Home

Xander van der Wulp: ‘We hebben een premier nodig die een eerlijk verhaal vertelt’

Heel avontuurlijk is Xander van der Wulp kennelijk niet ingesteld, constateert hij zelf na dertig jaar bij dezelfde werkgever als zijn vader. Zijn huidige functie bij de NOS is een 24-uursbaan, waarbij hij moet oppassen dat hij niet wordt vereenzelvigd met de politici die hij volgt.

Laatst kwam premier Mark Rutte binnen op de NOS-redactie, zoals elke week, voorafgaand aan het vrijdagse gesprek met de minister-president. Xander van der Wulp is als ‘eerste politiek duider’ van het achtuurjournaal een van de presentatoren. Het was enkele dagen na de Provinciale Statenverkiezingen, waar BBB de grootste partij was geworden. Van der Wulp: ‘Behoorlijk ongekend. Maar daar merk je dan niks van, als hij hier binnenloopt. Dan is het van: ‘Haiiii! Goedemiddag!’ En hij deed net alsof hij Caroline van der Plas van BBB had meegenomen om haar in te werken als premier.’

‘Ja. Hij zei: ‘Caroline, ja, hier moet je je dus altijd melden voor het gesprek. Loop maar verder hoor, Caroline, niet zo verlegen in de gang blijven staan!’ En iedereen denkt: oké, die man zit best in een moeilijke situatie. Maar als iemand daar iets over zegt, lacht hij het weg: ‘Jáá, dat is een aardig puzzeltje. Moeten we weer even zien op te lossen.’ Misschien is het ook een manier om het vol te houden. Als hij zich alles zou aantrekken, kun je dat werk niet zo lang doen.’

Xander van der Wulp (48), zit nog langer in Den Haag dan Rutte premier is: vijftien jaar inmiddels, waarvan het laatste jaar als eerste politiek duider in het achtuurjournaal. In 80 tot 100 seconden analyseert hij vanaf het dak van de Haagse NOS-redactie het politieke nieuws van die dag. Hij volgde Ron Fresen op, die vanwege een ziekte tot de conclusie kwam dat hij zijn tijd liever achter de kinderwagen van zijn kleinkind wilde doorbrengen dan op het Binnenhof, een omgeving waarover hij na acht jaar duiderschap tamelijk cynisch was geworden.

Daarvan heeft Van der Wulp geen last, zeggen vrienden en collega’s. Ze noemen hem onverstoorbaar, flegmatisch, consciëntieus, zelfverzekerd en in control. En: een extreem harde werker, verslaafd aan het werk in de Tweede Kamer. Naast zijn werk voor het journaal maakt hij de wekelijkse politieke podcast De Stemming met Joost Vullings van EenVandaag, en Rondje Binnenhof, een YouTube-serie met Marleen de Rooy en Herman van der Zandt. De journalisten die hij zelf in zijn begintijd bewonderde, waren ook journalisten die een uitzonderlijke toewijding lieten zien. ‘Charles Groenhuijsen, bijvoorbeeld. Wat me aan Charles zo aansprak, was dat hij 24 uur per dag bereikbaar was voor alles. Dat je merkt: hé, hij checkt om 4 uur ’s nachts gewoon zijn mail. Echt mooi. Ik vond het getuigen van een enorme betrokkenheid. Ik denk dat ik dat zelf ook heb, dat dat ook wel bij mijn karakter past. Hier in Den Haag kun je 24 uur per dag met je werk bezig zijn. Je wordt erdoor gegrepen, je wilt niks missen.’

Op zijn 17de begon Van der Wulp bij de NOS in Hilversum, waar zijn vader Gerard van der Wulp hoofdredacteur was. ‘Ik heb ooit het Utrechts Nieuwsblad rondgebracht, maar verder is de NOS tot nu toe mijn enige werkgever. Het begon als bijbaan, ik verwelkomde gasten, daarna mocht ik de autocue bedienen. Dat was in de tijd van Joop van Zijl, Harmen Siezen en Henny Stoel. Als ik droom van mijn werk, is het een droom uit die tijd. Dat je te snel gaat of te langzaam, of te laat in de studio bent omdat je met je voeten vastzit aan de grond.’

Na de middelbare school studeerde hij Algemene sociale wetenschappen (‘de algemeenste studie die er bestaat’), en liep hij stage bij CNN in Washington, de stad waar zijn vader op dat moment correspondent was voor de NOS. ‘Daar mocht ik dan wachten op de auto waarin de openbaar aanklager in de Monica Lewinsky-zaak zat, vier uur lang met een microfoon in je hand hopen dat het raampje een keer naar beneden gaat, wat nooit gebeurde.’ In Washington leerde hij zijn Amerikaanse (inmiddels ex-)vrouw kennen, met wie hij drie dochters kreeg van nu 17, 15 en 12. Hij werkte enkele maanden op de NOS-redactie in Washington, werd achtereenvolgens buitenlandredacteur, eindredacteur en op zijn 29ste chef van de 24-uursredactie, waar hij leiding gaf aan tachtig man.

Naar Den Haag kon hij pas in 2008, het jaar dat zijn vader vertrok als hoofd van de Rijksvoorlichtingsdienst, een functie die hij na zijn journalistieke loopbaan jaren vervulde. Het was de onderlinge afspraak om niet tegelijkertijd in Den Haag rond te lopen. Ook zijn vader was ‘maniakaal’ met zijn werk bezig, zegt Van der Wulp: ‘We lijken in meer opzichten op elkaar: we zijn allebei van de grote lijnen, en we hebben dezelfde slome, monotone manier van praten. Al is het ook een veilige constatering om te zeggen dat ik iets losser ben dan hij.’

