Als de strafrechter verdenkingen van corruptie bij lokale partijen door gebrek aan regels niet kan toetsen, had het OM dat eerder kunnen vaststellen en is hoger beroep zinloos.
Eind mei vertrekt Gerrit van der Burg, de topman bij het Openbaar Ministerie (OM), maar heel plezierige laatste weken zijn hem niet vergund. Uit verschillende hoeken krijgt het OM er flink van langs en in zijn eigen mediaoptredens was Van der Burg ook niet erg gelukkig.
Het vorige maand verschenen rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), over de drie moordaanslagen op de broer, raadsman en vertrouwenspersoon van de kroongetuige in het Marengo-proces, bevatte stevige kritiek op het OM. Dat Van der Burg reageerde met de opmerking dat zijn organisatie ‘stoïcijns’ zou blijven doorwerken, moest een week later in een persbericht met enkele meer empathische zinnen worden recht getrokken.
In het Kamerdebat over het OVV-rapport, afgelopen donderdag, bevestigde minister Dilan Yesilgöz (Justitie en Veiligheid) dat de procureur-generaal bij de Hoge Raad een onderzoek instelt naar de vraag ‘in hoeverre het OM bij de uitoefening van zijn getuigenbeschermingstaak de wettelijke voorschriften naar behoren handhaaft of uitvoert’. Dat was op de dag dat het nieuws naar buiten kwam dat het OM – nu in een andere zaak met een kroongetuige – per ongeluk een adres aan een verdachte had verstrekt. Precies het soort ‘pijnlijke fouten’ waarover het debat ging.
Vrijdag sprak de rechtbank Rotterdam de Haagse oud-wethouder Richard de Mos vrij van alle beschuldigingen die het OM tegen hem had ingebracht, van ambtelijke omkoping tot zelfs deelname aan een criminele organisatie. Het vonnis kwam precies drieënhalf jaar nadat justitie zijn woning had doorzocht, een veel te lange periode.
Natuurlijk, de vrijspraak kan worden uitgelegd als een bewijs dat in Nederland de rechtsstaat functioneert. De aanklager legt een zaak voor, de rechter oordeelt. Maar voor dit vonnis was het niet nodig geweest de lokale politiek in Den Haag zo lang in onzekerheid te laten. Over bijvoorbeeld de aan een vriend van De Mos verleende nachtontheffing voor een zalencentrum zegt de rechter droogjes: ‘Op het eerste gezicht is wat hier gebeurt een blauwdruk van corruptie. Wie beter kijkt, ziet echter iets anders.’
Vooral dat ‘wie beter kijkt’ is nogal dodelijk. Voor het financieren van een lokale partij bestaan geen regels, merkt de rechtbank op. De ruim 100 duizend euro die ondernemers doneerden, waren een gift aan de politieke partij Hart voor Den Haag. Persoonlijk voordeel heeft dat De Mos niet opgeleverd ‘en van kwade bedoelingen van de ondernemers is geen sprake geweest’. Het roept de vraag op of het OM dit zelf niet in een veel eerder stadium had kunnen vaststellen.
De Mos wil graag terug in het stadsbestuur. Gelet op de verkiezingsuitslag in 2022 heeft hij recht van spreken: zijn partij werd de grootste in de gemeenteraad. Maar De Mos moet eerst afwachten of het OM in hoger beroep gaat. Van der Burg sloot dat zondagochtend in een optreden bij WNL niet uit. Of het verstandig is, is vers twee. Het vernietigende vonnis biedt weinig aanknopingspunten voor een ander oordeel. Uiteraard gaat het OM over zijn eigen afwegingen, maar de kiezer in Den Haag heeft nu meer belang bij genormaliseerde politieke verhoudingen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant