Home

Voor cabaretier Paul van Vliet (1935-2023) waren humor en ontroering onlosmakelijk met elkaar verbonden

Hij had al meerdere malen aangekondigd om te stoppen met optreden. Maar Paul van Vliet was een rasartiest, dus ook op latere leeftijd was er vaak wel weer een reden om het podium op te gaan, voor een gastoptreden of een interview. Tot aan 2018 trad hij nog op met succesvolle wekelijkse shows in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag, onder de titel Alleen op zondag. Hij noemde die optredens ‘een vrolijk kwispelend staartje aan mijn carrière’. Tot begin dit jaar was hij nog in theaters te zien met een theaterlezing over Heimwee naar morgen, zijn in 2021 verschenen memoires.

Over de auteur

Joris Henquet is theaterrecensent van de Volkskrant. Hij schrijft over cabaret, stand-upcomedy en musical.

Dinsdagavond overleed Paul van Vliet op 87-jarige leeftijd in zijn woonplaats Den Haag, na een kort ziekbed. Zijn familie maakte het nieuws woensdagochtend bekend en schreef over het overlijden: ‘We zijn intens verdrietig, maar vooral ook trots op wie hij was en wat hij voor velen heeft betekend’.

De rijke en uiterst diverse carrière van Paul van Vliet omspant ruim 60 jaar en hij geldt als een van de grote naoorlogse cabaretiers van Nederland. Van Vliet was niet zozeer een cabaretier die hard uithaalde naar personen of instanties met politiek commentaar. Hij leverde volgens hemzelf vooral ‘menselijk engagement’: warm en goed verzorgd cabaret over de menselijke natuur. Zijn theater kenmerkte zich door een mix van herkenbare komische types, zoals Bram van de Commune en Majoor Kees, en daarnaast de mooie luisterliedjes, die werden gedragen door Van Vliets warme zangstem. Zijn onberispelijke dictie is later nog door menig cabaretcollega liefdevol geïmiteerd. Van Vliet bracht klassieke cabaretliedjes voort als De zee, In de optocht door de tijd en Er is nog zoveel niet gezegd.

De liefde voor theater begon al vroeg bij Paul van Vliet, die in 1935 werd geboren in Den Haag. Na de Tweede Wereldoorlog, die Van Vliet deels doorbracht in Friesland, keerde hij in 1945 met zijn familie terug naar Den Haag om een nieuw bestaan op te bouwen. Zijn liefde voor cabaret ontstond als kind en scholier, toen hij in aanraking kwam met de shows van de grote drie: Toon Hermans, Wim Kan en Wim Sonneveld. Als tiener trad Paul aan het Christelijk Gymnasium al op met zelfgeschreven cabaretvoorstellingen.

In 1956 vertrok Van Vliet naar de Rijksuniversiteit Leiden, om eerst geschiedenis en later rechten te studeren. In 1957 richtte hij met studiegenoot Floor Kist het Leidsch Studenten Cabaret (LSC) op, en deed hij ervaring op als cabaretschrijver en performer. Het LSC, waarvan ook Van Vliets latere vrouw Liselore Gerritsen deel uitmaakte, zou landelijke bekendheid krijgen toen in 1960 de studentensociëteit Minerva afbrandde en het LSC op tournee ging om geld op te halen voor herbouw van het pand. De tournee, waarbij zelfs het voltallige kabinet en prinses Beatrix kwamen kijken, werd een groot succes.

Na zijn afstuderen in 1963 wist Paul van Vliet dan ook zeker dat zijn toekomst niet in de academische wereld lag, maar in het theater. Van Vliet ging op zoek naar een eigen theater voor zijn Haagse cabaretgezelschap. Dat theater kwam er in 1964 met de oprichting van Theater PePijn, een voormalige kachelwinkel en pakhuis in de Haagse binnenstad. Het pand werd door Van Vliet getransformeerd tot een intiem theater met slechts 100 stoelen. Tot op de dag van vandaag is PePijn onder cabaretiers een populair theater voor het spelen van try-outs.

