Home

Tunesië springplank migratie naar Europa: ‘Ik denk dat het lichaam daar sinds een week dobberde’

De zee is kalm. Afgezien van een paar spelende dolfijnen is het water rimpelloos. De 73-jarige Fradj Dahesh grijpt een jerrycan benzine en sjokt naar zijn houten sloep. Straks zal hij uitvaren, de Middellandse Zee op, om te vissen op sardientjes en makreel.

Aan zijn gezicht is het niet af te lezen, maar Dahesh is sinds een dag behoorlijk van slag. Varend op open water zag hij een lichaam drijven. ‘Ik denk dat het daar sinds een week dobberde, de geur was afschuwelijk. Ik kon niet zien of het een man of een vrouw was. Het laat me niet los. Of het nou een moslim was of niet, iedere dode verdient respect. Moge God zijn of haar ziel genadig zijn.’ Hij tipte de kustwacht, zodat die het lichaam kon bergen.

Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa. Hij is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).

In Sfax, de tweede stad van Tunesië, heeft de dood bezit genomen van het dagelijks leven. Cijfermatig is het land de belangrijkste springplank naar Europa aan het worden, nog voor buurland Libië. Bijna dagelijks worden er lichamen gevonden van verdronken migranten, zowel uit sub-Sahara-Afrika als uit eigen land. Op de Middellandse Zeeroute naar Italië verdronken het eerste kwartaal van dit jaar minstens 441 mensen – de hoogste tussenstand sinds 2017. Vergeleken met vorig jaar is de totale influx naar Italië verviervoudigd.

De doden in Sfax worden afgevoerd naar het lokale mortuarium, dat niet op die aantallen berekend is en daarom angstvallig de pers buiten de deur houdt. Er zijn 42 koelcellen, terwijl het aantal ‘nieuwe’ doden begin deze week was opgelopen tot het viervoudige. De afloop was even treurig als voorspelbaar: ze kregen – na afname van hun dna – een nummer, en werden haastig begraven.

Eén van de anonieme doden is mogelijk de zoon van de 53-jarige Adel Belayedi. Sinds een paar weken wordt Alaa (‘mijn oogappel’) vermist. Vader en zoon waren gewend dagelijks te bellen, maar na 17 april hielden de telefoontjes op. Alaa, in het dagelijks leven chauffeur bij een distributiebedrijf, bleek zonder iets te zeggen op een boot te zijn gestapt. Vier opvarenden werden gered, de 44 anderen zijn spoorloos. Belayedi, aarzelend: ‘Mijn gevoel zegt me dat hij nog leeft.’

Wie je ook spreekt in Sfax, bijna iedere jongere zegt te zullen vertrekken of is bezig met sparen voor de overtocht. Op het eiland Lampedusa registreerden de autoriteiten sinds begin dit jaar 2.880 Tunesiërs. Opmerkelijk genoeg zijn het lang niet allemaal jongemannen (20-35), merkt Alaa Talbi, directeur van het Tunesische Forum voor Economische en Sociale Rechten. ‘Vroeger waren zij de dominante groep. Nu zijn het ook minderjarigen, tieners, zelfs hele gezinnen.’

Neem de 15-jarige Riadh Saadi, gehuld in een Messi-shirt. Hij is gestopt met school om een kappersopleiding te volgen, maar wil eigenlijk maar één ding: naar Europa. Een mogelijke verdrinkingsdood, daar haalt hij zijn tengere schouders over op. ‘Dat is normaal. We zijn eraan gewend.’ Zijn broer deed drie pogingen Europa te bereiken, à 1.500 euro per keer. Toen het de vierde keer wéér mislukte (de politie pakte hem voortijdig op), pleegde hij zelfmoord. Dat is niet wat Riadh voor ogen heeft. Een tweede broer heeft het wel gehaald, en is nu in Duitsland. ‘Hij heeft me vandaag geld gestuurd, en zei: kom ook hierheen.’

Tunesië genoot jarenlang het imago van ‘beste jongetje van de klas’ in de Arabische wereld, nadat dictator Ben Ali in 2011 verdreven werd en de democratie enigszins vorm kreeg. Wat onderbelicht bleef, is de diepgewortelde corruptie. Nog steeds is de vuistregel dat je connecties nodig hebt om een fatsoenlijk bestaan op te bouwen. Van recentere datum is de inflatie (ruim 10 procent) en de tekorten aan suiker, melk, tarwe en koffie, als gevolg van de mondiaal gestegen voedselprijzen.

Tijdens de protesten van 2011 klonk vooral de roep om een menswaardiger bestaan, getuige de leus: ‘werk, vrijheid, nationale waardigheid.’ Werk is er sindsdien niet gekomen (zo’n 40 procent van de jongeren zit thuis) en waardigheid evenmin, aldus Mohamed Lahbib (23), een middenklasse-Tunesiër die aanschuift in een hip café. ‘Talent wordt niet beloond. Dit is geen land van diploma’s, dit is een land van persoonlijke relaties. Er zijn zes à zeven families die alle touwtjes in handen hebben.’