‘Dat zou je zeggen. Ik heb als kind zelfs CDA-stickers op lantaarnpalen geplakt, al ging het mij meer om het plakken dan om de christen-democratische traditie. Ik heb mijn ouders ook eigenlijk nooit als echte CDA’ers gezien. Ze stemmen al tijden geen CDA meer, ze zijn meer de sociale kant opgegaan.’

‘Ik geloof niet dat zo’n carrièrepad nu nog zou kunnen. En je zou het ook niet moeten willen. Belangenverstrengeling is niet helemaal het woord, maar het lijkt mij goed als een journalist niet bij een politieke partij betrokken is geweest.’

‘Ja. Andersom komt vaker voor. De voormalige chef van de Haagse RTL-redactie, Kees Berghuis, is nu hoofd voorlichting bij de VVD. Het is niet voor niks dat mensen daarover praten. Ze denken: hé, hoe lopen die lijntjes? Ik zou zo’n overstap nooit veroordelen, maar in algemene zin straalt het natuurlijk wel af op de journalistiek. Mijn vader heeft het in die zin best bont gemaakt, omdat hij heen en weer ging. Al was dat wel in een andere tijd.’

‘Dat was lang mijn ambitie. Voor mijn tijd in Den Haag stak ik bij de NOS voor alles mijn vinger op, ik deed elke twee jaar wat anders omdat ik zo snel mogelijk carrière wilde maken. Als ik er nu op terugkijk, denk ik dat dat met mijn vader te maken had. Hij was 36 toen hij hoofdredacteur van de NOS werd, dus ik dacht: als je 36 bent, moet je daar ongeveer zijn, dat is het ijkpunt. Toen ik op mijn 33ste solliciteerde als adjunct-hoofdredacteur en het niet werd, was ik ook echt pissig. Pas na mijn 40ste ben ik erachter gekomen dat je er best wat meer jaar de tijd voor mag nemen. En misschien hoeft het zelfs wel helemaal niet. Toen Marcel Gelauff vorig jaar vertrok, heb ik niet gesolliciteerd. Ik zie mijn huidige positie als de kroon op mijn werk.’

‘Sinds ik Ron ben opgevolgd, app ik vaker direct met ministers en kan ik Rutte in noodgevallen direct opbellen met een vraag. Als ik een achtergrondgesprek wil voeren met een minister, zit ik dezelfde week nog op zijn of haar werkkamer. Dat is ook de reden dat ik nooit een correspondentschap heb geambieerd. De Amerika-correspondent van de NOS doet er in Amerika totaal niet toe.’

‘Zo werkt het inderdaad, ik wil informatie en zij willen dat die informatie op een bepaalde manier naar buiten wordt gebracht. Je moet je voortdurend bewust zijn van de belangen. Wát ik vervolgens zeg, in het journaal of in een talkshow, wordt in real-time uitgetikt, ergens op het ministerie van Algemene Zaken, en vijf minuten later verschijnt het bij de ministers op hun telefoon. Soms bellen ze dan op, of hun woordvoerder belt, omdat ze vinden dat mijn analyse te veel naar één kant leunt, bijvoorbeeld.’

‘Vroeger kregen ze ook de knipselmap, dan hoefden ze niet vijf kranten te lezen. Maar toen ik hier net begon, verraste het me wel. Jeetje, echt alles wat ik zeg wordt letterlijk uitgetikt.’

‘Kijken hoe de wind waait. Zoveel mogelijk in de buurt van de Tweede Kamer zijn en met mensen praten, een spoortje zoeken. Soms maak ik afspraken, soms kom ik een Kamerlid tegen bij de koffieautomaat met wie ik al maanden niet heb gesproken, die iets vertelt over de jeugdzorg. En dat tip je dan weer aan je collega. Het zijn allemaal achtergrondgesprekken. Politici willen niet altijd on the record, maar ze willen wel hun boodschap overbrengen. Het risico is dat de kijker mij, als ik me daarvoor zomaar laat lenen, gaat vereenzelvigen met politici. Als je uitlegt hoe iets werkt, is dat voor sommigen hetzelfde als er begrip voor tonen, het verdedigen zelfs. Voor mij persoonlijk werd dat in de coronatijd pregnant, omdat ik de persconferenties inleidde. Ik merkte dat mensen het verschil niet meer zagen tussen mij, Rutte en De Jonge. Ze dachten: hij weet wat ze gaan zeggen, dus hij hoort erbij.’

‘Om te kijken hoe ze zouden vallen, of om ze soepel te laten vallen. Het was opletten voor journalisten, omdat de vraag in hoeverre je gebruikt wordt toen nadrukkelijk kon worden gesteld.’

‘Ik denk dat ik daar hét antwoord nog steeds niet op heb. Aan het begin van de crisis was het nog moeilijk om achter die maatregelen te komen, dat lukte alleen door journalistiek spitwerk, met behulp van bronnen uit de periferie van de beslissers. Het was een kick als dat lukte. Het ging om beslissingen met een grotere impact op levens dan we ooit hadden gezien, en die beslissingen werden door een man of zes, zeven, genomen. Op een gegeven moment merkten we dat er iets veranderde. Dat de informatie makkelijker naar ons toe kwam en makkelijker werd bevestigd. En wij als journalisten bleven denken: wat goed dat we het hebben. Ik heb Source: Volkskrant

Previous

Next