N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Het eerste geweld dat een pasgeboren baby treft is de naam die hij of zij of hen nooit zelf heeft gekozen. Daarna volgt er nog veel meer: zindelijkheidstraining, leren lopen, praten, verplicht naar school et cetera. Je kunt een voornaam best veranderen op latere leeftijd. Dat deed mijn zusje, maar het hielp maar een beetje. Ik kom haar elk jaar wel eens tegen, deze week nog op het Javaplein in Amsterdam. Ze zit daar eeuwig 29 jaar te wezen, ik loop verwachtingsvol naar haar toe, het is nu of nooit, en terwijl ik mezelf hoor praten weet ik dat het tevergeefs is.
Ik: ‘Ken je mij. Wij kennen elkaar toch?’ en ik weet het antwoord op het moment dat ik de vraag stel. Nee. Een leuke jonge vrouw, etnisch gemengd, met een bos krullend haar en wat sproetjes op haar neus. Elsje. Mijn zusje. Alweer 30 jaar dood. Later in haar leven noemde ze zichzelf Tilasmi, een naam die ze van de Baghwan kreeg. Nog weer later mocht ik weer Elsje zeggen, en dat doe ik in gedachten nog steeds.
Ook zusje is geadopteerd, zij was Surinaams/Curaçaos/Indisch en Nederlands. Een moksi, een mix. Was haar ‘Elsje’ noemen per se een koloniale daad van mijn ouders? Ik geloof het niet. Ik ken een zeer Surinaamse dame die Els heet. Niet voor iedereen is ‘Kwame’ weggelegd. Ouders eigenen zich een kind toe, vooral ook cultureel, en ik zou niet weten hoe het anders moet.
Nu las ik Trouw-columnist Babah Trawally, en dat doe ik vaker, meestal met plezier. Deze week schreef-ie: ‘Je kunt geen zwart Afrikaans kind adopteren en haar vervolgens Wietske of Tjitske noemen. Dit is als het schrijven van een wetenschappelijk boek zonder bronvermelding.’
Zou het? Een kind opvoeden heeft helemaal niets te maken met het schrijven van een wetenschappelijk boek. ‘Cultural appropriation’, om het in goed Nederlands te zeggen is bij opvoeding zelfs noodzaak. ‘Hechting, hechting’, riep mijn therapeut altijd.
De zinsnede ‘zwart Afrikaans kind’ is natuurlijk net zo onzinnig als ‘wit Europees kind’. Trawally zelf weet als beste dat Afrika geen land is.
In verbanden die er echt toe doen eigenen mensen elkaar toe: in de liefde, in de ouder-kindrelatie, in de vriendschap ook een beetje. Het is een noodzakelijk kwaad, want zonder dat kan de liefde niet vloeien. Je moet er reuze bedacht op zijn, want het ‘te veel’ ligt op de loer. Maar zonder dat werkt het helemaal niet.
Die ‘culturele toe-eigening’ is nu al jaren een bron van verwijt. Soms terecht: wanneer je de copyrights van hele culturen verdonkeremaant, moet je rectificeren. Maar liefde zonder toe-eigening bestaat niet.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC