Tegenover mij stond een man die zich lichtelijk verveelt zodra iemand anders aan het woord is. Althans, dat concludeerde ik toen hij mijn verhaal bruusk onderbrak en begon over iets waarover we uren geleden spraken. ‘Ik vind dat toch wel weinig’, zei hij.
‘Pardon?’, antwoordde ik.
‘Nou, je salaris. Waar je het eerder over had. Dat lijkt me niet genoeg.’
Toen ik binnenkwam op dit huisfeestje en hem de hand schudde, had hij mij kort na elkaar inderdaad drie vragen gesteld. De eerste: ‘Sorry, hoe zei je dat je naam was?’ De tweede: ‘Wat voor werk doe je, Jarno?’ En vraag drie: ‘Goh, journalist. Hoor je niet vaak. Verdient dat nou een beetje?’
De meeste van ons gasten kenden elkaar uit onze meer dartele jaren, toen we nog genoten van de onbekommerdheid van het weekend en we nooit over geld spraken. Maar blijkbaar was die tijd voorbij en gingen negen van de tien gesprekken inmiddels over werk en salaris en de rest over het aandelenpakket dat je daarmee kunt aanschaffen.
Erg aangenaam vond ik dat niet, maar ik duldde het lijdzaam. In de paar jaar dat ik in Italië woonde, kon je hele avonden met elkaar doorbrengen zonder over werk te praten – dat was meer iets voor tijdens kantooruren, zo was de algehele consensus. Maar ik woonde weer in Nederland en hier is onze favoriete hobby nu eenmaal het opstapelen van munten in het centrum van onze ziel, met als gevolg dat je ook op huisfeestjes soms antwoord moet geven op de vraag: ‘Verdient dat nou een beetje?’
Het kwam erop neer dat de man tegenover mij, de collega van een vriend, mijn salaris absurd laag vond, waarna hij met de neerbuigende minachting van iemand die zeker weet dat hij beter is dan de rest begon te oreren over zijn eigen weelde. Het kwam erop neer dat hij een gigantische hoeveelheid spullen bezat die hem vanwege zijn onmatigheid onmogelijk konden bevredigen, waardoor hij constant behoefte voelde aan meer.
Dat hij nooit van die spullen kon genieten omdat hij de hele week achter een Excel-sheet zat, deerde hem niet, waardoor ik moest denken aan iets dat John Steinbeck ooit schreef: ‘De Here gaf in zijn wijsheid geld aan zeer merkwaardige lieden, misschien omdat ze anders zouden verhongeren.’
Gelukkig kwam ik later op de avond een vriend tegen die ook kriegel werd van al dat geblaat over cryptokoersen, waarna we samen wegglipten. In de kroeg was het bier weliswaar niet gratis, maar toch waren we tevreden, omdat het soms beter is geld te verliezen dan tijd.
Source: Volkskrant