Home

Jeugd, winkels en diensten vertrokken uit Camden. Maar diender Buckshot (93) blééf

Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Thomas Rueb ziet in de Verenigde Staten hoe het leven uit kleine dorpen verdwijnt.

Langzaam opent het portier. Twee bungelende benen, schoenen gepoetst, landen op het asfalt. Ik zie een hand. Een uniform, onderscheidingen als een kleurenwaaier op de borst. Tenslotte een hoofd, gebukt onder een te grote politiepet. Dit moet hem zijn.

‘Buckshot!’, roep ik vanaf de overkant van de straat, voor ik mezelf verbeter. ‘Meneer Buckshot!’

Iedereen zei hetzelfde hier in Camden, Arkansas. Don van de wapenwinkel liet het me zelfs zweren: ‘Niet weggaan zonder Buckshot te spreken!’ Danny van de lunchroom: ‘Je moet hem gewoon ontmoeten!’ Burgemeester Charlotte: ‘Buckshot is een Amerikaans icoon.’

Maar het icoon hoort me niet. Hij schuifelt over straat, voet voor voet, blik op de grond. Alles glibbert van de ochtendregen. Ik houd mijn hart vast. Een auto nadert, de bestuurder stopt op tijd. ‘Buckshot!’, roept ook zij. Hij zwaait zonder op te kijken.

L.C. ‘Buckshot’ Smith is een politieman van 93 jaar. Dat maakt hem onbetwist de oudste actieve diender van Arkansas, en mogelijk van de hele VS. Een mooi interview, leek me.

Buckshot past bij deze plek. Zoals talloze dorpen die ik doorkruis op het Amerikaanse platteland, leeft Camden in de achteruitkijkspiegel. Het centrum is een skelet van wat er ooit was. Globalisering en automatisering pleegden roofbouw op de idylle van de small town. Bank, bioscoop, theater, postkantoor – slechts de gebouwen staan nog. Tijdens de rondleiding net ging het niet over wat hier is, maar wat er wás.

Als Buckshot de stoeprand bereikt, steek ik mijn arm uit om hem te helpen. Hij lacht. Bruine ogen omzoomd door blauwe ouderdomsringen. 58 jaar geleden was hij de eerste zwarte agent van de hele regio.

‘Daar ben je eindelijk!’ Voor ik een vraag kan stellen, springt wapenwinkelier Don tussenbeide. Hij loodst de agent aan zijn arm de zaak in. Daar wacht een krukje. ‘Klaar voor je interview?’ Buckshot lacht.

Sommigen zijn oud en jong tegelijk. Ik denk aan Joe Biden, die op zijn 82ste herverkozen hoopt te worden. Soms is oud gewoon oud – en Buckshot blijkt oud. Hij hoort weinig, heeft moeite met spreken. Een interview zit er niet in. Ik vraag, Buckshot lacht, Don antwoordt.

Vier dagen per week is hij nog in dienst. Lokale nieuwszenders wijden daar graag verhalen aan. Ik lees dan zinnen als ‘no signs of slowing down’. Een fantasie: in werkelijkheid doet Buckshot niet veel. Maar ik snap het. In small town Amerika omarm je alles wat blijft. Jeugd, winkels en diensten vertrokken. Maar Buckshot blééf.

Terwijl Don praat, stel ik me de agent voor als jongeman, in eenzelfde uniform, patrouillerend over een nog bruisende promenade. ‘Als ik ooit sterf, rijd jij me dan naar mijn begraafplaats?’, grapt Don. ‘Zwaailichten aan!’ Buckshot lacht. Hij heeft hem niet verstaan.

Dan vindt de agent het mooi geweest. Aan mijn arm help ik hem de stoep weer af. Buckshot klimt in zijn auto. De weg ziet hij slechts door de gaten in zijn stuur. Samen kijken we hem na. Don lacht, trots: ‘En? Wat denk je?’ Ze vieren Buckshot, denk ik, omdat ze zonder hem wéér iets zouden verliezen dat nooit meer terugkomt.

Begin april slaat de schrik me om het hart. Op mijn telefoon flitst een nieuwsbericht. ‘Buckshot’, lees ik. Hij zal toch niet? Ik glimlach. Het nieuws: L.C. ‘Buckshot’ Smith, 93 jaar, gaat alsnog met pensioen.

Source: Volkskrant

Previous

Next