Home

Hoe Balkenende en Rutte de deuren openzetten voor Russische spionage

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Spionage Vanaf het aantreden van Vladimir Poetin in 2000 zocht Den Haag de samenwerking met Rusland. Maar de Russische president speelde dubbelspel: gevoelige sectoren werden doelwit van Russische spionage.

Die middag reed gashandelaar Geert Greving zijn 13-jarige zoon naar tennistraining in Groningen. Zijn contactpersoon bij de AIVD belde. Een onheilspellend bericht.

Greving werkte destijds, oktober 2001, een jaar of tien voor Gasunie op de Russische markt. Hij lobbyde voor een nieuw project met het Russische staatsgasbedrijf Gazprom: een pijpleiding direct van Rusland naar West-Europa – het leidde in 2011 tot Nord Stream 1.

Zijn lijntjes met de geheime dienst waren kort. De overheid zag Gasunie, beheerder van de gasinfrastructuur, als vitaal voor de nationale veiligheid: de dienst screende medewerkers en was er kind aan huis.

In één aspect van het spionagewerk zijn Russen traditioneel superieur: zij denken vooruit

Toch zal Greving dat telefoontje nooit vergeten: de AIVD liet weten dat de Russische geheime dienst, de FSB, de opvolger van de KGB, hem al een jaar volgde. Dat ze in zijn huis waren geweest. Dat ze zijn familie observeerden. „Ik hoorde: Geert, jij bent een doelwit van de Russen”, vertelt hij. Later ontving hij FSB-observatieverslagen die dit aantoonden.

Een intimiderende ervaring, al begreep hij het wel. Nadat Vladimir Poetin in 2000 president van Rusland was geworden, nam een netwerk van vooral oud-KGB’ers uit Sint-Petersburg het Kremlin over. „Daar moest je geen ruzie mee krijgen.” Het netwerk had ook Gazprom in handen. Poetin benoemde een bekende van hem uit Sint-Petersburg, Aleksej Miller, een man zonder ervaring in de gaswereld, tot bestuursvoorzitter. „En die nieuwe machthebbers zochten kwetsbaarheden om me te chanteren”, zegt Greving.

Vandaar dat hij 27 februari 2002 het hoofd beveiliging van Gasunie in een memo schreef dat Aleksej Miller hem liet ‘doorlichten’. „Kennelijk is er [...] sprake van een gestructureerde FSB-inzet in de richting van Gasunie-activiteiten [in] Rusland.”

Het verhinderde niet dat dezelfde Aleksej Miller later in 2002, 26 november, welkom in Den Haag was. Premier Jan Peter Balkenende ontving hem in het Torentje.

Vanaf dag één zat er een dubbelzinnigheid in de Haagse omgang met Vladimir Poetin. De politiek haalde de banden met de nieuwe baas van het Kremlin gretig aan, terwijl er volop signalen waren dat de geheime diensten, niet de kiezers, zijn machtsbasis vormden.

Het bracht Nederlanders in aanraking met een wereld van achterdocht en dubbelspel. Wat Geert Greving overkwam, kon iedereen gebeuren: wie een handelspartner van de Russen wilde zijn, was algauw mikpunt van hun spionage.

En in één aspect van het spionagewerk, weten inlichtingenbronnen, zijn Russen traditioneel superieur: zij denken vooruit. Langlopende operaties waarbij een geheim agent, informant of malware jaren verborgen zit in instituties. Terwijl in de westerse cultuur de korte termijn bepalend werd, ook in het bestuur, behielden Russen de ambitie soms decennia vooruit te plannen.

Cruciaal hierbij waren illegals. De meeste spionnen zijn zogenoemde legals – ze werken onder diplomatieke dekmantel – maar illegals leven vaak decennia onder valse identiteit in het buitenland. Diepte-infiltratie waarvoor westerse inlichtingenmensen terugschrikken. Poetin toonde geregeld zijn bewondering voor Russen die er hun leven voor opofferden.

Sinds hij vorig jaar Oekraïne binnenviel plaatst dit ook Nederland voor confronterende vragen. Het land heette Russen sinds 2000 van harte welkom in bijna alle maatschappelijke domeinen – energie, politiek, nanotechnologie, pijpleidingen, cultuur, bestuur, diplomatie, et cetera – en bood Poetins spionnen zo enorme kansen.

En niemand die nu weet hoezeer Russen daarvan misbruik hebben gemaakt – al is er genoeg bewijs dat ze niet stil hebben gezeten.

Koningin Beatrix proost met de Russische president Poetin in het Kremlin, 5 juni 2001, tijdens een vierdaags staatsbezoek aan Rusland. Foto ANP/Ed Oudenaarden

Toch werd Den Haag tijdig gewezen op de gevaren van Poetins spionnenstaat: de AIVD (tot 2001 BVD) waarschuwde in haar jaarverslagen in 2000-2003 uitvoerig.

De nieuwe president gebruikte de inlichtingendiensten om „controle uit te oefenen op het economisch en maatschappelijk leven” (jaarverslag 2000). Hij zette ze in „tegen de NAVO, de EU, de defensie-industrie en high tech-firma’s” en wilde dat ze „hun activiteiten in het Westen opvoeren” (2001). Het regime bereidde zich voor op „information warfare”, gebruikte daarvoor „nieuwe informatie- en communicatietechnologieën”. Ook Nederland was „doelwit van Russische spionage” (2000-2003).

Binnen de AIVD zagen ze al in 2003 wat dit in de praktijk betekende. De diplomaat Kees Klompenhouwer, in 2002-2006 hoofd Buitenlandse Inlichtingen bij de dienst, merkte het in Moskou bij zijn kennismaking met de FSB – de dienst die Poetin leidde voordat hij premier (in 1999) en president (2000) werd.

„Ik ontmoette een boevenbende”, zegt Klompenhouwer nu. „Ze spraken openlijk over hun methoden: chantage, omkoping, moord – alles. Een criminele organisatie binnen de staat. Ik kreeg het koud op mijn rug.”

Maar Den Haag stond op politieke samenwerking en maatschappelijke vervlechting. De krijgsmacht was na de Koude Oorlog gehalveerd. En de enorme olie- en gasvoorraden van Rusland boden kansen aan Shell en Gasunie, wereldspelers in de energiesector.

Nord Stream heeft altijd gestonken

Dan Fried Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken voor Europa in 2005-2009

„We dachten: we moeten er als de kippen bij zijn”, zegt Ben Bot nu, oud-minister van Buitenlandse Zaken (CDA, 2003-2007). „Als je van belang in de energie bent, word je ook in de EU serieuzer genomen.”

Koningin Beatrix ging in 2001 al op staatsbezoek bij Poetin. Ze roemde „het grote Russische volk”. Ze citeerde Poetins streven naar „versterking van de rechtsstaat” instemmend, en ondertekende met de president een ambitieus uitwisselingsprogramma. Na 9/11, datzelfde jaar, werd het nog beter: Poetin was voortaan bondgenoot tegen terrorisme.

En Rusland speelde het spel van vriendschap vaardig mee. In het Palace Hotel in Noordwijk reikte de Russische ambassade vanaf 2004 de Rusprix uit. Een prijs voor Nederlanders die meehielpen aan een betere verstandhouding. De premiers Jan Peter Balkenende (2002-2010) en Mark Rutte kregen de Rusprix in 2010 respectievelijk 2012 voor hun, aldus de jury, „uitzonderlijke persoonlijke bijdrage aan de ontwikkeling van de relatie tussen de Russische en Nederlandse staat”.

Matthias Warnig, oud-Stasi, nu directeur van Nord Stream. Foto ANP/Panos

Op de foto bij de opening van Nord Stream, 8 november 2011, stond hij uiterst rechts, wegkijkend van mensen als Angela Merkel, Mark Rutte en Aleksej Miller. Grijs, gezet, in zichzelf gekeerd: Matthias Warnig, tot 1989 majoor bij de Stasi, de inlichtingendienst van de DDR, en sinds 2005 de directeur van Nord Stream.

„Een linkmiegel”, zegt Geert Greving nu. En Ben Bot, die als Nederlands zaakgelastigde in de DDR in de jaren tachtig wist van zijn Stasi-verleden: „Je kreeg nooit hoogte van hem.”

Voorjaar 2005 onthulde The Wall Street Journal dat Warnig en Poetin elkaar leerden kennen in de DDR, waar Poetin destijds voor de KGB werkte. Beiden weerspraken dit later. Maar de krant baseerde zich op DDR-archiefstukken en interviews met oud-Stasi-agenten die vertelden dat Poetin en Warnig elkaar hielpen bij de werving van Westerse spionnen.

Hun carrières liepen sindsdien parallel. Warnig leidde in de jaren negentig het filiaal van de Dresdner Bank in Sint-Petersburg, waar Poetin werkte voor de burgemeester. Nadat Poetin in 2000 president werd, kreeg Warnig een hoge functie bij Gazprom. Eind 2005 maakte Poetin hem bestuursvoorzitter van Nord Stream.

Nord Stream was absoluut een Russisch infiltratietraject

Kees Klompenhouwer oud-AIVD’er

Het plan van Gasunie voor een pijpleiding met Gazprom was eerder gestrand op een conflict over zeggenschap. Gasunie wilde de aandelen gelijk verdelen. Gazprom eiste 51 procent. „Toen zijn we uit de gesprekken gestapt”, zegt Greving.

Twee Duitse bedrijven accepteerden later wel een minderheidspositie, en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder maakte Nord Stream mogelijk: hij gaf het bedrijf kort voor zijn vertrek in 2005 een bankgarantie van 1 miljard euro. Zijn opvolger Angela Merkel stond voor een voldongen feit. Na zijn vertrek werd Schröder op Poetins verzoek voorman van de raad van commissarissen van Nord Stream.

„Nord Stream heeft altijd gestonken”, vertelt de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken voor Europa in 2005-2009, Dan Fried, telefonisch vanuit Washington. Schröd Source: NRC

Previous

Next