Om zijn punt kracht bij te zetten, zet Lahbib op zijn telefoon een single op van de populaire rapper El Big Five. Het nummer gaat over wanhoop, drugs en de enige plek waar je als Tunesiër je leven echt een nieuwe impuls kunt geven: het vliegveld. ‘Tunesië is een slet’, klinkt het. ‘Wat er ook gebeurt, wie gaat je beschermen?’ Lahbib fantaseert over een toekomst in Scandinavië. Hij wil eerst een eigen zaak beginnen. ‘Als ik genoeg heb gespaard, kan ik gaan.’

Op de terrassen van Sfax zitten Tunesiërs gebroederlijk naast zwarte Afrikanen. Van spanning is niets te merken. Heel anders was dat eind februari, toen de Tunesische president Kais Saied zijn landgenoten voorspiegelde dat de ‘criminele hordes’ Afrikanen deel uitmaakten van een boosaardig westers plan om de Tunesische bevolking te ‘vervangen’ – een echo van de omvolkingstheorie die al jaren rondgaat in Europese extreem-rechtse kringen. In werkelijkheid vormen Afrikaanse immigranten in Tunesië nog geen halve procent van de bevolking.

Drie dagen na die woorden kreeg Ivoriaan Ibrahim Konaté (22) een telefoontje van zijn huisbazin: omdat hij ‘geen verblijfspapieren’ had, moest hij onmiddellijk het huis uit, samen met zijn hoogzwangere vrouw en hun 3-jarige dochtertje Fatima. Ze weigerden. Een paar uur later stonden er twee mannen op de stoep, de één namens de politie, de ander namens de gouverneur van Sfax. Wegwezen, klonk het opnieuw. ‘Ze zeiden: dat zijn de orders van de president.’

Konaté pakte zijn spullen, maar wist te regelen dat zijn huilende vrouw met hun dochter kon blijven. Hij zwierf drie dagen op straat, en keerde daarna stilletjes terug. Een golf van racistische aanvallen raasde intussen door het land. Zwarte immigranten werden uitgescholden, bespuugd of met messen of knuppels verwond. In een veel gedeeld TikTokfilmpje beweerde een Tunesische dame dat immigranten ‘onze katten de nek omdraaien en opeten.’

Honderden mensen werden hun huis uitgejaagd, en belandden in tentjes op straat. Uit voorzorg komt Konaté nu minder vaak buiten. Zijn stem is afgemat. Zijn lange reis, in een pick-upwagen door Ivoorkust en Mali naar Algerije en vervolgens Tunesië, dreigt spaak te lopen. Vóór de xenofobe golf kon hij met kleine klussen geld bij elkaar scharrelen. ‘Nu zit ik zonder werk. Ik ben bang dat niemand me aanneemt. Hoe kom ik dan aan geld om Europa te halen?’

Ironisch genoeg kan hij in de toekomst wellicht hulp verwachten van diezelfde Tunesische president. Het heeft er alle schijn van dat Saied de migranten wil gaan inzetten als fiches in een geopolitiek spel. Het feit dat de Europese Unie niet op een nieuwe migratiecrisis zit te wachten en doorgaans niet te beroerd is een zak geld op tafel te leggen, maakt Brussel kwetsbaar voor chantage. President Erdogan (Turkije) buitte die kwetsbaarheid met succes uit, uitmondend in de EU-Turkijedeal. Zowel de Europese Commissie als een aantal EU-regeringsleiders stuurt nu aan op een vergelijkbaar akkoord met Tunis, waarbij de Tunesiërs migranten zouden moeten tegenhouden.

Een deal met Saied zou een omstreden stap zijn, aangezien de EU dan in zee gaat met – opnieuw – een ondemocratische leider. De president herschreef de grondwet, stuurde rechters naar huis en liet vorige week ’s lands belangrijkste oppositiepoliticus, Rached Ghannouchi, oppakken. Intussen houdt hij de boot af bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat – in ruil voor economische hervormingen – klaarstaat met een pakket van 1,9 miljard euro. Ook die houding kan uitgelegd worden als een manier om de druk op Europa op te voeren: wordt de Tunesische economie niet gered (analisten houden rekening met een naderend bankroet), dan zullen nog meer mensen het land proberen te ontvluchten. Volgens EU-ambtenaren wordt gedacht aan een steunpakket van 800 tot 900 miljoen euro, waarvan een deel als lening. Voorwaarde is wel dat er een akkoord met het IMF komt.

Of er een EU-deal komt of niet, houdt Tunesiërs zelf niet bezig. De 26-jarige Amin ben Amor, fulltime ober, vertelt op een terras dat hij al maanden aan een vluchtplan werkt. Zijn smokkelaar is een professional, geen krabbelaar. Niemand in zijn familie weet ervan, en dat wil hij zo houden. Ze zullen proberen het hem uit zijn hoofd te praten, zegt hij, en dat is niet de bedoeling. Het moet geheim blijven. Tegen de tijd dat ze het weten, is hij allang in het beloofde land.

Lees ook: de prijswinnende productie over migranten die van Libië naar Italië gingen https://www.volkskrant.nl/kijkverder/2022/de-lange-weg-naar-een-plek-in-europa~v501774/

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van social Source: Volkskrant

Previous

Next