Home

De monarchie verliest gaandeweg vaste grond onder de voeten

Koningsdag blijft onder Nederlanders favoriet, maar dat geldt steeds minder voor de koning. Het tanende vertrouwen in ‘de volkse koning’ raakt ook het instituut. Er is een groeiende onderstroom van onbehagen over de monarchie.

Zo positief als de reacties in 2017 waren op het tv-interview door journalist Wilfried de Jong met koning Willem-Alexander, toen net 50 geworden, zo zuinig zijn nu de recensies van de podcast met radiomaker Edwin Evers ter gelegenheid van tien jaar koningschap. ‘Ingeblikte braafheid’, oordeelde schrijver Geert Mak.

Het tekent de omgeslagen stemming. Alle publiciteit in aanloop naar de grootse viering van de tiende Koningsdag kan niet verhullen dat het volkse koningschap van Willem-Alexander een schaduwkant heeft. Steeds nadrukkelijker dient zich de vraag aan waarom Nederland nog een koning zou financieren die tussen de mensen wil staan, maar tegelijkertijd graag zijn privileges koestert.

Of Nederland een monarchie moet zijn of een republiek was lange tijd geen punt van discussie meer, maar is aan de vooravond van dit jubileum geleidelijk weer een thema geworden. Soms bloedserieus, soms hilarisch, maar onmiskenbaar aanwezig, alleen al door het vaak aanhalen van de met tientallen procenten gedaalde vertrouwenscijfers.

Tegen Evers zegt Willem-Alexander, die donderdag zijn 56ste verjaardag viert, ‘vol goede moed’ en met ‘veel energie’ verder te gaan. ‘Het is zo snel gegaan en zo mooi geweest om Nederland te mogen dienen, dat ik me echt verheug op de komende tien jaar.’ Maar na de indrukwekkende 4-mei speech, aan het begin van de covid-periode op een lege Dam, is er iets veranderd in het land.

De cijfers liegen er niet om. In 2020 had 76 procent vertrouwen in de koning, volgens de jaarlijkse Ipsos-peiling, in 2022 nog slechts 47 procent. De op 6 april gepubliceerde nieuwste cijfers tonen geen verbetering; nu is dat 46 procent. De steun voor behoud van de monarchie is gedaald naar 55 procent. Bijna een op de vier Nederlanders (24 procent) wil een republiek, de rest (21 procent) heeft geen mening.

Koningsdag is nog altijd een favoriet feest onder de Nederlandse bevolking, maar de koning boette desondanks flink aan populariteit in. De onvrede is niet te herleiden tot alleen de inmiddels overbekende uitglijders tijdens de coronapandemie. Een onderstroom die tijdens de regeringsjaren van koningin Beatrix nauwelijks waarneembaar was, manifesteert zich nu op allerlei manieren.

Dat gebeurt allereerst door stukjes in de krant, een column op de radio of zomaar een opmerking op televisie. Journalist Marcel van Roosmalen maakte een podcast over het afschaffen van de monarchie. Titel: De staatsgreep. Televisiecoryfee Johan Derksen analyseerde in Vandaag Inside: ‘Willem-Alexander doet er alles aan om de monarchie op te heffen.’ En cabaretier Lisa Loeb gaf eind maart eerlijk antwoord op een vraag over het koningshuis in de quiz The Connection: ‘Ik denk dat we ermee moeten stoppen.’

Ook presentator Rob Trip legde het, in een speciale tv-uitzending van de NOS over tien jaar koningschap, zijn gesprekspartners voor: ‘Stoppen?’ Centraal stonden vragen als ‘het nut van de koning’ en: ‘Heeft de monarchie nog toekomst?’ Onderzoeksjournalist Joost Oranje, voormalig hoofdredacteur van Nieuwsuur, pleitte op Radio1 voor ‘een langdurig gesprek over de staatsvorm’.

Hoofdredacteur Arendo Joustra vroeg zich in EW af: ‘Waar blijven de steunpilaren van de monarchie?’ Hij wees op overleden hoogleraren als Ernst Kossmann, Cees Fasseur en Coen Tamse die voorheen ‘de waarde van de monarchie voor de Nederlandse natie goed konden beargumenteren’. En inderdaad, hoogleraren als Paul Bovend’Eert en Wim Voermans, die zich nu vaak in het publieke debat roeren, zijn aanmerkelijk minder welwillend.

Er is meer, een onbehagen dat dieper gaat. De jaar na jaar herhaalde verzoeken in de Tweede Kamer om meer transparantie over de financiën stuiten op een muur van onwil bij de opeenvolgende kabinetten Rutte. De premier heeft in oktober aan de Raad van State advies gevraagd of hij meer mag vertellen over de ruim 5 miljoen aan onkosten die de koning jaarlijks vrij te besteden heeft. Volgens Rutte zou die (ook door de Algemene Rekenkamer) gewenste inzage botsen met twee artikelen uit de Grondwet. Het antwoord laat nog op zich wachten.

Het volharden in het prerogatief om het Kroondomein drie maanden per jaar te sluiten, wekt blijvende irritatie bij een deel van de bevolking, net als de gedeeltelijke belastingvrijdom. Daarbovenop liet corona zien dat de koning en zijn gezin privé wilden doen wat andere huishoudens niet mochten: op vakantie gaan en een feestje geven. De gemaakte excuses, om het ontijdige vertrek naar het luxe buitenverblijf in Griekenland, leverden pijnlijke beelden op.

