geelen is redacteur ‘Natuur & biodiversiteit’ van de Volkskrant. Hij schreef onder meer het boek Blinde Vink, hoe ik vogels leerde kijken.
De lijdensweg van de paling is lang, zegt Martijn Schiphouwer van Ravon. Het korte verhaal: paling wordt geboren in de Sargassozee, bij Bermuda (van de beruchte driehoek). Jonge aaltjes liften met de Golfstroom in twee jaar tijd naar de Europese kust, waar ze transformeren tot glasaaltjes en het zoetwater in trekken. Wanneer ze volwassen zijn, trekken ze als ‘schieralen’ weer naar de Sargassozee. Een tocht van 6.000 kilometer waarbij de paling niet eet en geheel teert op z’n vetreserves.
‘In Nederland stuit de paling tijdens die tocht op tientallen gemalen, sluizen, dammen en grote deltawerken’, stelt Schiphouwer. ‘Gemiddeld komt er maar 20 tot 25 procent succesvol ons land binnen. De rest blijft op zee, daarvan weten we niet hoe dat afloopt. Eenmaal binnen stuit de vis op gif in sommige rivierbodems. En een paling die het in het IJsselmeer vijftien jaar volhoudt zonder in een fuik te belanden, heeft het knap gedaan.’
En dan staat dus aan het eind van het Noordzeekanaal die ene gehaktmolen te draaien.
Volgens onderzoek van Erwin Winter, van Wageningen Marine Research, trekken jaarlijks zo’n 90- tot 100 duizend schieralen langs IJmuiden. Dat is nog maar 13 procent van wat er in de jaren zestig en zeventig voorbijtrok. In IJmuiden, aan het einde van het Noordzeekanaal, treffen ze de ‘gehaktmolen’. Zo’n 70 procent van de palingen heeft geluk: zij zwemmen náást het gemaal door de sluizen, waar ze niet worden vermalen. De rest belandt in een van de zes superpompen van het gemaal en komt eruit als palingpaté. Volgens Ravon, dat onlangs aan de bel trok, en onderzoek van Wageningen Marine Research, sterft van die groep schieralen minimaal 46 procent (oftewel jaarlijks minimaal twaalfduizend exemplaren), tot wel 96 procent loopt verwondingen op.
De superpompen van IJmuiden zijn vijftig jaar oud, precies hun gemiddelde levensduur. De eerste raakte in 2020 defect en wordt nu vervangen. De overige staan op de planning. Een uitgelezen kans voor visvriendelijker oplossingen, vinden Ravon en onderzoeksinstellingen. Elders in Europa (en Nederland) bestaan vistrappen, wegomleggingen en andere methoden om paling en andere vis te sparen. Maar de toch al riskante reis van de paling houdt in IJmuiden een pijnlijk eindpunt. De nieuwe superpomp daar wordt een kopie van de oude, en dus niet een moderne, visvriendelijke.
Nadat Ravon over de kwestie een persbericht had verzonden, lieten de deskundigen van Rijkswaterstaat de woordvoering over aan de afdeling communicatie. Die wijst erop dat de defecte pomp snel moest worden vervangen ‘om de betrouwbaarheid van het gemaal te kunnen garanderen’. Tijd voor een visvriendelijker versie was er niet meer, vandaar dat werd gekozen voor een kopie.
Voor de overige pompen zegt de woordvoerder dat nog wel gekeken zal worden naar alternatieven, maar: ‘We hebben nog geen inzicht in de technische mogelijkheden en de kosten daarvan.’
Een gemiste kans dus voor de paling. Volgens Martijn Schiphouwer van Ravon plaatst dit beschermingsprojecten op een achterstand. Zo werkte Ravon samen met de Amsterdamse Hengelsport Vereniging, de gemeente Amsterdam en het Waterschap Amstel Gooi en Vecht aan een aalreservaat in de Sloterplas. ‘De schieraal die daar in de toekomst schoon opgroeit, moet via IJmuiden terug naar zee. De hoge sterfte daar doet veel van de inspanningen teniet.’
Wat zou er in IJmuiden nog wel kunnen gebeuren? Erwin Winter van Wageningen Marine Research: ‘Ik kan niet goed beoordelen of visvriendelijke pompen die elders worden toegepast ook technisch op te schalen zijn tot de grote superpompen van IJmuiden. Een andere optie is proberen de vis weg te leiden langs een alternatieve route. Dat is nog niet zo makkelijk: eerdere experimenten om vis met stroboscooplichten af te schrikken zijn nog niet effectief genoeg gebleken. Bij waterkrachtcentrales, waar dezelfde problematiek speelt, wordt wel succesvol gewerkt met schuingeplaatste roosters die de vis uit de sterke stroming naar een ongevaarlijker route geleidt. Ze vergen alleen veel onderhoud, en dat is niet goedkoop.’
Ook wijst Winter in zijn onderzoek op het afstemmen van gemalen op het gedrag van de aal. Die passeert gemalen vooral tijdens de eerste helft van de nacht, zo bleek uit zenderonderzoek. Met die wetenschap zou een visveilig gemaal ’s nachts kunnen draaien, en een schadelijk gemaal juist overdag, al kan dat weer niet wanneer de hoeveelheden water zo groot zijn dat het gemaal wel dag en nacht móét draaien.
Het zijn sprankjes hoop voor de paling. De stand is dramatisch laag, maar lijkt zich de laatste jaren te stabiliseren. De paling hoeft alleen nog de weg omhoog te vinden.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden