Home

China is nog steeds de fabriek van de wereld, blijkt op exportbeurs Canton Fair

Twintig enorme expohallen, zesduizend stands, 1,36 miljoen vierkante meter aan vloeroppervlakte, en nog steeds is het op koppen lopen in het beursgebouw van de Canton Fair in Guangzhou. De grootste, oudste en belangrijkste exportbeurs van China vindt deze maand voor het eerst weer plaats met buitenlandse bezoekers, na drie jaar van gesloten grenzen. Dat levert meteen een gigantische volkstoeloop op. Het is er zelfs nog drukker dan vóór covid, aldus de vaste bezoekers.

Maar er zijn weinig buitenlanders, en vooral weinig ‘witte gezichten’, zoals de verkopers Europeanen en Amerikanen noemen. Terwijl voor covid 195.000 buitenlandse bezoekers werden gemeld, zijn dat er dit keer 65.000. De drukte komt vooral van Chinese bezoekers. ‘Ik heb het hier nog nooit zo vol gezien’, zegt Charles Drapers, een Nederlandse importeur van fietstassen, die voor de 43ste keer op de Canton Fair komt. ‘Maar als je alle Chinezen wegdenkt, is het uitgestorven.’

Leen Vervaeke is correspondent China voor de Volkskrant. Zij woont in Beijing. Eerder was ze correspondent België.

‘Geen van mijn klanten is gekomen’, zegt een Chinese producent van huishoudelektronica, die niet met zijn naam in de krant wil. Normaal heeft hij zelf een stand op de beurs, nu heeft hij een badge van ‘koper’ om de hals. Maar zoals de meeste ‘kopers’ is hij hier niet om echt zaken te doen, maar om te observeren. ‘We nemen dit jaar niet deel aan de beurs, maar komen kijken of de situatie zich herstelt. Als andere bedrijven goede producten hebben, kunnen we die in de toekomst ook maken.’

De Canton Fair vindt tweemaal per jaar plaats en is de hoogmis van de wereldhandel: de grootste exportbeurs in het grootste exportland ter wereld. De twintig hallen – dit jaar zijn er drie bijgebouwd – zijn gevuld met witgoed, keukens, fietsen, lampen, zonnepanelen, badkamers, tapijten, speelgoed, serviezen: alle ‘made in China’-producten die je maar kunt bedenken. Inkoopmanagers lopen met rolkoffers door de gangen, en vullen die met catalogussen.

Voor inkopers is dit de ideale plek om nieuwe producten en leveranciers te vinden, en voor Chinese fabrikanten om nieuwe klanten te winnen, als een gigantische speeddate voor verkopers en kopers. ‘Hier zie je nieuwe dingen’, zegt Max Pennarts, een Nederlander die keukenrobotica importeert. Het is zijn eerste keer op de beurs, maar zijn vader, die het familiebedrijf oprichtte, kwam hier dertig jaar lang. ‘Online moet je zelf bedenken: wat voor nieuws kan ik nog zoeken? Hier komt het naar je toe.’

Tijdens drie jaar zero-covidbeleid werd de beurs online gehouden, maar dat was geen succes. Kopers willen de producten zelf zien en aanraken, de fabrieksdirecteuren zelf spreken en zien of ze betrouwbaar overkomen. Deals worden meestal niet op de beurs zelf gesloten. ‘Ik wil weten met wie ik zaken doe’, zegt Martinez Crispin Juan de Dios, een Mexicaanse importeur van elektronica. ‘Na afloop van de beurs ga ik de fabrieken bezoeken. We hebben een diner, we praten en komen tot een deal.’

De covidjaren hebben er stevig ingehakt bij de Mexicaan: vroeger had hij zeven elektronicawinkels, nu nog maar twee. Dat komt vooral door de verstoorde aanvoerlijnen en hoge transportprijzen. ‘Sommige bedrijven hebben hun productie naar andere landen verhuisd, zelfs naar Mexico’, zegt hij. ‘Maar dat zijn vooral grote bedrijven, met bekende merken. Ik moet veel meer op de kosten letten, en Mexico is duurder. China is nog steeds de fabriek van de wereld. Kijk maar eens rond: ze hebben hier álles.’