Op Prinsjesdag werd tijdens de rijtoer, de eerste met erfopvolger Amalia, ‘boe’ geroepen. Dat was uitzonderlijk. Het Republikeins Genootschap bestond ooit uit een gezelschap maatschappelijk geslaagde heren, dat onder het motto ‘hygiëne van de geest’ de zuiverheid van de republikeinse staatsvorm in herinnering riep. Het is nu omgevormd tot de actieve vereniging Republiek, die ‘de macht van de koning’ bij de rechter aanvecht.

Journalist Jan Hoedeman (AD, voorheen de Volkskrant) signaleert in zijn onlangs verschenen boek De achilleshiel van de koning dat de monarchie kwetsbaar is ‘in een tijd waarin instituties ter discussie staan die tientallen jaren onomstreden waren’. Hoedeman: ‘Autoriteit moet worden verdiend en is geen vanzelfsprekendheid meer.’ Ook niet, en misschien wel juist niet, voor het erfelijk koningschap.

Omineus is bovendien dat er sinds Spanje (1975) geen monarchieën meer zijn bijgekomen. Wel zijn ze uitgestorven: onder meer in Italië, in 1946, en in Griekenland, in 1974. Het huidige, sluimerende sentiment in de samenleving zou daarom ‘een wake-upcall voor de koning zelf moeten zijn en voor degenen die worden geacht het instituut overeind te houden’, aldus Hoedeman.

Bij de presentatie van Hoedemans boek, op 23 maart in Nieuwspoort, nam voormalig D66-leider (en republikein) Alexander Pechtold de toehoorders mee in een ‘fundamentele discussie’. Hij stelde de vraag: ‘Moeten we wel doorgaan met de monarchie?’ Zijn antwoord: ‘Nee.’ Met als vervolgvraag: ‘Laten we daarom nadenken over hoe het verder moet.’

Pechtold kwam tot de conclusie dat het, om ‘fair te zijn tegenover de familie’, het beste zou zijn de monarchie ‘ordentelijk’ te laten eindigen na Willem-Alexander. Dat geeft de politiek de gelegenheid vanaf nu te werken aan de noodzakelijke wijziging van de Grondwet. De koninklijke familie kan zich intussen voorbereiden op een burgerlijk leven.

Daarmee ging Pechtold verder dan zijn partijgenoot Thom de Graaf in 2000, die indertijd als fractieleider opperde dat Willem-Alexander geen onderdeel meer moest uitmaken van de regering en niet langer voorzitter van de Raad van State zou moeten zijn. Beide voorstellen vonden geen gehoor bij toenmalig premier Wim Kok.

Een andere suggestie van De Graaf (sinds 2018 vicepresident bij de Raad van State), om de koning zijn regierol bij de formatie te ontnemen, is sinds 2012 wel staande praktijk. Het is, los van de gekozen invulling door Willem-Alexander, een heel aanwijsbare reden waarom zijn koningschap minder politiek gekleurd is dan dat van zijn moeder.

Tijdens de wekelijkse persconferentie na de ministerraad, een dag na de uitlatingen van Pechtold, werd D66-leider Sigrid Kaag bevraagd over de opvattingen van haar partijgenoot. Zij formuleerde als vicepremier het standpunt van het kabinet: ‘De monarchie heeft nog steeds een groot draagvlak, wordt zeer gewaardeerd, zeker veel meer dan de politiek. En ze heeft een belangrijke verbindende rol in de maatschappij.’

Dat is onmiskenbaar waar, althans, het is het motto dat Willem-Alexander aan zijn koningschap meegaf. ‘Vertegenwoordigen, aanmoedigen, verbinden’, en dat in nauw samenspel met zijn echtgenote, koningin Máxima. Maar gaat het werken aan verbinding in zijn geval hand in hand met oprechte solidariteit? Dat is de vraag die achter de coronaperikelen schuil gaat. Het was immers de koning zelf die in zijn televisietoespraak van 20 maart 2020 opriep tot ‘alertheid, solidariteit en warmte’.

Bij alles geldt de overweging dat golfbewegingen nu eenmaal onvermijdelijk zijn voor een functie die doorgaans zo’n dertig jaar wordt uitgeoefend. De 80-jarige acteur Joost Prinsen schreef half maart in zijn wekelijkse column voor enkele regionale kranten: ‘In de kleine eeuw die ik leef, heb ik de populariteit van de Oranjes zien stijgen en dalen als aandelen op de beurs.’

Premier Mark Rutte zei vrijdag, gevraagd naar een reactie op de Ipsos-cijfers voor Willem-Alexander: ‘Ik wens hem toe – en iedereen die de monarchie toegenegen is – om een iets langere blik te hebben op die instelling en het belang daarvan, dan waar de politici wat meer mee bezig zijn: de peilingen.’ Tijdens zijn wekelijkse gesprek op maandagmiddag met de koning was het onderwerp volgens Rutte niet ter sprake gekomen.

In het boek Beatrix. Dwars door alle weerstand heen (2013) van journalist Jutta Chorus zegt Miente Boellaard, voormalig hofdame van koningin Beatrix, dat de publieke opinie geen grondslag vormt om de koers van het staatshoofd te bepalen. Van Beatrix zelf is de bekende uitspraak, in 2000 tegen Maartje van Weegen: ‘Ik vind populariteit gevaarlijk, oppervlakkig en tijdelijk.’

Boellaard v Source: Volkskrant

Previous

Next