Home

Waarom moet de overheid überhaupt zoveel verschillende omroepen subsidiëren?

Ongehoord Nederland is een symptoom van dieperliggende problemen. Het is hoog tijd dat we opnieuw naar de fundamenten van de publieke omroep kijken.

Het verzoek van de NPO aan staatssecretaris Gunay Uslu om Ongehoord Nederland uit het bestel te zetten is historisch. Niet eerder kreeg een omroep te horen dat hij niet langer welkom is.

ON en zijn achterban zien dit als een aantasting van de vrijheid van meningsuiting: in een open samenleving moet alles kunnen worden gezegd. In een open samenleving bestrijd je elkaar met woorden, niet met verboden.

Wordt de vrijheid van meningsuiting hier wel beperkt? De tijd dat de lineaire televisie het monopolie op bewegend beeld had ligt al lang achter ons. Ongehoord Nederland kan zijn geluid straks op elk denkbaar sociaal medium kwijt en anders kunnen ze hun eigen online-omroep oprichten. ON heeft de NPO helemaal niet nodig om gehoord te worden. Gezien de veronderstelde achterban moet het niet moeilijk zijn om voldoende middelen bij elkaar te schrapen. Zo duur zijn de ON-programma's niet.

De belangrijkste vraag is of een omroep als ON gefinancierd moet worden met publiek geld. Ja, zeggen de voorstanders: de publieke omroep wordt gefinancierd door alle Nederlanders en dus moeten alle groepen en gezindten vertegenwoordigd zijn in het programma-aanbod. Ja, zeggen ook de huidige wetten en regels: elke maatschappelijke groepering die 50 duizend Nederlanders overhaalt om een tientje over te maken, krijgt zijn eigen omroep, inclusief goede salarissen voor de betrokken bestuurders. Kwaliteitscriteria zijn er bijna niet. Pluriformiteit is het ultieme streven.

Toen de publieke omroep werd opgericht was dit streven naar pluriformiteit nog te begrijpen. Nederland was georganiseerd in maatschappelijke zuilen, het was logisch dat elke zuil een omroep kreeg. Het grote wonder is dat het streven naar pluriformiteit de ontzuiling heeft overleefd. Zo kan het dat belastinggeld nu wordt gebruikt om racistische boodschappen te verspreiden en ondermijnende complottheorieën de wereld in te slingeren.

Het is hoog tijd dat we opnieuw naar de fundamenten van de publieke omroep kijken. Waarom zou de overheid in de huidige tijd überhaupt zoveel verschillende omroepen moeten subsidiëren? De overheid moet zich in algemene zin in eerste instantie beperken tot terreinen waar de markt, de private sector, tekortschiet. Het is overduidelijk waar dat tekort nu zit. Sociale media hebben geleid tot een versplinterde samenleving, het maatschappelijk debat is verworden tot een stammenstrijd.

Dat heeft zijn weerslag op de Nederlandse democratie, die ook in toenemende mate versplinterd raakt. In een goed functionerende democratie zoeken burgers met verschillende opvattingen en overtuigingen naar overeenstemming op basis van een gedeelde werkelijkheid. In de huidige samenleving leeft iedere burger steeds meer in zijn eigen waarheid. De publieke omroep zou hier een tegengif moeten zijn. Elke omroep zou dus de plicht moeten hebben om werkelijkheden bij elkaar te brengen in plaats van de eigen werkelijkheid uit te venten, zoals ON doet.

Daarnaast is het vooral belangrijk dat de publieke omroep kwaliteit biedt, een hogere kwaliteit dan alles wat op sociale media en bij de commerciële omroepen te vinden is. Daar moet de NPO in samenspraak met de politiek heldere criteria voor opstellen. Voor journalistieke producties, maar ook voor talkshows. Een wezenlijk onderdeel van kwaliteit is meerstemmigheid en een open blik.

Ongehoord Nederland is een symptoom van dieperliggende problemen bij de publieke omroep. Het is te hopen dat die snel worden opgelost voor er nieuwe ongelukken gebeuren. Het intrekken van de vergunning voor ON alleen is niet genoeg.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Source: Volkskrant

Previous

Next