Home

Als de directeur de telefoon op de haak gooit, mag je beginnen te panikeren

Het bestuur van First Republic Bank wilde deze week geen vragen van analisten beantwoorden na het presenteren van financiële cijfers. Een flater van formaat voor de geplaagde bank.

Trouwe lezers van deze rubriek weten dat heldere bedrijfscommunicatie een dada van ons is. Het is in woelige tijden dat de echte stuurmanskunst zich openbaart; iedereen kan het roer vasthouden als de zee kalm is. Techbedrijven schieten daarin notoir tekort, ze overspoelen je met goednieuwsberichten maar als de crisis toeslaat, neemt niemand de telefoon op.

Dit was het afgelopen jaar het geval in de cryptowereld. Hoewel de liefde voor het traditionele financiële stelsel daar niet groot is (ook al gaan ze steeds meer op elkaar lijken), kan het geen kwaad om sommige zaken over te nemen. Bijvoorbeeld het inzetten van ervaren communicatiespecialisten die weten hoe ze verschillende belanghebbenden, zoals klanten, geldschieters, toezichthouders en journalisten, moeten informeren in moeilijke tijden. Dit is een vak op zich en niet iets wat de marketingdirecteur er even bij kan doen.

Over de auteur
Daan Ballegeer is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over financiële markten en centrale banken. In Van Kapitaal Belang duikt hij in boeiende en opmerkelijke economische gebeurtenissen.

Dat gezegd zijnde, zou de communicatiedirecteur van First Republic Bank onmiddellijk zijn baan moeten verliezen. Tenminste, als die het management van de geplaagde Amerikaanse bank deze week heeft geadviseerd om geen vragen van analisten te beantwoorden na de presentatie van de resultaten over het eerste kwartaal. Hierdoor duurde de conference call welgeteld 12 minuten.

Tenzij het management natuurlijk het advies van de communicatiedirecteur in de wind heeft geslagen, en zelf heeft besloten om het bij de schriftelijk voorbereide toelichting te houden. In dat geval verdient het een brevet van onbekwaamheid. Het aandeel van First Republic stond al onder druk, maar toen beleggers vernamen dat het management gewoon de hoorn op de haak had gegooid, verdween het resterende vertrouwen.

First Republic kampt met een depositovlucht omdat angstige spaarders overeenkomsten zien met Silicon Valley Bank, een techbank die in maart ten onder ging. Het was op zich geen verrassing dat First Republic sindsdien een aanzienlijke uitstroom had gekend, maar daartegenover stond de wetenschap dat grootbanken er 30 miljard dollar hadden geparkeerd als teken van vertrouwen.

Ja, de cijfers die het management maandag presenteerde, vielen tegen. Klanten hebben in het eerste kwartaal ruim 100 miljard dollar aan spaargeld weggehaald, veel meer dan verwacht. Natuurlijk willen analisten lastige vragen stellen, maar daarop kun je je voorbereiden. Het niet eens proberen om analisten te woord te staan, geeft de indruk dat je niet eens jezelf kunt overtuigen dat de bank nog te redden valt.

Optimistisch en voluntaristisch uit de hoek komen, is uiteraard nog geen garantie voor succes. Een mooi voorbeeld hiervan is Sheldon Adelson, de oprichter en toenmalige topman van Las Vegas Sands, die in 2007 besefte dat analisten zich ernstige zorgen maakten over de financiële gezondheid van zijn casinobedrijf.

‘Zoals jullie weten, ben ik niet zo groot als Yao Ming of LeBron James of welke basketbalspeler dan ook’, zei de 1,65 meter grote Adelson tijdens de conference call. ‘Maar zoals een vriend ooit tegen mij zei: ‘Sheldon, maak je geen zorgen over je lengte. Jij bent de grootste persoon die ik ken als je op je portefeuille staat.’ En ik zeg jullie nu dat het bedrijf geen geldproblemen zal krijgen. Moet ik nog meer zeggen?’

Blijkbaar wel, want het was niet genoeg. Toen een jaar later de financiële crisis uitbrak, zakte het aandeel van Las Vegas Sands 99 procent uit vrees dat het bedrijf zijn schulden niet zou kunnen terugbetalen en failliet zou gaan. Maar Adelson was een man van zijn woord. Hij hield Las Vegas Sands overeind door er 1 miljard dollar van zijn eigen geld in te pompen.

Overigens gebeurt ook het tegenovergestelde weleens. Dan wil de directeur graag uitgebreid praten over de resultaten van het bedrijf, maar geven de analisten niet thuis. Dat overkwam Randall White van uitgeversbedrijf Educational Development Corporation tijdens zijn toelichting op de resultaten van het eerste kwartaal van 2020.

White’s enthousiasme was niet te beteugelen. ‘Wat een geweldig kwartaal’, ‘Oh, yes, life is good’, ‘Cijfers om van achterover te vallen’ en ‘Ik ga geen commentaar geven op de producten van anderen, maar de onze zijn beter’ passeerden de revue.

Toen er tijdens de vragenronde amper vragen kwamen van analisten, reageerde White gepikeerd. ‘Nemen jullie mij in de maling? Wil niemand zeggen, ‘Hé, Randall, je bent geweldig’? Kom op. We hebbenen het beste kwartaal van ons leven gehad en jullie blijven stil? Wat dachten jullie van een hoera?’

Ook daarna bleef het stil. En dus begon White de analisten bij naam te noemen. ‘Jeremy, ik heb je in Chicago ontmoet. Ik denk dat je het woord zou kunnen nemen en zeggen, ‘Knap werk, Randall’. Marissa, jij hebt voor ons gewerkt. Je zou toch kunnen zeggen hoe goed we hebben gepresteerd of zo. Okay. Niets?’

Het was een luxeprobleem waar ze bij First Republic deze week graag geld voor hadden gegeven. Het moet al heel raar lopen als het management daar kan blijven zitten. De kans is groot dat de Amerikaanse overheid zich binnenkort weer de tijdelijke eigenaar mag noemen van een bank.

Source: Volkskrant

Previous

Next