Waarom de buitenlanders dan niet massaal terug in Guangzhou zijn? Deels om praktische redenen. De beurs werd laat aangekondigd, aangezien de Chinese grenzen pas begin dit jaar heropenden. Visums zijn nog moeilijk te krijgen, en vluchten zijn nog altijd duur. Sommige importeurs zijn niet zelf gekomen, maar laten zich vertegenwoordigen door lokale agenten. De herfsteditie van de Canton Fair in oktober zal mogelijk meer herstel tonen.

Er is ook de sputterende wereldeconomie: de oorlog in Oekraïne en de hoge inflatie in Europa en de VS drukken op de wereldhandel. Afgelopen maart steeg de export uit China onverwacht met 14,8 procent, maar daarvoor werden vijf maanden op rij rode cijfers geschreven. Analisten vrezen dat maart een uitzondering was, een combinatie van inhaaleffecten na covid en de grote vraag naar elektrische voertuigen en lithiumbatterijen, en dat de bodem in de export nog niet is bereikt.

Bij exportbedrijven in de Parelrivierdelta rond Guangzhou klinken gemengde geluiden, afhankelijk van de sector. ‘Het is nog te vroeg om conclusies te trekken, maar volgens de eerste berichten zijn er in Zuid-China sterke tekenen van herstel’, zegt Fabian Blake, vicevoorzitter van de Europese Kamer van Koophandel in Zuid-China. ‘Tegelijk horen we van accountants dat bedrijven het niet gehaald hebben, of overwegen te herstructureren. Voor veel bedrijven is afwachten de houding.’

Vraag is of de export uit China ook blijvend is geraakt door de chaos van het zero-covidbeleid en de oplopende politieke spanningen. Die hebben sommige producenten doen uitwijken, vooral naar Zuidoost-Azië. In een peiling van de Europese Kamer van Koophandel van april 2022 zei 23 procent van de leden te overwegen investeringen van China naar andere landen te verschuiven. Een ‘China+1’-strategie, met een klein deel van de productie buiten China, is ondertussen gemeengoed.

Hoewel veel bedrijven overwegen hun productie te verschuiven, blijkt dat in de praktijk voor velen niet zo makkelijk. Charles Drapers probeerde zelf productielijnen op te zetten in Georgië en Turkije, maar liep tegen tal van obstakels aan. ‘Het is praktisch gezien niet uitvoerbaar’, zegt hij. ‘Je product wordt een stuk duurder, en de Georgiërs en Turken kopen zelf de onderdelen in China. We hebben nu productie lopen in Georgië, maar het blijft marginaal werk.’

Yesim Gediz, die al tien jaar elektrische toestellen naar Turkije en Duitsland importeert, verhuisde tijdens covid een deel van haar productie naar Turkije. Maar voor geavanceerdere producten blijft China onontbeerlijk, zegt ze. Ze blijft na de Canton Fair zelfs een tijd in China wonen, om de markt voor slimme toestellen en ‘internet of things’-spullen van nabij op te volgen. ‘We hebben China nog steeds nodig’, zegt ze. ‘Vooral in technologie zijn ze heel goed, en ze worden alleen maar beter.’

China blijft, ook na drie jaar gesloten grenzen, de fabriek van de wereld. ‘Wij horen regelmatig: we willen geen troep uit China’, zegt Boukje Koch, eigenaar van Orange Creatives, een Nederlands ontwerpbureau in Guangzhou. Ze heeft een stand op de beurs. ‘Maar ook goede dingen komen uit China. Nieuwe klanten zeggen vaak: we willen ons product graag in Europa maken. Dat willen wij ook graag, maar dan gaan we onderzoek doen en vergelijken, en dan zeggen ze: doe toch maar China.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next