Ook ik heb aardig wat keren met de deuren geslagen en staan schreeuwen, thuis en op het werk. Uit woede, frustratie of ongeduld, emoties die een mens niet altijd kan onderdrukken. Gelukkig mocht ik blijven. Elke keer had ik spijt. Je moet het gewoon niet doen, het is wangedrag dat mensen schaadt. En het werkt ook niet: niemand gaat er harder door lopen of is het ineens wél met je eens. Anders dan Dennis Wiersma ben ik geen minister, ik heb geen voorbeeldfunctie en geen loodzware verantwoordelijkheid.
Het is geen fraai beeld, een minister die ‘in razernij’ ontsteekt tegen ambtenaren en met deuren slaat, zoals De Telegraaf afgelopen vrijdag onthulde. Misschien kan zijn baas Mark Rutte zich permitteren soms een driftkikker te zijn, de 37-jarige Wiersma kan dat niet. Hij is zichtbaar ambitieus, zelfverzekerd en vol veranderingsdrang. Die karaktertrekken kunnen doorslaan in zelfoverschatting en akelig hanengedrag. Gelukkig erkende Wiersma meteen ronduit dat zijn gedrag verkeerd was; hij sputterde niet ‘Ik herken me hierin niet’ of ‘Ik speel in de Champions League’. Bij het ministerie waren de explosieve scènes bekend, er is met Wiersma over gepraat en hij beloofde beterschap.
Ik hoop, net als Mariëtte Hamer, dat Wiersma een tweede kans krijgt en zijn gedrag verbetert. Vrijdagavond werd meteen bij Op1 in trial by media het doodvonnis geveld en het volkstribunaal op Twitter sloot zich joelend aan. Wie hoog in de boom zit, hangt al snel aan de galg, zodra het woord ‘grensoverschrijdend’ is gevallen. Je kunt je afvragen of de straf – kop eraf, carrière gesmoord – in dit geval in verhouding staat tot de misdaad.
Je kunt wangedrag niet wegstrepen tegen inhoudelijke kwaliteit. Maar Wiersma toont wél kwaliteit, en durf. Hij is de eerste minister in dertig jaar die breekt met falend beleid. Bij veel leraren en schoolleiders ligt hij daarom goed. Hij erkent dat kinderen te weinig leren en dat onduidelijk is wát ze moeten leren, dat de kansengelijkheid groeit. Dat sinds de bestuurlijke autonomie van scholen de leerprestaties achteruithollen en veel overheidsgeld is weggelekt. Dat de zelfstandigheid van leraren is ondermijnd.
Wiersma wil dat het onderwijs in de basisvakken verbetert, hij verscherpt de controle op schoolbestuurders, vergroot de rol van de Inspectie. Hij houdt, ja echt!, de lumpsum-financiering ‘tegen het licht’ – een eerste stap op weg naar afschaffing, een die voorgaande ministers, ook de PvdA’ers Plasterk en Bussemaker, hebben nagelaten. Deze dadendrang was wellicht schrikken voor zijn ambtenaren, die gewend waren aan vier jaar dood water bij Arie Slob.
Het stuk in De Telegraaf verscheen meteen na Wiersma’s Kamerbrief, als reactie op een Interdepartementaal Beleidsonderzoek, waarin hij een ‘fundamentele herijking’ van het onderwijsbeleid aankondigde. Opmerkelijke timing. Dat er doelbewust actie tegen Wiersma is ondernomen is nooit te bewijzen. Maar ik weet wel dat er in onderwijsland velen rondlopen die Wiersma een ‘functie elders’ toewensen. Ik kan me voorstellen dat veel ambtenaren niet op een fundamentele herijking zitten te wachten. Van de VO-Raad en veel onderwijsbestuurders weet ik dat zeker: die tonen zich de afgelopen tijd in blogs en commentaren zeer geïrriteerd.
Daar komt bij dat onlangs in de Tweede Kamer een motie van Paul van Meenen werd aangenomen voor één onderwijs-cao, inclusief bestuurders, waarover rechtstreeks wordt onderhandeld met de minister. Ook wordt het nietszeggende predicaat ‘excellente school’, waar veel bestuurders graag mee pronken, afgeschaft. Geen wonder dat schoolbestuurders boos zijn op Wiersma. Het feest van het ondernemertje spelen zonder risico’s, van financiële en bestuurlijke vrijheid is spoedig voorbij. Ik hoop dat Wiersma zijn werk mag afmaken.
Source: Volkskrant