Een paar duizend gulden per hectare. Dat kreeg bietenboer Boon voor de bouw van een boortoren op zijn akker. Daar, net buiten Kolham (gemeente Slochteren), ontdekte de Nederlandse Aardolie Maatschappij in 1959 een gasveld van ongekende omvang. Boon kon ermee leven. ‘We zeiden: dat moet het dan maar wezen.’
De historische grond is sindsdien uitgevlakt in het uitgestrekte Groninger landschap. Een opslagloods in een zee van wintertarwe, daarachter een enorme zonneweide: zo kruisen toen en nu elkaar. Boons boerderij maakte in de jaren zeventig plaats voor de A7. De snelweg tussen Groningen en Duitsland moest het Noorden meenemen in de vooruitgang.
Dat was ook de belofte van het aardgas. Maar van de 363 miljard euro die sinds het begin van de winning in 1963 door de Nederlandse staat aan de bodemschat werd verdiend, becijferde de Algemene Rekenkamer, ging slechts 1 procent naar het Noorden.
Over de auteur
Jurre van den Berg is regioverslaggever van de Volkskrant in het noorden van Nederland en verslaat ontwikkelingen in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe
Wat Groningen wel kreeg: aardbevingen, schade en een overheid die problemen vaak niet oploste, maar verergerde. In de middenberm van de A7 glinstert De Gasmolecule. Nog in 2009 onthulde koningin Beatrix het kunstwerk ter ere van de voorspoed die een halve eeuw gaswinning had gebracht.
Hoe anders is de toon in het rapport van de parlementaire enquêtecommissie die de gevolgen van zestig jaar gaswinning in Groningen onderzocht. De belangen van Groningers waren stelselmatig ondergeschikt. Geld ging voor hun veiligheid.
Daarom heeft Nederland nu een ‘ereschuld’ in te lossen in Groningen, oordeelde de enquêtecommissie. Het doel: het weer leefbaar maken van Groningen en het bieden van ‘een duurzaam economisch perspectief voor de regio’.
Nadat de conclusies op vrijdag waren gepresenteerd, togen Groningse bestuurders meteen maandag naar Den Haag om een voorschot te nemen. ‘Het rapport is niet het eindpunt, het rapport is een begin’, zei commissaris van de koning René Paas. Er zijn forse en langjarige investeringen nodig, vulde Johan Remkes aan als voorman van het Nationaal Programma Groningen.
Dinsdag komen premier Mark Rutte en staatssecretaris van Mijnbouw Hans Vijlbrief naar Groningen. Ze zullen reageren op de harde conclusies van de enquêtecommissie en aankondigen hoe het kabinet Groningen wil compenseren.
Paas waarschuwde: van een ereschuld kom je niet af op een koopje. Boven op een ongelimiteerd budget voor coulanter schadeherstel en preventieve versterking van woningen verwacht Groningen 30 miljard euro als genoegdoening.
Alle Groningse huizen moeten in 2035 aardgasvrij zijn gemaakt. Er moet geïnvesteerd worden in voorzieningen op het platteland. Er is geld nodig voor jongerenwerk en kleinere klassen. En met 5 miljard euro moeten economische ontwikkelingen rond waterstof, gezond ouder worden en landbouw worden aangejaagd. Het uitgangspunt: ‘Wat is nodig om perspectief te bieden aan een regio die decennia wingewest is geweest?’
Het is een echo van de woorden van Joop den Uyl, op 17 december 1965 uitgesproken in de stadsschouwburg van Heerlen. ‘Eerste uitgangspunt: geen mijnsluiting zonder redelijk perspectief op vervangend werk’, sprak de toenmalige minister van Economische Zaken. De kolenmijnen waren onrendabel geworden door de vondst van het aardgas in Groningen.
Behalve een nette regeling voor duizenden mijnwerkers die hun baan zouden verliezen, beloofde Den Uyl ‘een program’ voor het gewest, fundamenten voor ‘nieuw werk, nieuw leven en een nieuwe samenleving’. Het had in de Groningse lobbynotitie kunnen staan.
Er zijn grote verschillen tussen beide regio’s, zegt Marcia Luyten. In Het geluk van Limburg beschrijft ze de betekenis van de staatsmijnen voor de zuidelijke provincie. Een economische en maatschappelijke verwevenheid als tussen Limburg en de mijnen heeft Groningen met het gas nooit gehad. Limburg was een industriële monocultuur: 45 duizend mensen werkten in de mijnen, indirect waren er 75 duizend banen van afhankelijk. Het hele bestaan – van wonen tot voetbalclub en fanfare – hing met de delfstofwinning samen.
Het verklaart de ambivalente gevoelens over de mijnsluiting, zegt Luyten. ‘Het werk was ziekmakend. Maar tegelijkertijd was het leven van hele generaties aan steenkool gewijd. Niet alleen als bron van inkomsten, maar ook als bron van identiteit.’
Zo hecht was de band tussen Groningen en de NAM nooit. Bij de NAM werkten in hoogtijdagen ongeveer tweeduizend mensen, nu nog duizend. Tekenend: het hoofdkantoor van het energiebedrijf landde in Assen (Drenthe). In het Noorden wordt weleens geschermd met een mogelijk indirect verlies van 20 duizend banen als de gaswinning dit of volgend jaar definitief gestaakt wordt. Al valt daar volgens deskundigen het nodige op af te dingen. Gaswinning was een ondergronds technologisch hoogstandje, vergeleken bij het handwerk van de koempels.
Toch zijn er ook overeenkomsten, ziet Luyten. ‘Beide provincies waren wingewesten en hebben dat ook zo gevoeld.’ Den Uyl gaf zich in Heerlen rekenschap van ’s lands schatplichtigheid aan Limburg – zoals de enquêtecommissie benadrukt hoeveel Nederland te danken heeft aan het Groningse gas.
Nadat de bodem was uitgeput, werd het tijd om terug te betalen. Een plan moest er komen. Nu in Groningen, toen in Limburg. In nauw overleg kwamen Staatsmijnen, overheid en vakbonden met een reddingsplan. Oudere mijnwerkers mochten vervroegd met pensioen, jongeren kregen vervangend werk aangeboden. Overheidsdiensten zoals pensioenfonds ABP en het CBS verhuisden naar het zuiden, Maastricht kreeg een universiteit en bedrijven werden met premies naar Limburg gelokt, zoals de Daf-fabriek in Borne.
Zo’n 10 miljard gulden ging er in vijftien jaar naar Limburg. ‘Het was de duurste economische herstructurering in de geschiedenis’, zegt Luyten. ‘Maar een groot deel daarvan is gewoon verloren gegaan.’
Bedrijven die op de subsidies afkwamen, gingen vaak snel weer failliet. En de nieuwe kantoorwerkgelegenheid sloot niet goed aan bij de regionale beroepsbevolking. ‘De mannen die naar de Ondergrondse Vakschool waren gegaan, konden aan de slag in een kantwerkfabriek. Zie je het voor je, die machomijnwerkers, met knoesten van handen waar draden aan blijven haken? De vernedering liet zich voelen.’
Het resultaat: twintig jaar later lag de werkloosheid in Limburg aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde. Het is, zegt Luyten, als een ouder die geen aandacht heeft voor z’n kinderen, maar wel een dure gadget voor ze koopt. ‘Er was geld, maar geen masterplan, geen nieuw vliegwiel.’
Zo’n vliegwiel staat Groningen al wel voor ogen. ‘Hydrogen valley’ heet die in visiedocumenten: een waterstofvallei in het vlakke land zonder rivieren. Stroom uit windparken op zee kan worden omgezet in groene waterstof, onder andere om de industrie die ooit op het gas af kwam mee te verduurzamen. Oude gasleidingen kunnen gebruikt worden voor transport, lege zoutcavernes in Oost-Groningen voor opslag.
Delegaties uit Spanje en Ierland zijn deze woensdagmiddag naar het rangeerterrein van Qbuzz in Groningen gekomen om te aanschouwen dat er echt bussen met waterstof getankt kunnen worden. Dertig stuks uit de vloot van vierhonderd rijden erop.
De waterstofbussen zijn een tastbaar element in het HEAVENN-project. Dat heeft 20 miljoen euro subsidie gekregen uit Europa om een hele waterstofketen – van productie tot divers gebruik – te realiseren. Overheden en bedrijven zoals Gasunie, Groningen Seaports en Nobian, maar ook NAM en Shell werken mee.
‘De politieke urgentie wordt hier gevoeld’, zegt projectleider Geerte de Jong. ‘Groningen wil een energieprovincie blijven. Niet langer fossiel, maar duurzaam. Met behoud van banen en expertise.’
Nu is het nog vooral een kwestie van proberen en leren. De waterstof voor de Qbuzz-bussen komt vooralsnog uit België. De bussen zijn bovendien flink duurder dan elektrische en moeilijk leverbaar. Ook waterstof zelf is nog prijzig, het aantal toepassingen beperkt.
De Jong blaast niet te hoog van de toren. ‘Waterstof gaat een belangrijke rol spelen, al was het omdat Brussel er enorm op inzet. Maar wij beweren zeker niet dat alles waterstof wordt. Het is een stip op de horizon.’
‘Ergens in de jaren 1970 en 1980 zijn illusies van voorspoed en vooruitgang in ‘de regio’ doorgeprikt. Deze teleurstellingen zijn nog niet goed verwerkt.’ Dat schrijft Marijn Molema in zijn volgende maand te verschijnen boek Zwaaien, roepen, springen. Naar een land waarin elke regio telt. Molema is bijzonder hoogleraar regionale vitaliteit & dynamiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij onderzocht de geschiedenis van regionaal economisch beleid: pogingen om gebieden buiten de Randstad op te stoten in de vaart der volkeren.
Dat was lang een zaak van plannen en planning. Neem Jan van den Brink, in 1948 minister van Economische Zaken namens de KVP. Hij zag in Zuidoost-Drenthe de sociale misère, veroorzaakt door het verdwijnen van werkgelegenheid in de turfgraverij. Het inspireerde hem tot een Welvaartsplan. Dat omvatte het verbeteren van de Rijksweg tussen Emmen en Zwolle, de bouw van dertig bruggen en het aanpakken van de Hoogeveensche Vaart. Bedrijven werden met premies naar de periferie gelokt, zoals later ook in Limburg gebeurde.
‘Maar dat medicijn raakte uitgewerkt’, zegt Molema. De economie za Source: Volkskrant