Home

De volgende dag was de herkansing: Pompeii, de Efteling van de bedolven steden

Eén week vakantie in Italië, twee opgegraven steden bezocht: Pompeii en Herculaneum. Het is misschien wat veel met twee pubers, maar je hoopt dat ze later met hun eigen kinderen die plekken opnieuw bezoeken en dan enthousiast vertellen: ‘Die kleine aanrechtjes! Die maakten zo veel indruk op mij als kind.’

Herculaneum is de geheimtip van de bedolven steden. Nou ja, ik hoorde van twee mensen dat je echt niet naar Pompeii moest, maar naar Herculaneum. Dat was rustiger en mooier.

Dus wij naar Herculaneum.

Of we een gids wilden, vroegen ze bij de ingang. Nee, bedankt. Gidsen zijn gevaarlijk. Voor je het weet word je uren gegijzeld door iemand die te veel van zuilen weet, en kun je niet stiekem wegdribbelen naar het winkeltje.

Zonder gids liepen we Herculaneum in, de opgegraven stad waarin bij niets een bordje met uitleg staat. ‘Er staan nergens bordjes met uitleg’, concludeerde ik al snel. De rest van mijn gezin leek er geen last van te hebben. Landerig en kibbelend liepen ze in de zon langs ondefinieerbare stukken muur. ‘Ik ga naar het winkeltje’, zei ik. ‘Een gids kopen. We moeten toch weten wat dit allemaal ís.’

Spoiler alert: er was geen winkeltje te vinden. Andere spoiler alert: we liepen een uur langs half afgebrokkelde muren. Soms ving ik iets op wat een gids aan een groep Amerikanen vertelde en vertelde dat halfbakken door aan mijn gezin. ‘Hier lopen... buizen.’ Ze keken me meewarig aan.

De volgende dag was de herkansing: Pompeii, de Efteling van de bedolven steden. ‘Daar hebben ze dode lichamen!’, riep ik enthousiast in de auto. Paniekerig deze bewering nagegoogeld, met wiebelige Italiaanse 5G: ‘Are there dead bodies in Pompeii?’ Er waren er een paar, vertelde internet, maar de meeste lijken lagen in het museum in Napels. Daar ging ik ze natuurlijk nooit meer mee naartoe krijgen.

Ik had bedacht dat we in Pompeii drie dingen zouden bekijken: het bordeel, het amfitheater en de lijken. ‘Echt de leuke dingen!’

Voor het bordeel stond een enorme rij. Je kunt wel doen alsof je een cultureel angehauchte toerist bent, maar uiteindelijk wil je allemaal naar een afgebrokkelde afwerkplek met vieze frescootjes.

‘Jongens, we slaan het bordeel over!’, riep ik voortvarend. ‘Dat zijn toch alleen maar stenen bedden.’

Naar de lijken, dan. In een afgelegen tuin kropen dertien in gips gegoten lichamen tevergeefs naar de uitgang. Mijn kinderen bleven zeker vijf minuten kijken en wijzen. Dit was een doorslaand succes.

We sloten af in het theater. Beneden, in de ring, ging een Japanse gids staan. Er ontstond ineens applaus. De Japanse gids zong O sole mio. Best goed ook. Weer een donderend applaus. Later zouden mijn kinderen tegen hun kinderen zeggen: ‘En toen ik kind was, zong een Japanse gids hier zomaar O sole mio.’ Alles was geslaagd.

Source: Volkskrant

Previous

Next