In 1966 trad Van Vliet op in het Kurhaus in Scheveningen bij de ondertrouw van Prinses Beatrix en Prins Claus. Bij dit vrijmoedige optreden bood hij Prins Claus een overjas aan. Dat haalde de voorpagina’s van de kranten en daarmee werd Van Vliet op slag een bekende Nederlander. Ook werd toen zijn imago bepaald: Paul van Vliet werd geassocieerd met Den Haag, hij had in Leiden gestudeerd en had connecties met het koningshuis. Hij werd daarom kritisch bejegend door de links-progressieve pers, en werd ‘Oranje Paultje’ of ‘De hofnar’ genoemd.

In 1970 volgde zijn eerste onemanshow in het Kurhaus, Een avond aan zee, wat een daverend succes werd. Wat begon met vier avonden per week werden er al snel vijf. Met types als Bram van de Commune en liedjes als Meisjes van 13 en Alie van der Zwan vond Van Vliet in deze voorstelling zijn eigen toon, die een afwisseling was van diepe ernst en de schaterlach. In het boek Optocht door de tijd van Ed van Eeden uit 2005 zegt Van Vliet over deze wisselwerking in zijn voorstellingen: ‘Humor moet ernstig worden gebracht. Terwijl je ernst juist heel licht moet brengen, anders wordt het te zwaar. Je moet altijd tegen het karakter of de emotie van je personage in spelen, dan wordt het veel echter.’

In daaropvolgende jaren zou Van Vliet doorgaan met het maken van onemanshows: in de zomers bleef hij zijn series in het Kurhaus spelen, maar vanaf de onemanshow Noord-west in 1971 ging hij ook op tournee door het land. Zijn privéleven veranderde in 1983, toen hij trouwde met zijn tweede vrouw Lidewij de Iongh.

In 1994 speelde van Van Vliet een verrassende musicalrol, het beroemde personage van professor Higgins in de klassieker My Fair Lady, geproduceerd door Joop van den Ende. Van Vliet werd onthaald met lovende recensies, zoals die in de Volkskrant: ‘Paul van Vliet stijgt boven al zijn voorgangers uit. (…) Hij staat nu op het toneel als een natuurlijke acteur met een uitstekende zangstem.’

Hoe goed zijn uitstapje naar musical ook was bevallen, Paul van Vliet voelde zich vooral cabaretier en keerde in 1997 terug met de onemanshow Waar waren we gebleven. Hij zou ook diverse tour de chants maken, waarin zijn liedjes de hoofdmoot vormden. Ook maakte hij speciale shows voor Unicef, de kinderrechtenorganisatie waar Van Vliet in 1992 ambassadeur van was geworden, hiertoe aangespoord door Audrey Hepburn, de Hollywood-actrice met Nederlandse wortels die naar een van Van Vliets voorstellingen was komen kijken.

In de laatste jaren van zijn loopbaan, van 2012 tot 2018, speelde Van Vliet Alleen op zondag, een populaire reeks in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag. Op 27 mei 2018 speelde hij de laatste voorstelling. In zijn prachtlied In de optocht door de tijd komt de melancholische inborst van Paul van Vliet mooi tot uiting. Hij zingt: ‘Maar wij zullen altijd afscheid moeten nemen / want onontkoombaar loopt de wekker af / Je kan niets of niemand voor ’t leven claimen / Afscheid van de wieg tot aan het graf.’

Majoor Kees
Van Vliets portret van een Haagse majoor uit de show Noord-West (1971). Hiermee leverde Van Vliet commentaar op de democratisering in het Nederlandse leger. ‘Ik hoef niet meer te worden aangesproken met Majoor, maar gewoon met Kees.’ Een beroemde opmerking van Kees is: ‘Vragen? Geen vragen!’

Bram van de Commune
Deze parodie op de hippiecultuur werd in 1970 het grote succesnummer van de voorstelling Een avond aan zee. Bram rookte hasj, was altijd high, lulde er op los, en zijn oneliners als ‘Wham, recht voor zijn raap’ en ‘Goed hè, oeoeh’ werden overal nagezegd.

Baron Taets van Avezaethe
Paul van Vliet was ook erg bedreven in het spelen van kakkers. Zoals deze keurige edelman uit 1974, die het publiek vertelt dat hij ‘door de nood der omstandigheden’ schapen is gaan fokken. Met bekakte stem vertelt de baron: ‘De tijden voor ons grootgrondbezitters zijn uitermate zorgelijk.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next