Je zou denken dat iemand die zo vaak excuses moet aanbieden als premier Rutte daar gaandeweg steeds beter in wordt. In zekere zin was dat ook zichtbaar, dinsdag in Garmerwolde. De presentatie van zijn excuses aan de Groninger gas-gedupeerden kon je door een ringetje halen. Zijn woorden, spreekpauzes en blikken: beter getimed krijg je ze nergens. Hij droeg een passend, zwart kostuum, een rouwpak, zijn sorry-tenue.
Toen hem werd gevraagd of hij na het rapport over het diepe falen van zijn kabinetten had overwogen op te stappen, volgde een lange, ingestudeerde zucht – moeilijk, moeilijk, heel proces. Waarna hij zei dat hij onderdeel van de oplossing wilde zijn, als een slager tegen een hamlapje: Ik ga jou helpen weer een varkentje te worden.
Na Rutte kwam Hans Vijlbrief aan het woord, staatssecretaris van Mijnbouw, een minder gestroomlijnde spreker. Eerst kon ik hem niet eens verstaan. Wat zei hij nou, mompelde hij altijd zo? Maar toen onderbrak hij zichzelf –sorry, even een slokje water – en begreep ik het. Tranen. Emoties. De bestuurder had verdriet. Hij kende mensen in de zaal, hun leed greep hem aan. Echt voelen – je woorden gaan er meestal niet van vloeien.
Ik had gedacht dat er na afloop wel weer flink wat woede zou klinken, maar niemand schreeuwde of liep rood aan. RTV Noord haalde nog wel wat kritische reacties op, we kregen ze netjes opgediend – het geld was te weinig, de lijst met 50 actiepunten te kort en ze hadden al zo vaak mooie woorden gehoord. Maar het klonk plichtmatig. Venijn, energie, er was van alles uit de klachten gelopen.
Een man, zijn huis stond scheef, zijn leven op inzakken, hief trots zijn kin en zei: Eerst zien, dan geloven. Maar als je naar zijn ogen keek, leek het alsof je daarin toch al een piepklein beetje vertrouwen zag groeien.
Waar was de woede gebleven? Moest zelfs Rutte niet eens gigantisch weg? Maar nee, zeiden Groningers in de zaal – straks viel het kabinet en waren ze hun mooie Vijlbrief kwijt, de eerste die er iets van begreep, dat voelde je. Ze hadden hem nog maar net.
Het leed was voor een groot deel erkend, er viel haast niet meer aan te ontkomen. Het leek alsof de erkenning de Groningers de woede onverhoeds uit handen had genomen. En nu stonden ze daar, plotseling met lege handen. Ja, mooi. Kon minder. Maar wat nu? Wat komt er na boosheid? Verdriet?
In het programma Noord Vandaag vertelden kinderen ’s avonds gelaten over verbitterde ouders, verziekte relaties en de nare manier waarop ze uit huis waren gegaan. Al even gelaten vertelde een vrouw dat zij zelf zo’n moeder was geweest – jarenlang fulltime gedupeerd. Door de spanningen in het scheefgebeefde huis was de aandacht voor de kinderen er akelig bij ingeschoten. En nu waren ze groot en was het te laat.
Zelfs de boze belangenbehartiger, die jarenlang alleen maar over het herstel van de huizen kon praten, hing het hoofd tussen de schouders en zei: Het echte herstelwerk is de mens. Want een paar muren opbouwen, zei hij, stelde niets voor, dat was zo gepiept, maar een mens opbouwen, duurde wel even wat langer.
Zo was, in de nieuwe verhoudingen, het herstel van de huizen ineens een makkie geworden – maar misschien was het dat eigenlijk altijd al geweest.
Source: Volkskrant